Op 21 mei was ik aanwezig bij de Meet-up van het programma EDI-stelsel NL en Bureau Large Scale Pilots (BLSP) in de Jaarbeurs Utrecht. Voor Telengy is het belangrijk om aanwezig te zijn bij dit soort bijeenkomsten. Niet alleen om op de hoogte te blijven van de actuele ontwikkelingen, maar ook juist om mee te denken en het gesprek aan te gaan. De boodschap die ik meenam, dat was er één die schuurt.
We nemen de tijd
Tijdens de sessie werd duidelijk dat de Nederlandse uitvoeringswet voor de EDI-wallet pas rond 2028 wordt verwacht. Dat is later dan de Europese deadline (eind 2026), maar sluit wel aan bij de beweging die je ook in andere landen ziet, zoals Duitsland.
De redenering vanuit het ministerie van BZK is helder, en ook wel begrijpelijk:
“we kunnen het vertrouwen van de burger maar één keer winnen, en één keer verliezen”.
Dit uitgangspunt vereist een robuust stelsel waarin privacy, veiligheid, certificering en gebruiksvriendelijkheid vanaf het begin goed zijn ingericht, en dat kost tijd.
Tegelijkertijd gebeurde er tijdens de bijeenkomst iets interessants. Waar de discussie over wetgeving vooral ging over vertraging en zorgvuldigheid, was er veel optimisme over de resultaten uit pilots en use cases. De officiële certificering kan dan wel pas bij aanname van de uitvoeringswet, maar beginnen met de voorbereiding kan nooit vroeg genoeg.
Want, de overtuiging is duidelijk: de EDI-wallet gaat in de praktijk echt verschil maken voor inwoners en organisaties.
Van techniek naar praktijk
Waar de eerste pilots zich nog vooral richtten op architectuur en techniek, verschuift de focus nu naar de praktijk:
- Hoe ziet de klantreis eruit?
- Hoe past de wallet in bestaande processen?
- Hoe zorg je dat mensen de wallet ook daadwerkelijk gaan gebruiken?
Dit zijn precies de vragen waar gemeenten ook tegenaan gaan lopen. De wallet past niet zomaar in bestaande processen. Uit de pilots blijkt dat het vraagt om aanpassingen van beleid, processen en systemen.
Praktische toepassingen van de wallet
Wat helpt om de EDI-wallet echt te begrijpen, is kijken naar wat er nu al gebeurt in de pilots. De pilots maken het steeds concreter.
NIjmegen
In de gemeente Nijmegen wordt de wallet al toegepast, bijvoorbeeld binnen het sociaal domein. Daar wordt de wallet ingezet om direct te controleren of iemand aan bepaalde voorwaarden voldoet, zoals leeftijd of woonplaats. In de praktijk betekent dit dat de administratieve last afneemt, zowel voor inwoners als voor ambtenaren. In plaats van dat medewerkers documenten moeten opvragen, beoordelen en registreren, kunnen zij werken met gevalideerde gegevens die via de wallet worden gedeeld. Dit verandert ook het werk van bijvoorbeeld consulenten: minder tijd gaat naar controle, en er ontstaat meer ruimte voor maatwerk richting de inwoner.
Rijswijk
In een andere pilot in Rijswijk is het gelukt om gemeentelijke brondata, zoals een geboorteakte, direct in de wallet te plaatsen. Dit houdt dus in dat gemeenten niet alleen als gebruikers van data, maar ook zeker als uitgevers van betrouwbare data kunnen gaan fungeren. Dit zorgt voor nieuwe mogelijkheden, maar vraagt ook om duidelijke keuzes over welke gegevens beschikbaar moeten worden gesteld.
Europese pilots
De Europese Large Scale Pilots (EWC, POTENTIAL, NOBID en DC4EU) laten zien hoe de wallet werkt op grotere schaal en in complexere situaties. In deze pilots zijn uiteenlopende toepassingen getest, zoals reizen, bankieren, onderwijs en overheidsdienstverlening. Wat daarbij opvalt, is dat de wallet technisch al in staat is om volledige klantreizen te ondersteunen: van identificatie tot dienstverlening en betaling.
De praktijk wacht niet
Maar juist deze pilots maken ook duidelijk dat de grootste uitdagingen niet technisch zijn, maar organisatorisch en inhoudelijk.
Zo laten de pilots zien dat er nog belangrijke vragen openstaan. Welke gegevens heb je als gemeente echt nodig, en hoe vraag je die straks uit via de wallet? Waar in het proces vindt controle plaats, en wat betekent het als gegevens vooraf al betrouwbaar zijn? Welke gegevens wil je zelf beschikbaar stellen, en hoe verhoudt zich dat tot de bredere publiek – private keten?
Die laatste vraag wordt steeds belangrijker. In Europa wordt bijvoorbeeld al volop getest met toepassingen zoals een digitaal rijbewijs of kentekenbewijs in de wallet, onder andere door de RDW. Maar dat soort toepassingen raken ook de gemeentelijke praktijk, bijvoorbeeld bij vergunningverlening, handhaving of dienstverlening.
Wat ik dus vooral meeneem vanuit de meet-up en de ontwikkelingen die ik volg, is dat uitstel niet betekent dat gemeenten nu achterover kunnen leunen tot de uitvoeringswet er is. Het ministerie van Binnenlandse Zaken wil het in één keer goed doen, en daar spelen ook gemeenten een belangrijke rol in.
De vraag is niet of de wallet impact gaat hebben, maar hoe goed we daar nu al op anticiperen. De pilots maken zichtbaar wat er mogelijk is, maar ook waar de echte vragen liggen. Dit is dus niet het moment voor gemeenten om af te wachten, maar om te verkennen, te testen en voorbereid zijn op wat komt.
Meer weten?
Milan de Klein denkt graag met u mee. Neem contact op via de contactpagina om met hem in gesprek te gaan.