Afgelopen jaar heb ik bij een gemeente het OTO-project geleid. Open en toegankelijke overheid. Het project gaat over de Wet open overheid (Woo), Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), Besluit digitale toegankelijkheid overheid (BDTO) en Wet elektronische publicaties (Wep).
Hoewel deze wetten elk hun eigen doel en scope hebben, raken ze in de praktijk allemaal aan dezelfde kern: een overheid die transparant, toegankelijk en digitaal volwassen is. Bij deze gemeente werd al snel duidelijk dat de grootste uitdagingen niet alleen juridisch of technisch zijn, maar vooral organisatorisch en menselijk. Twee lessen sprongen er voor mij uit.
Les 1: pas je boodschap aan op je doelgroep
Binnen een organisatie praat je al snel in termen van wetgeving, verplichtingen en compliance. Maar niet iedere doelgroep haakt daarop aan. Wat voor een jurist logisch en urgent voelt, kan voor een beleidsmedewerker abstract blijven en voor een bestuurder simpelweg niet prikkelend genoeg zijn.
Hier merkte ik dat het veel effectiever is om je verhaal te vertalen naar de belevingswereld van je publiek:
Bij een presentatie voor het MT mag het wat technischer: wat betekent deze wet precies voor mijn team en welke processen gaan veranderen, hoeveel tijd gaat dit ons kosten. Daarnaast neemt het MT verschillende besluiten over wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en wat de ambities zijn. Bij deze presentatie hebben we dus vrij diep ingezoomd op wat de betekenis van de wet is en hoe het voorgestelde proces eruitziet.
Voor de brede organisatie gaat het meer om bewustwording. De technische details over welk proces gaat veranderen en op welke manier komt op een later moment, maar eerst moet men bewust worden van de wetgeving. Door dit op een leuke interactieve manier te doen en ze mee te nemen in het leerproces van deze wetgeving draagt het bij aan het draagvlak. Voor deze presentatie hebben we dus een quiz gedaan om onderdelen van de wetten uit te leggen. En daarnaast hebben we een oefening gedaan waarin bepaalde visuele beperkingen (kleurenblindheid, tunnelvisie, wazig zicht etc.) werden gesimuleerd om het belang van digitale toegankelijkheid te demonstreren.
De inhoud verandert niet, maar de invalshoek wel. Door die vertaalslag bewust te maken, ontstaat er meer begrip en betrokkenheid. Zonder die aansluiting blijft het al snel “een project van iemand anders”.
Les 2: samenwerken is gunnen
Deze gemeente werkt samen met drie andere gemeenten uit de regio via een centrumregeling. Dit project wordt ook vanuit die samenwerking gecoördineerd. Uiteraard kun je niet alles samen oppakken, maar bijvoorbeeld het publicatieplatform wordt gezamenlijk geïmplementeerd. In zo’n samenwerking kan het al snel ingewikkeld worden. Verschillende gemeenten hebben hun eigen prioriteiten, tempo, ambities en werkwijzen. De neiging kan ontstaan om te trekken, te overtuigen of zelfs te duwen om zaken voor elkaar te krijgen. Maar in de praktijk werkt dat vaak averechts.
Wat hier beter werkt, is het principe van gunnen. Elkaar de ruimte geven om keuzes te maken, elkaars context respecteren en accepteren dat niet iedereen altijd in hetzelfde tempo beweegt. Samenwerken betekent niet dat alles gelijk moet lopen, maar dat je elkaar weet te vinden op de momenten en onderwerpen waar het wél waarde toevoegt.
Hierbij is het ook goed om na te gaan wanneer samenwerking van toegevoegde waarde is en wanneer niet. Als de opgave te veel verschilt in omvang of ambitie, levert samenwerking soms simpelweg te weinig op. Maar zodra er weer kansen zijn bijvoorbeeld om kennis te delen is het juist waardevol om elkaar weer op te zoeken.
Tot slot
De implementatie van deze wetten vraagt om meer dan alleen kennis van wet- en regelgeving. Uiteindelijk gaat het niet alleen om wat er moet, maar vooral om hoe je het organiseert en hoe je mensen daarin meeneemt.
In deze opdracht werd voor mij duidelijk dat de echte voortgang niet alleen zit in plannen en structuren, maar juist in hoe je samenwerkt en hoe je je verhaal vertelt. Dat klinkt misschien logisch, maar in de praktijk is dat vaak precies waar het verschil wordt gemaakt.
Meer weten?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jelle de Graaf via de contactpagina.