Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) hebben Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen voor het eerst een gezamenlijke strategie voor het realiseren van een digitale overheid. Dit heeft als doel als één overheid taken betrouwbaar, efficiënt en verantwoord uit te blijven voeren voor burgers en ondernemers die kunnen rekenen op veilige, toegankelijke en betrouwbare digitale dienstverlening.
De NDS gaat:
- standaardiseren waar nodig;
- bundelen van investeringen en capaciteit;
- actief sturen op uitvoering en opschaling.
De NDS kent zes prioriteiten: cloud, data, artificiële intelligentie, burger en ondernemer centraal, digitale weerbaarheid en autonomie en tot slot digitaal vakmanschap. In deze reeks artikelen lichten we toe. In dit artikel staat data centraal.
Voor deze serie artikelen is beperkt gebruik gemaakt van AI
Prioriteit ‘data’ in NDS
De prioriteit data richt zich op het volgende doel: De overheid moet op het juiste moment over de juiste gegevens beschikken om sneller betere besluiten te kunnen nemen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk lopen organisaties hier voortdurend tegenaan. Gegevens die bij de ene organisatie prima bruikbaar zijn, blijken bij de andere niet vindbaar, niet uitwisselbaar of simpelweg onbekend. Data en data-uitwisseling is daarmee een kernpijler onder een digitale overheid. De pijler data kent twee strategische doelen (NDS – data):
- De gehele overheid werkt datagedreven via het Federatief Datastelsel (FDS) met bindende afspraken en standaarden. Domeinspecifieke afsprakenstelsels sluiten hierop aan.
- Er is een overheidsbreed stelsel om gegevensknelpunten boven water te halen waar organisaties tegenaan lopen, die collectief op te lossen en toekomstige knelpunten te voorkomen.
De vertaling naar de gemeentelijke praktijk
De concrete uitwerking van de NDS, specifiek data, op gemeenten is nog onduidelijk, en de standaarden zijn op veel vlakken nog niet volledig uitgewerkt. Wel geven de twee strategische doelen uit de NDS datapijler handvatten om de impact op datagedreven werken verder te concretiseren. In dit artikel beschrijven we de impact op de volgende lagen, te weten:
Het datafundament: de technische infrastructuur waar gegevens worden verzameld, opgeslagen en ontsloten. Ook wel dataplatform genoemd, soms in de vorm van een simpel ‘datawarehouse’.
Datamanagement: dat gaat over het beheer, de kwaliteit en de governance van die gegevens. En datamanagement beantwoordt vragen over die data zoals; wie is eigenaar, wie mag wat, en klopt de data eigenlijk wel.
Grip op je eigen datafundament: de composable datastack
Veel van de stelselstandaarden zijn vastgelegd binnen de FDS, maar de bredere implicaties voor gemeenten zijn nog niet altijd duidelijk. Een nuttig raamwerk hierbij is de “composable datastack”. Dit is een modulaire architectuur waarin onderdelen als opslag, verwerking en gebruikersinterface als losse, uitwisselbare lagen worden ingericht, volgens het MICE-principe: modulair, interoperabel, aanpasbaar en uitbreidbaar. Niet om een specifiek platform te selecteren, wel of de organisatie een expliciete exit-strategie heeft. Is een leverancier of component te vervangen zonder dat de rest van het systeem vastloopt? Dat principe sluit direct aan op het Common Ground-uitgangspunt dat data losstaat van applicaties en de gemeente eigenaar blijft van haar brondata. Vendor lock-in voorkomen wordt zo een bewuste ontwerpkeuze. Door een dergelijke modulaire aanpak, zijn standaarden die uit de NDS en het Federatief Datastelsel (FDS) komen rollen, eenvoudiger implementeerbaar.
Datamanagement, grip op je datastromen
Om de impact van initiatieven en verplichtingen uit de NDS en FDS te kunnen duiden, is het cruciaal om te weten voor welke data(set) je afnemer en voor welke je leverancier bent. Ben je afnemer, is er dan al een landelijke standaard waarop je aan kan sluiten? Dit bepaalt voor datagedreven werken bijvoorbeeld wat je bron voor bepaalde masterdata is. Je datakwaliteit wordt hiermee bijna automatisch verbeterd. En is de data nog niet beschikbaar via het FDS, dan heb je direct in kaart welke bronnen nog over moeten.
Andersom krijg je in kaart wie afhankelijk zijn van data uit je organisatie (intern en extern). Los van de vraag hoe je die data aanbiedt (via het datafundament of bijv. een API-gateway), brengt dit wel in kaart waar data aan verhoogde kwaliteitseisen moeten voldoen, om ook aan je afnemers goed en betrouwbaar te kunnen leveren. En als er een standaard komt vanuit het FDS, dan zie je ook direct welke impact dat heeft op je organisatie.
Wat dit betekent voor gemeenten
Waar veel organisaties nog zoekende zijn wat de NDS en FDS voor hun organisatie gaat betekenen, en specifiek voor datagedreven werken, zijn er rode draden tussen die sporen te ontwaren. Concreet kan je hierdoor je datagedreven werken strategie al oplijnen voor de mogelijke impact uit de landelijke NDS- en FDS-programma’s.
Meer weten?
Meer weten over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, of over wat deze ontwikkelingen concreet kunnen betekenen voor jouw organisatie? Neem dan contact op met Tim van der Pol via de contactpagina.