Auteursarchief: Roel Ottens

Interactieplaat digitale gemeenten 

Lees het gehele artikel

Digitale technologieën zijn ‘actieve deelnemers’ die helpen bepalen hoe gemeenten communiceren, werken en denken. En zo heeft digitale technologie invloed op digitale mensenrechten. 

De volgende interactieplaat heb ik ontworpen voor iedereen die inzicht wil hebben wat de synergie is tussen gemeentelijke digitale technologie en de wereld, inwoners en ondernemers.  

Net zoals bij de boomgids ben ik op zoek naar voorbeelden, verbeteringen en aanvullingen. Digitale Rechten zijn gewoon mensenrechten, dus laat de interactie beginnen.

Interactieplaat Digitale Gemeenten

Interactieplaat Digitale Gemeenten

Interactieplaat Digitale Gemeenten – Telengy Management en Advies

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

De Boomgids Digitale Rechten 

Lees het gehele artikel

Digitale Rechten zijn gewoon mensenrechten en om dat te laten zien ontwikkelt Roel Ottens een boomgids digitale rechten. Een boom waar de mensenrechten langzaam onze levens in komen dwarrelen door digitale technologie en waar heel veel verschillende wetgeving voor is ontwikkeld om onze rechten te beschermen. 

Mensen verhouden zich tot hun wereld met technologie. Het is een bemiddelende schakel in de interactie met hun omgeving, bijvoorbeeld in de communicatie met de overheid. Wetgeving speelt een grote rol bij het ontwerpen van die interactie. Lokale overheden zijn niet alleen bezig met de wetten te implementeren, maar zijn hiermee tevens hoeders van mensenrechten.  

Boomgids Digitale Rechten – Telengy Management & Advies

De boom moet nog groeien. Net als een echte boom vallen er vruchten, takken en bladeren uit, maar groeien er ook nieuwe bij. Ik ben op zoek naar input om een compleet plaatje te creëren van digitale rechten bij de lokale overheid, dus neem vooral contact op! 

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Terug naar de nieuwsbrief Overheid in Beweging

De toekomst van gemeentebanen in het tijdperk van Kunstmatige Intelligentie  

Lees het gehele artikel

Het landschap van arbeid en productie blijft evolueren, en dat is niets nieuws onder de zon. Tijdens de Industriële Revolutie zagen we al ingrijpende veranderingen; van de lantaarnaansteker tot de stadsomroeper, banen transformeerden of verdwenen. En het lot van de wegwerkers, waterdragers en tolgaarders, waarbij technologische vooruitgang leidde tot een vermindering van benodigde arbeidskrachten en de verschuiving naar zware fysieke arbeid in fabrieken. Deze geschiedenis herhaalt zich vandaag de dag met de opkomst van kunstmatige intelligentie. 

Sinds de automatisering in de jaren ’80, hebben we gezien hoe procedureel werk – denk aan taken van administratieve medewerkers, telefonisten en receptiemedewerkers – vereenvoudigd of zelfs overgenomen werd door machines. Dit maakte het mogelijk dat taken sneller en door minder gespecialiseerd personeel uitgevoerd konden worden. De digitalisering heeft de rol van archiefmedewerkers fundamenteel veranderd, waarbij de behoefte aan de traditionele archiefmedewerker afnam en de functie van Digitale Informatie Manager ontstond. Ook de boekhouder is meer analytisch en toezichthoudend werk gaan doen. 

Nu staat KI op de drempel om een nieuwe revolutie te ontketenen. KI leert zelfstandig, legt verbanden en ondersteunt steeds vaker bij besluitvormingsprocessen en kan zelf technisch ‘toezicht houden’. Enkele toepassingen zijn: 

  • Klant Contact Centra (KCC): Met virtuele assistenten en chatbots neemt de behoefte aan personeel af. 
  • Beleidsvorming: KI kan immense datasets analyseren, wat cruciaal is voor stadsplanning en beleidsontwikkeling. De rol verschuift van initiële data-analyse naar het interpreteren van inzichten. 
  • Handhaving en Facilitair Beheer: KI-systemen kunnen worden ingezet voor effectiever toezicht en beheer van openbare ruimtes en gebouwen. Ambtenaren moeten meer technische kennis krijgen om deze systemen te beheren en gebruiken. 
  • Vergunningsverlening: KI kan snel analyseren of een vergunning voldoet aan de omgevingsvisie. 
  • ICT: Programmeervaardigheden worden minder essentieel dankzij geavanceerde KI-ondersteuning en -systemen. 

