Ontwikkeling natuurbegraafplaats
Met de invoering van de Wet ruimtelijke ordening zijn nieuwe verhoudingen tussen de verschillende overheden ontstaan. Elke overheid krijgt de verantwoordelijkheid voor eigen ruimtelijk beleid. De provincie krijgt de bevoegdheid om inpassingsplannen te maken. Daarnaast is één van de belangrijkste veranderingen dat de goedkeuring van bestemmingsplannen is komen te vervallen. Hiervoor in de plaats is de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen gekomen.
Planbegeleiding
Naast inzet van de formele instrumenten (zoals zienswijze en pro-/of reactieve aanwijzing) zet de provincie Gelderland in op vroegtijdige betrokkenheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Door deze ‘planbegeleiding’ worden provinciale belangen op juiste wijze in gemeentelijke plannen opgenomen. Dit kan worden vormgegeven door betrokkenheid in project- of werkgroepen, informeel overleg en tijdig vooroverleg (3.1.1 Bro). Concreet heeft dit veelal betrekking op bestemmingsplannen voor het buitengebied (en planMER), ruimtelijke opgaven in de ecologische hoofdstructuur, functieveranderingsinitiatieven en woningbouwopgaven en (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. Door vroegtijdig in overleg te treden kunnen de provinciale belangen die aan de orde zijn op juiste wijze worden benoemd en vertaald in bestemmingsplannen.
Natuurbegraafplaats
De provincie is benaderd door een tweetal gemeenten om mee te denken over een initiatief voor ontwikkeling van een natuurbegraafplaats. Het plangebied is gelegen in de twee gemeenten en is 17 ha groot (ca. 7 ha landbouwenclave en ca. 10 ha bos). Bedoeling is om 5% van het bos te benutten voor natuurbegraven. Het overige deel van de graven zal worden gesitueerd ter plaatse van de akker. Omvorming van deze akker in natuur is hiervoor een voorwaarde.
Het plan gaat uit van ontwikkeling van circa 7000 graven over een periode van 30 jaar (ongeveer 230 begrafenissen per jaar). De te begraven personen nemen een eeuwige grafrust af. Door juiste fasering en een hierop afgestemde exploitatie zal verspreid door het gebied begraven worden, waardoor geen zware belasting plaatsvindt van plandelen. Tevens kan de natuur zich op deze wijze sneller en beter ontwikkelen. De opbrengsten van het ‘natuurbegraven’ worden ingezet ten behoeve van ontwikkeling en beheer van nieuwe natuur ter plaatse van de akkerlanden in het plangebied. Gelijktijdig met de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats zal gestart worden met de daadwerkelijke natuurontwikkeling op de huidige akkers. De volgende provinciale belangen zijn aan de orde: EHS natuur, Natura2000, Boswet, Waardevol landschap, Stiltegebied, Extensiveringsgebied en Archeologie.
Planbegeleiding is vormgegeven door het deelnemen aan diverse overleggen. Hierbij waren aanwezig de adviseur van de initiatiefnemer, beide gemeenten (ecologie, RO) en provincie (ecologie/bos, RO). Binnen de provincie is het onderwerp op ecologische aspecten breder uitgezet. Er is meegedacht over de te realiseren natuurdoelen in het kader van EHS en Natura2000. Tevens heeft samenwerking plaatsgevonden ten behoeve van het inrichtings- en beheerplan van het plangebied. Verder is de provincie betrokken bij de planologische en (juridische) borging van de doelen en de wijze van realisatie hiervan. Fasering is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Enerzijds dient sprake te zijn van een exploitabele natuurbegraafplaats en anderzijds is natuurontwikkeling evenzo belangrijk.

