Home » Actueel » Geo-informatie in het Common Ground-tijdperk 

Geo-informatie in het Common Ground-tijdperk 

Onlangs werd Telengy-adviseur Arjan Kloosterboer uitgenodigd door een gemeente om mee te denken over vernieuwing van hun applicaties voor het toegankelijk maken van geo-informatie. Het gaat dan om tools zoals een geo-viewer, een transformatietool (ETL) en een geo-database. Dat bracht een discussie op gang over wat je wilt zijn als ‘Team Geo-informatie’, hoe dat past in de organisatie, en welke tooling daar dan voor nodig is. Het zette mij aan het denken hoe geo-informatie-expertise maximaal kan bijdragen aan de organisatie.  

Nieuwe geo-tooling

Zes jaar geleden had die gemeente haar geo-tooling aangeschaft en die was nu aan vernieuwing toe. Terecht koos de gemeente niet zomaar een aanbesteding in te gaan ter vervanging van die tooling. Zij wilde eerst nadenken over ‘hoe de wereld is veranderd’ en welke eisen dat stelt aan nieuwe tooling. Onder andere is dat de opkomst van de Common Ground-beweging, waarbij gegevens bij de bron worden opgeslagen en onderhouden en ‘voor iedereen’ beschikbaar zijn met behulp van zogenoemde API’s (digitale aanroepen om o.a. gegevens op te vragen).  

Meer dan alleen geo-informatie

Om zicht te krijgen op de rol van een team Geo-informatie in de organisatie is ‘outside-in’-denken een mooie aanpak: wie zijn mijn klanten en welke behoefte hebben zij? Traditioneel levert een geo-informaticus geo-informatie: onbewerkt en bewerkt. In onbewerkte vorm is dat het toegankelijk maken van allerlei geo-gerelateerde basis- en kernregistraties, zoals over gebouwen (BAG), topografie (BGT), groen, weg en riool (technisch beheer) en archeologie. In bewerkte vorm is dat geo-informatie zoals het bedoeld is: toegespitst op de behoefte van een specifieke gebruikersgroep, zoals een geografische analyse van de bevolkingsontwikkeling en de locaties van basisscholen. De vraag is echter: heeft die gebruiker alleen behoefte aan geo-informatie, of gewoon aan informatie, geo– en niet-geo? Het lijkt mij het laatste.  

Een geo-viewer en meer

Geo-informatie maken we vooral toegankelijk in geo-viewers. Ik heb me altijd al afgevraagd: en de niet-geo-viewer dan? Oftewel: hoe en waar kan ik dan andere informatie dan geo-informatie raadplegen? Is dit voor de gebruiker een verschil? Of wil die gewoon bij alle informatie kunnen die voor hem of haar relevant is ? De vraag stellen is hem beantwoorden. En is zo’n (geo-)viewer dan de enige manier? Het lijkt me van niet; met de stand van de technologie is er meer mogelijk. Het liefst heeft de gebruiker volledig toegespitste informatie in de applicatie waarmee dagelijks gewerkt wordt. Denk hierbij aan een burgerzakenapplicatie waarin, in een hoekje van het scherm, in een kaartje wordt getoond waar die burger woont, of een sociaal domeinapplicatie die in een kaartje laat zien in welke buurt de cliënt woont en welke winkels en openbare voorzieningen er dichtbij zijn. Een ander voorbeeld is een zaaksysteem dat geografisch laat zien op welk pand de verbouwvergunning betrekking heeft. De tooling om dit alles mogelijk te maken is er en de benodigde data komt met Common Ground beschikbaar. De opkomst van ‘big data’ versterkt dit: ook daarbij gaat het om allerlei soorten informatie.  

Gegevenskwaliteit

Een risico van de Common Ground-beweging is dat data weliswaar eenvoudig beschikbaar is, maar dat de afstemming tussen databronnen en de kwaliteit van die bronnen te wensen overlaat (of dat daar geen inzicht in is). Dat zou de gebruiker met problemen op kunnen zadelen. Dit is juist een vakgebied waarop de geo-informaticus expertise heeft. In de geo-wereld zijn we bekend met een veelheid aan registraties en zijn methoden en technieken ontwikkeld om de kwaliteit daarvan te bewaken. Die vind je onder meer terug in de geo-tooling, zoals ETL-tools. En vooral ook in houding, gedrag en bewustwording van die geo-informaticus. Maar ja, als eindgebruikersapplicaties data rechtstreeks opvragen bij bronregistraties, dan zit die geo-tooling daar niet meer tussen. Dat betekent een uitdaging om in een Common-Ground-landschap de gegevenskwaliteit te borgen. En niet alleen voor geo-data.    

Beheer van geo-registraties

Door een geo-informatieteam worden soms diverse registraties onderhouden. Dat heeft voordelen: je hebt volledig grip op de kwaliteit en maakt je eigen data toegankelijk, wel zo beheersbaar. In een Common Ground-landschap onderhoudt elke bron z’n eigen gegevens in z’n eigen registratie. De API’s zorgen voor toegankelijkheid, maar die kwaliteit? Dat zou het verleggen van focus betekenen: van zelf onderhouden naar toezicht op onderhoud door anderen. Of dat voor alle registraties geldt, lijkt me van niet. Voor een aantal basis- en kernregistraties is het beheer dusdanig verweven en de kwaliteit dusdanig essentieel dat het verstandig kan zijn dat beheer ‘in één hand’ te brengen, zoals BAG, BGT, WOZ en IMGeo-objecten (de samenhangende objectenregistratie zoals BZK die laat onderzoeken) 

Verschuivingen  

Al met al zie ik diverse ontwikkelingen die aanleiding geven om na te denken over de rol en plaats van een team Geo-informatie of de geo-informaticus in de gemeentelijke organisatie:  

  • opkomst van een Common Groundgegevens- en -applicatielandschap; 
  • steeds meer data digitaal beschikbaar, ongeacht de aard daarvan; 
  • minder onderscheid in wel- en niet-geo-informatie en meer geïntegreerd gebruik van informatie, ongeacht de soort;  
  • meer gebruik van geo-informatie in eindgebruikersapplicaties i.c.m. niet-geo-informatie en gebruik van een geo-viewer vooral door specialisten;  
  • minder focus op het bijhouden en ontsluiten van registraties en meer op het adviseren en ondersteunen van eindgebruikers om de informatie te verkrijgen die zij nodig hebben, geo-informatie en meer;  
  • verschuiving van het bijhouden van allerlei geo-registraties naar het bijhouden van alleen de essentiële basis- en kernregistraties en toezicht op de gegevenskwaliteit van andere registraties.   

Als er aanleiding is om geo-tooling te vervangen, dan beveel ik van harte aan om deze ontwikkelingen te analyseren op consequenties voor de eigen organisatie en pas dan de benodigde tooling te bepalen. Een mogelijke uitkomst is een team informatiebeheer en -advies waarin geo-informatie één van de expertisegebieden is, maar wel als onderdeel van het grotere geheel: toegankelijkheid, toepasbaarheid en kwaliteit van informatie, waarover dan ook. Desgewenst ga ik hierover graag in gesprek.  

Meer weten?

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u contact opnemen met Arjan Kloosterboer, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 27 62 59 71 of via e-mail: a.kloosterboer@telengy.nl.