Conclusie

Hoewel gemeentebanen niet per se verdwijnen, ondergaan ze wel een transformatie. Kunstmatige intelligentie neemt niet over, maar biedt ons de kans om te groeien en ons vaardigheden-arsenaal uit te breiden. Net als bij elke technologische revolutie zijn er winnaars en verliezers. Het is aan ons om flexibel en adaptief te blijven in deze tijden van verandering. 

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Terug naar de nieuwsbrief Overheid in Beweging

Nederlandse Publieke ID-wallet

Lees het gehele artikel

Mijn collega Wouter Le Febre schreef al uitgebreid over eIDAS 2.0 als basis voor een Europees digitaal identiteitssysteem en we zien nu de evolutie naar meer geïntegreerde digitale oplossingen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de ontwikkeling van de ID-wallet, een tool die de digitale autonomie van Europese burgers verder moet versterken. De eerste Nederlandse publieke ID-wallet is gereed. Bekijk hier de schermen.

ID-wallet

Een ID-wallet is een middel, meestal een applicatie op een mobiele telefoon van de gebruiker, waarmee de gebruiker meer regie krijgt over zijn of haar gegevens. De bronhouder, bijvoorbeeld de gemeente, geeft de gegevens aan de gebruiker, die deze veilig op kan slaan in de wallet. Wanneer een gebruiker gebruik wil maken van een dienst kan het zijn dat deze bijvoorbeeld zijn of haar leeftijd moet aantonen. Met de wallet kan de gebruiker uitsluitend de noodzakelijke gegevens tonen, waarvan de dienstverlener erop aan kan dat deze authentiek zijn. Het grote verschil met bestaande identiteitsmanagement-ecosystemen is dat gebruikers meer controle hebben over het gebruik van hun persoonsgegevens. Een voorbeeld van een nieuw model is het self-sovereign identity (SSI), hieronder vereenvoudigd schematisch weergegeven.

Voor meer informatie over de basisprincipes van SSI, zie www.surf.nl/ssi

Ontwikkeling en Implementatie van de ID-wallet

In Nederland is de eerste versie van de publieke ID-Wallet gepubliceerd. Deze is ontworpen om te functioneren binnen de veiligheids- en privacykaders die door eIDAS 2.0 zijn opgesteld. Het gaat hierbij om een eerste ‘minimum viable product’. De volgende stap is het uitwerken van een verstrekkings- en ontvangstvoorziening en het uitvoeren van beproevingen, om de werking in praktijksituaties te testen.

Toepassing van de ID-Wallet bij gemeenten

Als bronhouder spelen gemeenten een cruciale rol in de ontwikkeling en toepassing van de ID-Wallet.
Yivi, voorheen IRMA, is een goed voorbeeld van een digitale wallet voor het uitwisselen van persoonsgegevens op een privacy- en gebruikersvriendelijke manier. Een gebruiker van Yivi kan met een app zijn of haar gegevens ophalen bij verschillende uitgevers, zoals bij banken via iDIN, of uit de BRP via DigiD bij een aantal gemeentes onder leiding van gemeente Nijmegen. Vervolgens heeft de gebruiker zelf de regie over hoe deze gegevens gedeeld worden om op die manier alleen te delen wat noodzakelijk is.

Op 23 mei is er een ronde tafel geweest voor gemeenten die de digitale identiteit wallet toepassen of verkennen (of willen horen hoe anderen hiermee bezig zijn). Gemeente Rotterdam trapte de bijeenkomst af met de van oorsprong Belgische app itsme.

Eerste stappen voor gemeenten in de implementatie

De uitrol van de ID-Wallet wordt ondersteund door regelmatige bijeenkomsten en netwerkevenementen. Meld je aan op Pleio om up-to-date te blijven.

