Home » Actueel » De Franse route naar digitale soevereiniteit

De Franse route naar digitale soevereiniteit

In Europa wordt Frankrijk regelmatig genoemd als voorloper op het gebied van digitale soevereiniteit. Vaak gaat de aandacht daarbij uit naar concrete initiatieven zoals nationale Cloud strategieën, Europese technologieontwikkeling of het terugdringen van afhankelijkheden van internationale technologiebedrijven. Maar misschien ligt de belangrijkste les ergens anders. De Franse aanpak begint niet bij technologie, maar bij de vraag wie bepaalt en wie verantwoordelijk is.

Frankrijk: digitale autonomie als bestuurlijke keuze

In Frankrijk wordt digitale autonomie beschouwd als een strategisch vraagstuk rondom continuïteit, veiligheid en publieke controle. Daarbij speelt de inrichting van de overheid een belangrijke rol. Frankrijk kent traditioneel een sterk gecentraliseerd bestuursmodel waarin strategische keuzes grotendeels nationaal worden aangestuurd.

Binnen dit model heeft de Direction Interministérielle du Numérique (DINUM) een centrale rol voor het streven naar digitale autonomie in Frankrijk. DINUM fungeert als regisseur van het rijksbrede digitale beleid: zij ontwikkelt standaarden, stuurt op samenhang en bewaakt de uitvoering over departementen heen.

De bestuurlijke opbouw ziet er vereenvoudigd als volgt uit:

Daarnaast werken vrijwel alle gemeenten samen in intergemeentelijke organisaties (EPCI’s), waarin capaciteit en voorzieningen worden gebundeld.

Qui pilote?

Dat leidt tot een duidelijke taakverdeling: Nationale overheid (Incl. DINUM) bepaalt strategische kaders, stelt richtlijnen en standaarden vast en maakt keuzes rondom kritieke infrastructuur.
Intergemeentelijke organisaties organiseren voorzieningen, bundelen capaciteit en ondersteunen uitvoering.
Gemeenten richten zich primair op dienstverlening richting inwoners

Door deze structuur kunnen keuzes die nationaal worden gemaakt relatief snel worden vertaald naar uitvoering.

Nederland: meer autonomie, meer afstemming

Nederland kent een andere bestuurlijke traditie:

Nederlandse gemeenten hebben relatief veel verantwoordelijkheid en ruimte om zelfstandig keuzes te maken rondom de digitale dienstverlening, softwaregebruik, Cloud voorzieningen, leveranciers en gegevensbeheer. Dat biedt voordelen. Gemeenten kunnen beter aansluiten op lokale behoeften en sneller experimenteren met nieuwe oplossingen. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor ook een andere uitdaging.

Waar Frankrijk vanuit één bestuurlijk centrum richting kan geven, moet Nederland afstemming organiseren tussen honderden afzonderlijke organisaties met verschillende prioriteiten, budgetten en volwassenheidsniveaus. Strategische afhankelijkheden worden daardoor meer verspreid georganiseerd.

Dat betekent dat in Nederland de vraag in de lucht blijft hangen wie de digitale keuzes gaat maken en wie ze kan afdwingen. Daar staat tegenover dat een sterk gecentraliseerd model ook zijn beperkingen kent. De Franse inrichting heeft duidelijke voordelen wanneer snelheid, standaardisatie en risicobeheersing belangrijk zijn. Tegelijkertijd kan een sterke centrale aansturing leiden tot minder ruimte voor lokaal maatwerk en experimenteerruimte.

Nederland kent van oudsher juist een meer decentrale bestuurscultuur, waarin lokale autonomie en samenwerking belangrijke uitgangspunten zijn. Een voordeel daarvan is dat gemeenten beter kunnen aansluiten op lokale vraagstukken en nieuwe werkwijzen kunnen ontwikkelen en minder centrale afhankelijkheden kent.

De Nederlandse beweging is al begonnen

Opvallend genoeg is Nederland al in beweging. Gemeenten hebben via de VNG ingestemd met een collectieve aanpak waarbij uiteindelijk ongeveer 80% van de gemeentelijke digitalisering gezamenlijk georganiseerd moet worden.
De gedachte daarachter is dat niet iedere gemeente afzonderlijk dezelfde digitale vraagstukken hoeft op te lossen. Door gezamenlijk op te trekken kunnen gemeenten specialistische kennis bundelen, digitale weerbaarheid vergroten en sneller reageren op technologische ontwikkelingen die voor individuele gemeenten steeds moeilijker zelfstandig te organiseren zijn.
Tegelijkertijd blijft deze beweging in belangrijke mate gebaseerd op vrijwilligheid. De VNG ontwikkelt concrete instrumenten, kaders en gezamenlijke voorzieningen, waarmee gemeenten hun digitale keuzes steeds meer in samenhang kunnen maken, maar beschikt niet over formeel mandaat om keuzes af te dwingen.
Daarmee ontstaat een Nederlandse route naar digitale regie. Niet via centrale sturing, maar via samenwerking en lokaal maatwerk. Maar, hoe vrijblijvend mag samenwerking zijn wanneer strategische afhankelijkheden op het spel staan?

Conclusie

Nederland hoeft de Franse aanpak niet te kopiëren. De bestuurlijke context verschilt fundamenteel en een sterk gecentraliseerd model brengt ook eigen uitdagingen met zich mee. Maar de slagkracht van Frankrijk laat wel iets belangrijks zien: digitale autonomie kan versnellen wanneer verantwoordelijkheden, eigenaarschap en besluitvorming centraal en helder georganiseerd zijn.

Nederland lijkt daarbij een eigen route te kiezen, via samenwerking tussen gemeenten. Dat kan dezelfde voordelen opleveren, maar alleen als die samenwerking voldoende richting, mandaat en gezamenlijke afspraken krijgt.

De uitdaging voor gemeenten ligt daarom bij de vraag hoe digitale keuzes worden georganiseerd. Want waar één centrale overheid relatief eenvoudig richting kan geven, vraagt een stelsel van 342 gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en ambtelijke samenwerkingen om voortdurende afstemming tussen verschillende belangen, prioriteiten en uitvoeringspraktijken.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens of Milan de Klein via de contactpagina.