De afgelopen jaren hebben we met het Integraal Zorgakkoord (IZA) veel geleerd over samenwerken, schuren en volhouden. Het Aanvullend Zorg- en Welzijnakkoord (AZWA) bouwt daarop voort, maar vraagt om een bredere blik: niet alleen zorgpartijen, maar ook gemeenten, welzijnsorganisaties en de sociale basis moeten nu volwaardig meedoen. Dat maakt de opgave urgenter én complexer. Tegelijkertijd biedt het een kans om eindelijk de beweging te maken die in IZA steeds nét buiten bereik bleef.
Hoe kan AZWA profiteren van drie jaar IZA-ervaring, waar het nog wringt en wat Den Haag en de VNG kunnen doen om de transformatie wél te laten landen.
Eén opgave, nog meer logica’s
IZA bracht zorgverzekeraars, aanbieders en gemeenten al samen rond dezelfde opdracht: passende zorg, meer preventie en een houdbaar stelsel. AZWA verbreedt dat speelveld. De sociale basis, welzijn, onderwijs en soms zelfs sport en cultuur schuiven aan. Dat is logisch, want gezondheid ontstaat niet in de spreekkamer maar in het dagelijks leven. Maar met die verbreding komen ook extra logica’s aan tafel:
- Welzijnsorganisaties werken vanuit nabijheid en vertrouwen, vaak met beperkte middelen.
- Gemeenten balanceren tussen brede maatschappelijke opgaven en politieke realiteit.
- Zorgverzekeraars blijven sturen op doelmatigheid en contractcyclus.
- Aanbieders moeten vernieuwen terwijl personeelstekorten oplopen.
AZWA vraagt om domeinoverstijgend samenwerken, maar de systemen zijn nog steeds sectoraal ingericht. Dat schuurt — en dat is precies wat we de afgelopen drie jaar hebben gezien.
Wat IZA ons heeft geleerd?
De IZA-ervaring laat zien dat transformatie niet mislukt door onwil, maar door systeemspanning. Drie lessen springen eruit:
1. Meerjarige zekerheid is geen luxe, maar randvoorwaarde
Regio’s die vooruitkwamen, hadden meerjarige afspraken, gezamenlijke businesscases en gedeelde risico’s. Korte contractcycli bleken funest voor innovatie.
2. Kleine, slagvaardige regioteams maken het verschil
Niet de omvang, maar de focus en mandatering bepalen het tempo. Regio’s met een compact kernteam kwamen sneller tot uitvoering.
3. Harmonisatie van verantwoording werkt echt
Waar partijen één set indicatoren gebruikten, ontstond ruimte voor leren in plaats van afvinken.
AZWA kan deze lessen direct toepassen — en moet dat ook, want de opgave is breder en de urgentie groter.
Waar het nu wringt
De spanning zit op dezelfde plekken als bij IZA, maar scherper:
- Financiering: welzijn en preventie vallen onder andere geldstromen dan zorg. En waar die financiering beschikbaar is, is deze niet structureel en onzeker.
- Governance: meer partijen betekent meer onduidelijkheid over wie waarvoor aan de lat staat.
- Verantwoording: welzijnslogica botst met zorgindicatoren en KPI’s.
- Tempo: zorgpartijen werken in jaren, gemeenten in collegeperiodes, welzijn in weken.
Regio’s kunnen veel oplossen, maar niet alles. Sommige knoppen zitten in Den Haag.
Wat Den Haag nu moet doen
AZWA kan alleen slagen als het Rijk de randvoorwaarden creëert die IZA nooit volledig kreeg:
1. Structurele ruimte voor gezamenlijke bekostiging
Preventie, welzijn en zorg moeten niet concurreren, maar elkaar versterken.
2. Meerjarige financiering voor alle domeinen
Niet alleen voor zorg, maar ook voor welzijn en sociale basis.
3. Eenduidige landelijke prioriteiten
Regio’s hebben focus nodig. Minder ambities, meer richting.
4. Eén verantwoordingskader voor domeinoverstijgende samenwerking
Geen optelsom van sectorale eisen, maar één regionale rapportage.
5. Heldere governance-afspraken
Wie heeft mandaat? Wie neemt besluiten? Wie draagt risico? Dit moet landelijk worden verhelderd.
De rol van de VNG: verbinder én versneller
De VNG kan spanning verminderen door:
- gemeenten te helpen met formats, handreikingen en voorbeelden;
- de gemeentelijke stem te versterken aan landelijke tafels;
- regionale samenwerking te ondersteunen met procesbegeleiding;
- preventie en sociale basis structureel te verankeren in AZWA-afspraken.
Met AZWA krijgt de VNG een cruciale rol: zorgen dat gemeenten niet alleen meedoen, maar mede-eigenaar worden van de transformatie.
Samen naar een stelsel dat wél werkt
Met het AZWA is een noodzakelijke verbreding geïntroduceerd. De afgelopen drie jaar hebben laten zien wat werkt, waar het schuurt en welke randvoorwaarden ontbreken. Als Den Haag die randvoorwaarden nu wél organiseert en de gemeenten en de VNG stevig positioneert, kan de transformatie eindelijk van papier naar praktijk. Dan wordt de tegenwind geen blokkade meer, maar een duwtje in de rug richting een stelsel dat gezondheid centraal zet — niet de schotten ertussen.
Meer weten?
Marcel Lemmen denkt graag met u mee. Neem contact op via de contactpagina om met hem in gesprek te gaan.