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Wouter Le Febre,  06 55 29 77 09 of w.l.febre@telengy.nl of met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

 

Kwantumtreinreis

Lees het gehele artikel

Op Innsbruck stapte ik op de Night Jet, de nachttrein naar Amsterdam. Het is altijd weer een kansspel met wie je de coupe deelt. Ik had geluk, een Fransman en Indiër. Terwijl skileraren buiten ons compartiment “tjikke tjakke ho ho ho” lallen, ontdekte ik dat de Fransman graag hondentrainer wilde worden en dat de jonge Indiër bezig is aan zijn PhD. Kwantumoptica aan de universiteit van Innsbruck. “Weet je iets van kwantuminternet?” is wat ik vroeg, om toch op enige manier in wereld te blijven die ik ken. Hij lacht vriendelijk en begint de basis van de basis aan mij uit te leggen:

“Om kwantuminternet te begrijpen moet je beginnen bij kwantummechanica”

Kwantuminternet maakt gebruik van de principes van kwantummechanica om informatie te verzenden en te ontvangen. In plaats van klassieke bits die 0 of 1 kunnen zijn, maken kwantumbits of qubits gebruik van superpositie en verstrengeling. Kwantummechanica is de theorie die deze fenomenen beschrijft. Daarom is begrip van kwantummechanica essentieel om de werking van kwantuminternet te begrijpen, omdat het de basisprincipes levert die nodig zijn om de unieke eigenschappen van qubits en hun gedrag te begrijpen.

Wat kan een gemeente met qubits?

Klassieke computerberekeningen kunnen alleen sequentieel worden uitgevoerd, één voor één, terwijl eigenschappen van qubits complexe berekeningen mogelijk maken waarbij informatie gelijktijdig tussen meerdere qubits kan worden uitgewisseld. Dat maakt nog meer parallelle verwerking mogelijk maakt.

Dit kan leiden tot aanzienlijke snelheidsverbeteringen bij het oplossen van bepaalde problemen. Kwantumcomputers kunnen hierdoor enorme hoeveelheden gegevens verwerken en complexe analyses uitvoeren. Dit kan lokale overheden helpen bij het identificeren van patronen, het voorspellen van trends en het nemen van datagestuurde beslissingen.

Tegenwoordig moeten inwoners zaken (in heel Europa), volledig digitaal kunnen regelen. Kwantumtechnologie kan de lokale overheid ondersteunen in de digitale communicatie en dienstverlening met inwoners waarbij vertrouwelijke gegevens worden uitgewisseld, zoals het gebruik van DigiD, stemprocedures of het doen van belastingaangifte. Maar ook beveiligde, efficiëntere en snellere communicatie in de veiligheidsdriehoek bij noodsituaties. De gemeente heeft hierbij de plicht om te zorgen dat deze gegevens tegen kennisneming door derden zijn beveiligd; kwantumcryptografie maakt dit mogelijk.

Mooie nieuwe technologie, toch?

De man uit India schudt zijn hoofd, één van zijn grootste zorgen is de ontwikkeling van grote, universele kwantumcomputers die een bedreiging vormen voor de huidige publiek-private communicatie-infrastructuur die wordt gebruikt om bijvoorbeeld het meeste internetverkeer en financiële transacties te verifiëren en te beveiligen. Risico’s kunnen bijvoorbeeld ontstaan rondom de aantasting van de continuïteit van vitale processen of het weglekken van vertrouwelijke informatie. Deze risico’s zijn met de huidige cyberdreigingen al bekend, maar met kwantumtechnologie worden overheidsorganisaties vele malen kwetsbaarder. Tot slot weten we niet welke dag kwantumtechnologie in de verkeerde handen valt en wij klaar moeten zijn om onszelf te beschermen tegen deze technologische ontwikkeling.

Uitdagingen voor lokale overheden

Kwantumtechnologieën gaan belangrijk worden. Van de gemeentesecretaris en CI(D)(S)O tot applicatie- en systeembeheerders moeten educatieve programma’s volgen om bewust te worden van de kansen en implicaties van kwantumtechnologieën op hun werk.

