In 2026 is 98% van de Nederlandse huishoudens online, maar toch heeft 20% van de burgers moeite met basisvaardigheden zoals het invullen van digitale formulieren of veilig internetten (bron: CBS). En dan hebben we het nog niet eens over de medewerkers die deze systemen moeten bedienen. Ook onder hen blijken nog steeds veel mensen te zijn die moeite hebben met digitale basisvaardigheden. Daar komt nog bij dat het tempo waarmee kunstmatige intelligentie (AI) een steeds hogere vlucht neemt, de noodzaak om digitaal vaardig te zijn alleen nog maar vergroot.
De vraag die we ons daarom wat vaker moeten stellen is: “Hoe zorgen we ervoor dat niemand achterblijft in de digitale samenleving? Zeker als we het hebben over de medewerkers die moeite hebben met de verdere digitalisering in hun werk en wellicht nog jaren mee moeten in het arbeidsproces.
De cijfers liegen er niet om
Een op de 5 Nederlanders heeft onvoldoende digitale vaardigheden (CBS, 2025). 40% van de 65-plussers gebruikt nooit of zelden online overheidsdiensten. En iets waar we helemaal van zouden moeten schrikken: 30% van de gemeentemedewerkers voelt zich onzeker over de inzet van nieuwe digitale systemen (onderzoek VNG, 2026).
Digitaal bijblijven is dus niet alleen een probleem voor burgers, maar ook voor medewerkers van gemeenten. Als we niet investeren in digitale vaardigheden, blijven gemeenten steken in verouderde processen met hogere kosten, verminderde efficiëntie en het risico dat potentiële werknemers die wel digitale kennis hebben, niet meer bij een gemeente willen werken. Een negatief spiraal effect, waar niemand op zit te wachten.
Hoe kan dat nou?
We kunnen natuurlijk weinig zeggen over de oorzaak van het gebrek aan digitale vaardigheden buiten de gemeentelijke organisaties, maar wellicht kunnen we wel iets zeggen over de manier waarop gemeenten intern omgaan met de digitalisering.
Kijken we wat terug in de tijd, dan zien we dat gemeenten al vrij lang vormen van automatisering gebruiken. Eerst via rekencentra. Later via minicomputers die “in huis” werden gehaald. En weer later via enkele PC’s, naar complete netwerken, die inmiddels volledig mobiel zijn geworden. Hierdoor kunnen vrijwel alle medewerkers van gemeenten nu met een laptop hun werk doen. Bovendien heeft iedereen inmiddels een computer op zak, in de vorm van een smartphone.
Je zou dus zeggen: appeltje – eitje. Iedere gemeentemedewerker (met wat uitzonderingen daargelaten) zou zich volledig vertrouwd moeten kunnen voelen met de digitalisering. Maar toch blijkt dus uit het onderzoek van de VNG, dat het vertrouwen bij een flinke groep gemeentelijke medewerkers nog steeds ontbreekt. En dat terwijl de ontwikkelingen steeds harder gaan.
Analyse
Laat het duidelijk zijn. Ik heb geen onderzoek gedaan. En ben ook geen psycholoog of socioloog, maar er zijn in de tijd dat ik in gemeenteland rond loop wel wat zaken die mij altijd opvielen.
Het eerste wat mij regelmatig opviel is dat er maar weinig gemeenten een gestructureerd en op de persoon en de werkplek gerichte opleidingscultuur hebben. Als ik daar naar vroeg was het antwoord meestal: “Je kunt hier volop opleidingen volgen, maar je moet zelf het initiatief nemen! Oh ja, als er een nieuwe applicatie wordt geïntroduceerd krijg je wel een knoppencursus, maar daar houdt het meestal mee op!” Met andere woorden: Je wordt als medewerker niet of nauwelijks gestuurd bij het volgen van een pad met opleidingen. En je ziet maar.
Een ander punt dat ik ook regelmatig tegenkwam, was de late betrokkenheid van applicatiebeheerders en eindgebruikers bij de inrichting van applicaties. De wijze van werken werd niet afgestemd op de behoefte van de medewerkers die het werkproces doorliepen of die konden aangeven welke gegevens en informatie ze voor hun werk nodig hadden, maar de mogelijkheden van de applicatie waren leidend.
En het derde dat vaak speelde was het ‘gehobby’ van managers en bestuurders die iets nieuws tegenkwamen en dat vervolgens lieten aanschaffen, omdat daarmee de werkzaamheden stukken efficiënter zouden gaan verlopen.
Het rijtje is niet uitputtend en zeker geen sluitend bewijs, maar er komt een beeld naar voren dat medewerkers niet structureel en blijvend worden meegenomen in een ontwikkeling die zo hard is gegaan in de laatste 40 jaar, dat veel medewerkers zich onzeker voelen over de laatste ontwikkelingen in de digitalisering.
Hoe gaan we die kloof nu dichten?
Laten we beginnen bij het gesprek tussen leidinggevenden en medewerkers. Zij moeten met elkaar kijken wat iemand nodig heeft om zich vertrouwd te voelen met de digitalisering van het werk. En dan heb ik het niet over een cursusje Word, Excel of AI. Nee, een medewerker moet zijn eigen digitale omgeving goed leren kennen. En die kennis bijvoorbeeld op jaarbasis kunnen updaten.
Vervolgens moet diezelfde leidinggevende met zijn medewerkers rond de tafel om met elkaar het gesprek aan te gaan over de inzet van de nieuwe ontwikkelingen op digitaal gebied. Recent kwam ik nog in aanraking met een gemeente die al meerdere jaren gegevens verzamelde over een bepaald onderwerp, maar daar eigenlijk nauwelijks iets aan had. Althans dat dachten ze, totdat wij via een AI-agent de gegevens voor hen op een rijtje lieten zetten en van een analyse voorzagen. Er ging een wereld voor ze open.
Kortom: Ga dus het gesprek met elkaar aan. Structureer het opleiden. Laat mensen meedenken over de ontwikkelingen. En confronteer hen met mogelijkheden. De toekomst ligt vlak achter de deur.
Meer weten?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Eric Leroi via de contactpagina.