Er zijn investeringen in infrastructuur, hierbij gaat het om kwantumtechnologie te integreren in de huidige operationele netwerkhardware en netwerkinfrastructuur. Quantum Internet Alliance bouwt hiervoor een prototype van een kwantumnetwerk, met zowel intra- als interstedelijke verbindingen.

Naast een investering in geavanceerde infrastructuur zullen er ook risicobeperkende investeringen moeten plaatsvinden bij de informatiebeveiliging, bijvoorbeeld in de ontwikkeling of inzet van post-kwantumcryptografie om informatie te beschermen.

Tot slot

Terwijl de trein zijn eindbestemming nadert, blijf ik achter met een gevoel van verwondering over de mogelijkheden die kwantumtechnologieën bieden. Helaas heb ik niet meer kunnen vragen hoe de Franse hondentrainer erin stond.

Meer weten?

Voor meer informatie is Roel Ottens beschikbaar via 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

 

Het trainen van datageletterdheid

Lees het gehele artikel

Een datacultuur is een goede basis voor het ontwikkelen van datageletterdheid. Voor een organisatie die met data werkt, is het zaak de juiste condities te creëren. Eén onderdeel is het trainen van medewerkers.

Nu-meting (behoefteanalyse)

Een ‘nul’-meting is op dit onderwerp niet van toepassing, veel medewerkers hebben al kennis van data. Een nu-meting geeft inzicht waar de datacultuur al leeft en waar nog aandacht voor nodig is. Vragen die hierbij helpen, zijn:

  1. Wat is de verdeling van de kennis en waar zit die?
  2. Wat is de motivatie om vaardigheden en kennis op te doen?
  3. Welke middelen, trainingen en competentieontwikkeling wordt er al ingezet?
  4. Sluit de huidige kennis en vaardigheden en op het gewenste datavolwassenheidsniveau?

Ontwerp en Ontwikkeling (Trainingsprogramma’s en materialen)

Op basis van de meting kunnen passende trainingsprogramma’s en materialen ontwikkeld worden. Deze kunnen zich richten op persona’s in de organisatie, o.a.:

De data beginner en -criticus zijn vaak gebaat bij proactieve leerprogramma’s, terwijl bij de data scientist of professional een reactieve insteek voldoende kan zijn. Voor beide programma’s geldt dat het slim is om de 70-20-10 regel aan te houden uit het model van M. Lombardo and R. Eichinger:

Implementatie: leren en ontwikkeling

Het ontwikkelen van datacultuur vraagt langdurige aandacht en het is aan te raden om het onderdeel te maken van het HR-proces Leren en Ontwikkelen. Het is een continu proces dat is ontworpen om de groei en vooruitgang van een individu en de organisatie te ondersteunen. Hierbij is aanmoediging van bestuurder, managers en leidinggevende van cruciaal belang.

Herziening

Het is belangrijk om te benadrukken dat het ontwikkelen van een datacultuur een dynamisch en iteratief proces is, dat voortdurend wordt aangepast en verbeterd op basis van feedback en veranderende organisatorische behoeften.
Om effectief te zijn, zal de organisatie na de implementatie de effectiviteit van de leerprogramma’s en -materialen evalueren. Dit kan gebeuren door middel van feedback van de werknemers, beoordelingen van de prestaties, of andere meetmethoden. Hierdoor blijft het ontwikkel- en leeraanbod relevant en bij de tijd.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Wat is een datacultuur?

Lees het gehele artikel

Het kunnen creëren van waarde met data is zeer afhankelijk van de cultuur in een organisatie. Om als gemeente succes te hebben met data moeten medewerkers datageletterd zijn. Hiervoor is een datacultuur nodig. In twee artikelen nemen we deze cultuur onder de loep:

  1. Wat is een datacultuur?
  2. Hoe creëer je een datacultuur?

Datacultuur

In een datacultuur zijn medewerkers gemotiveerd om datavaardigheden te ontwikkelen, te benutten en te verbeteren. In een datacultuur is een aantal kenmerken aanwezig zoals:

  • Datataal, er wordt gewerkt aan een gedeelde taal, begrip en jargon om gesprekken rondom data te verbeteren.
  • Analytische vaardigheden, logisch en kritisch redeneren staat centraal.
  • Visualisatie, het kunnen begrijpen, werken en analyseren van gevisualiseerde data.
  • Constant leren, de gehele organisatie is bereid vaardigheden te ontwikkelen.
  • Mentoring, in de organisatie zijn mentoren aanwezig om collega’s te begeleiden.

 Datageletterdheid

De doelstelling van een datacultuur is het ontwikkelen, benutten en verbeteren van datageletterdheid. MIT-professor Catherine D’Ignazio en onderzoeker Rahul Bhargava beschrijven in hun artikel datageletterdheid als het vermogen om:

  • data te lezen, wat betekent dat je begrijpt wat data zijn en welke aspecten van de wereld het vertegenwoordigt;
  • te werken met gegevens, inclusief het creëren, verwerven, opschonen en beheren ervan;
  • gegevens te analyseren, wat het filteren, sorteren, aggregeren, vergelijken en uitvoeren van andere analytische bewerkingen erop inhoudt;
  • te discussiëren met data, wat betekent dat je data gebruikt om een ​​groter verhaal te ondersteunen dat bedoeld is om een ​​boodschap of verhaal aan een bepaald publiek over te brengen.

Uiteindelijk wordt door dit proces data verrijkt met menselijke intelligentie, waardoor data waarde krijgt voor de medewerker en de rest van de  organisatie.

Bron: https://www.afstudeergoeroes.nl/onderzoek-en-afstuderen/onderzoek/analyse/data-kennis-informatie-en-wijsheid/

Volgende keer…

Nu we weten wat een datacultuur is, gaan we aan de slag met het creëren van een datacultuur. Hiervoor gaan we o.a. op zoek naar digitale leiders.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Het zelfstigma van overheidsorganisaties

Lees het gehele artikel

Een groot deel van mijn week besteed ik aan maatschappelijke digitale vraagstukken. Hierin ben ik kritisch op o.a. processen, organisaties, samenwerkingen, visies en strategieën. Soms bekruipt mij het gevoel dat de toekomst met digitale technologie niet beter wordt. Ik ben niet de enige: columns, films en romans confronteren ons al sinds het ontstaan van digitale technologie met een dystopisch toekomstbeeld. Aan de ene kant maakt het ons kritisch, waarschuwt het ons en laat het ons denken over wat we wel en niet willen. Aan de andere kant stigmatiseert het.

Totalitair regime?

Overheidsorganisaties worden in de toekomst vaak afgeschilderd als een totalitaire regimes die met slimme camera’s, robots en drones de samenleving onderdrukken en beheersen. Dit kan leiden tot wantrouwen in de samenleving en mogelijk zelfs tot complottheorieën. Voor mensen bij de overheid kan het leiden tot zelfstigma.

Zelfstigma

De term zelfstigma wordt veel gebruikt in de geestelijke gezondheidszorg. Het idee is dat mensen met een psychische aandoening de negatieve denkbeelden uit de samenleving overnemen en op zichzelf toepassen. Wellicht kunnen we dit beeld ook toepassen op overheidsorganisaties die vanuit negatieve sentimenten in de samenleving gaan denken dat zij digitale technologie niet kunnen begeleiden. Dat zij meedeinen op de golven van de buitenwereld. Dat zij met moeite het hoofd boven water houden tussen alle technologische ontwikkelingen.

Richting geven

Wat mij betreft een slechte zaak. Niet een technologische zee, maar de overheid zou richting moeten geven aan de digitale samenleving en participatief de digitale samenleving moeten inrichten. De ontwikkelaars van technologie hebben de beste intenties met hun oplossingen, maar dienen niet het algemeen belang en zijn daarmee niet de aangewezen partij om onze koers te bepalen.

Laten we leren van het woord zelfstigma. Laten we ons daar aan ontworstelen en destigmatiseren. Laten we een positiever toekomstbeeld ontwikkelen over overheidsorganisaties die technologie gebruiken om de samenleving te ondersteunen. Laten we daarvoor in al onze beloftes over bestaanszekerheid, economie, zorg, ruimte en oa. landbouw rekening houden met de inzet van verantwoorde digitale technologie.

Bron

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Borg gemeentelijke zeggenschap bij deelname datacoöperatie

Lees het gehele artikel

Data is een belangrijke factor bij het verbeteren van de bedrijfsvoering en dienstverlening van gemeenten. Het verzamelen van data en de verwerking daarvan zijn essentieel voor de digitalisering en automatisering. Om dit beter mogelijk te maken centraliseren en consolideren gemeenten data in samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld in bedrijfsvoeringsorganisaties of coöperaties.

In deze verbanden worden verscheidene oplossingen ontwikkeld voor het aangesloten collectief. Deze oplossingen richten zich bijvoorbeeld op het verbeteren van beleid, veiligheid, efficiëntie of fraudebestrijding. Het kan voorkomen dat er twijfel ontstaat of de ontwikkeling van oplossingen het algemeen belang (nog) dient en of het risicovol, nodig of gewenst is voor een specifieke gemeente. In hoeverre heeft de eindverantwoordelijke van data, het gemeentelijk bestuur, hier nog controle op?

Aan de hand van een niet opzichzelfstaand praktijkvoorbeeld waar een gemeente ervoor kiest om in een coöperatie met data te werken, bekijken we wat de risico’s zijn voor een gemeente.

Praktijkvoorbeeld

Een niet nader te noemen gemeente nam het besluit om toe te treden tot een coöperatie die op de website haar doel omschrijft:

“als overkoepelende data-autoriteit bij te dragen aan beter beleid en effectievere dienstverlening door bij te dragen aan maatschappelijke organisaties voor de inwoners.”

De gemeente wil datagedreven werken stimuleren en daarmee de kwaliteit verbeteren van beleidsbeslissingen. De aard van de werkzaamheden en de huidige organisatiestructuur heeft moeite om de ontwikkelingen rond data bij te benen. De gemeente noemt dit een risico, omdat er dan een kloof ontstaat met de maatschappij. Specifieke argumenten om deel nemen aan de coöperatie zijn:

  • Het veilig delen van data
  • Kennisdeling
  • Shared servicecenter
  • Economisch voordeel
  • Dienstverleningsprocessen slimmer en effectiever maken
  • Schaalvoordelen

De stelling van het college van B&W en de coöperatie is dat de overkoepelende organisatie in dit alles kan voorzien en voorziet ook in het het algemeen belang door te komen tot betere beleidskeuzes op basis van onder andere inwonersdata.

Het algemeen belang

In deze gemeente is er niet zichtbaar gesproken over een redelijke verhouding tussen het doel en het ingezette middel (bijvoorbeeld de inwonersdata). In het besluit staat:

“de gemeenteraad heeft geen aanvullende wensen en bedenkingen ten aanzien van de voorgenomen toetreding tot de coöperatie ”

In het besluit wordt open gelaten wat algemeen belang is, welke beleidskeuzes worden ondersteund en welke maatschappelijke opgaven de kloof gaan dichten. Het kan dus zomaar zijn dat data gebruikt gaat worden bij het vergelijken van gemeenschappen, dorpsprofielen, experimentele voorspelmodellen over zorgbehoeften of voor profilering. Kortom, welke invloed kan het gemeentebestuur dan nog uitoefenen op een coöperatie wanneer zij vindt dat projecten of oplossing van de coöperatie niet het algemeen belang dient?

Invloed en governance

Bij de inrichting van governance in het praktijkvoorbeeld is “bewust gekozen voor een ‘democratische’ opzet.” [1] Elk lid heeft minimaal één stem en maximaal drie stemmen in de ALV, afhankelijk van het lidmaatschap. Dat kan betekenen dat de gemeente relatief minder invloed heeft. De andere vormen van invloed zijn:

  • Het dagelijks bestuur, deze wordt elke vier jaar door de leden van de coöperatie gekozen.
  • De vorming van de Digitale Samenwerkingsagenda, deze bepaalt in hoofdzaak de onderwerpen waar de coöperatie zich mee bezighoudt en zorgt zo voor de provinciale samenhang en inhoud van het programma.
  • Deze agenda wordt opgesteld door een Programma Adviescommissie (PAC), die bestaat uit minimaal 8 afgevaardigden van de leden.

In het praktijkvoorbeeld is goed te zien dat het gemeentelijk bestuur het onderdeel ‘sturen’ in governance grotendeels weggeeft. Het bepalen van de richting, het stellen van kaders en doelstellingen is verdeeld over meerdere partijen en lagen. Het collectief bepaalt wat belangrijk is en de gemeente heeft daarmee minder soevereiniteit. Daarnaast zal een datagedreven oplossing niet altijd relevant zijn voor de gemeente en niet altijd toegespitst zijn op haar specifieke informatiebehoefte.

Als de gemeente geen rol krijgt in het dagelijks bestuur, kan zij niet ‘beheersen’ wat zij initieel wilde bereiken. De uitvoering (organisatie, gebruik van gestelde kaders en processen) liggen immers buiten de eigen organisatie, waardoor er geen invloed is op de totstandkoming van de oplevering en de resultaten.

Blijvende verantwoordelijkheid

Uiteindelijk heeft de gemeente bij deelname aan een coöperatie substantieel minder controle over welke projecten uitgevoerd worden met het geld en de data van de inwoners. De processen en organisatie verschuiven naar de coöperatie, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de gezamenlijke leden. Toch blijven ethisch (on)verantwoorde, (on)rechtmatige of risicovolle projecten de verantwoordelijkheid van de aangesloten gemeente.

De gemeente heeft een afweging te maken en politiek te bediscussiëren welk mandaat zij weggeeft aan een samenwerkingsverband. Het outsourcen van de techniek en opslag van data is een andere keuze dan het volledig overdragen van de (data) organisatie, processen en kaders.

Tot slot kan je de vraag stellen of een datacoöperatie voldoende het algemeen belang van een gemeente dient wanneer ontwikkelingen en diensten zich niet alleen toespitsen op het algemeen belang van die specifieke gemeente. In dit geval lijkt de verhouding tussen doel en inzet van een datacoöperatie uit balans.

[1] Democratie is een bestuursvorm gebaseerd op het gelijkheidsideaal. Als het type lidmaatschap bepaalt hoeveel stemmen er uitgebracht wordt, wordt niet voldaan aan dit kenmerk.

Meer weten?

Voor meer informatie over een van deze trajecten of over de inzet van onze adviseurs, kunt u contact opnemen met onze commercieel manager Roel Ottens via telefoonnummer: 06 50 43 15 77 of via e-mail: r.ottens@telengy.nl.

Instrumentele technologische visie belemmert (lokaal) politiek debat

Lees het gehele artikel

In het Global Risk Report van het World Economic Forum (WEF) worden de grote risico’s en trends genoemd waarmee de wereld op korte en lange termijn te maken zal krijgen: klimaat, migratiestromen en de effecten van digitale technologieën. Waar de eerste twee onderwerpen veel aandacht krijgen, zijn de effecten van digitale technologie op onze samenleving onderbelicht.

Neutrale technologie

Natuurlijk kunnen deze digitale technologieën grote voordelen met zich meebrengen voor gemeenten, bedrijven en burgers, maar het gebruik ervan is niet zonder risico. Volgens het Rathenau Instituut komt dat omdat we de (maatschappelijke) impact ervan vaak niet overzien. Technologie wordt meestal gezien als een nuttig hulpmiddel om bepaalde doelen te bereiken, zoals efficiëntie en veiligheid. In deze puur instrumentele visie is de technologie zelf waardevrij of ‘neutraal’. Maar daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat technologische verandering altijd ook indirecte effecten heeft.

Vernieuwde blik

De instrumentele visie is naar mijn mening ook de reden waarom de inzet van technologie minder aandacht krijgt in onze lokale politiek en daarmee ontsnapt het nog te vaak aan democratische afweging van de gemeenteraad. Vanouds wordt technologie vanuit de klassieke techniekfilosofie bestempeld als onafhankelijk en autonoom (instrumenteel), maar de moderne techniekfilosofie spreekt over de wisselwerking tussen techniek, de samenleving, de mens en de wereld. Daarmee verandert de vraag van een klassieke instrumentele objectieve beschouwing van technologie naar het (moreel) goed omgaan met technologie. We moeten kritisch gaan nadenken en bediscussiëren welke maatschappelijke effecten we willen hebben van digitale technologieën. Dit kan betekenen dat we afwegingen maken tussen waarden, eisen stellen aan techniek, de omgeving aanpassen of de kwetsbare mens beschermen. Deze ethische afwegingen horen, wat mij betreft thuis in de politiek.

Maatschappelijke effecten

De gemeenteraad en het college van B&W hebben baat bij dit debat. Digitale technologieën verweven zich namelijk met bestaande technologieën en hebben daarmee invloed op vrijwel elk beleidsdomein in de gemeente. Zo gaat het debat niet alleen over techniek, maar over effecten op onze lokale economie, milieu, energie, openbare ruimte, (digitale) veiligheid, democratie en bijvoorbeeld burgerschap.

Tot slot

Het is tijd dat we verder kijken dan de techniek, de maatschappelijke effecten gaan herkennen en de soms taaie en complexe materie aangaan. De inwoners van nu en later verdienen een democratische afgewogen (digitale) samenleving.

Meer weten?

Voor meer informatie is Roel Ottens beschikbaar via 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

 

Afsluiting enerverende Leergang Informatie & Innovatie

Lees het gehele artikel

In het afgelopen jaar is de gemeente Hoeksche Waard samen met Telengy door Nederland gereisd om meer te leren over Informatie en Innovatie. In het oude Raadhuis van Oud-Beijerland kwamen wij nog een laatste keer bijeen om alle opgehaalde informatie te vertalen naar de praktijksituatie van de gemeente.

Bij de start werd eerst stil gestaan bij de laatste ontwikkelingen zoals de wetgeving Omgevingswet en allerlei afkortingen W00, Wmebv, Sdg, Wams, Wdo, Who. Daarnaast hebben we ingezoomd op wat de trends zijn binnen gemeenten. Hierbij gebruikten we als leidraad het Trendrapport 2023 van de VNG en het rapport van de Rijksoverheid Waardengedreven Digitaliseren.

Het meest keken we uit naar de presentaties van de deelnemers zelf. De groep is met veel enthousiasme en creativiteit aan de slag gegaan met hun persoonlijk leervraag. De opdracht was om dit te presenteren op een creatieve en ludieke manier. En daarin zijn ze glansrijk geslaagd!

  1. De eerste groep plaatste alle toeschouwers in een fictieve trein om een reis naar digitale gemeente Hoeksche Waard in de toekomst te maken, waarbij divers innovaties werden aangestipt.
  2. De tweede groep kreeg het voor elkaar om het complexe onderwerp de architectuur van de gemeente in een context te plaatsen waardoor de vraagstukken en handelingsopties van de gemeente zichtbaar werden. Er is niet direct een antwoord op alle vragen geformuleerd, maar wel veel meer helderheid ontstaan over de vraagstukken en welke stakeholders daarbij betrokken moeten worden.
  3. De derde groep boog zich over het onderwerp governance in relatie tot de informatievoorziening. Deze groep zette de toeschouwers aan het werk met een quiz, waar de antwoordopties af en toe verrassender waren dan de vragen!
  4. De laatste groep nam het onderwerp data en ethiek op zich. Metaforisch bliezen zij de ruimte vol met rook, hierbij was de boodschap dat data verzamelen en analyseren geen rookgordijn mag zijn voor de inwoners van de gemeente. Transparantie en werken vanuit een vastgesteld kader zijn randvoorwaardelijk. Daarnaast maakte zij het heel concreet door zich te verkleden als stereotypen die veelal met het onderwerp te maken krijgen. De conclusie van het verhaal is dat de afdeling een groeiende rol heeft in dergelijke vraagstukken en vakafdelingen ook aan de digitaal technologische kant hun deel moeten gaan bijdragen.Tot slot vond er nog een klassieke uitreiking plaats bij met prachtige foto’s en een diner. Wij willen iedereen nogmaals bedanken voor dit ontzettende enerverende jaar!

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens via telefoonnummer: 06 50 43 15 77 of via e-mail: r.ottens@telengy.nl.