Auteursarchief: Roel Ottens

Nederlandse Publieke ID-wallet

Lees het gehele artikel

Mijn collega Wouter Le Febre schreef al uitgebreid over eIDAS 2.0 als basis voor een Europees digitaal identiteitssysteem en we zien nu de evolutie naar meer geïntegreerde digitale oplossingen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de ontwikkeling van de ID-wallet, een tool die de digitale autonomie van Europese burgers verder moet versterken. De eerste Nederlandse publieke ID-wallet is gereed. Bekijk hier de schermen.

ID-wallet

Een ID-wallet is een middel, meestal een applicatie op een mobiele telefoon van de gebruiker, waarmee de gebruiker meer regie krijgt over zijn of haar gegevens. De bronhouder, bijvoorbeeld de gemeente, geeft de gegevens aan de gebruiker, die deze veilig op kan slaan in de wallet. Wanneer een gebruiker gebruik wil maken van een dienst kan het zijn dat deze bijvoorbeeld zijn of haar leeftijd moet aantonen. Met de wallet kan de gebruiker uitsluitend de noodzakelijke gegevens tonen, waarvan de dienstverlener erop aan kan dat deze authentiek zijn. Het grote verschil met bestaande identiteitsmanagement-ecosystemen is dat gebruikers meer controle hebben over het gebruik van hun persoonsgegevens. Een voorbeeld van een nieuw model is het self-sovereign identity (SSI), hieronder vereenvoudigd schematisch weergegeven.

Voor meer informatie over de basisprincipes van SSI, zie www.surf.nl/ssi

Ontwikkeling en Implementatie van de ID-wallet

In Nederland is de eerste versie van de publieke ID-Wallet gepubliceerd. Deze is ontworpen om te functioneren binnen de veiligheids- en privacykaders die door eIDAS 2.0 zijn opgesteld. Het gaat hierbij om een eerste ‘minimum viable product’. De volgende stap is het uitwerken van een verstrekkings- en ontvangstvoorziening en het uitvoeren van beproevingen, om de werking in praktijksituaties te testen.

Toepassing van de ID-Wallet bij gemeenten

Als bronhouder spelen gemeenten een cruciale rol in de ontwikkeling en toepassing van de ID-Wallet.
Yivi, voorheen IRMA, is een goed voorbeeld van een digitale wallet voor het uitwisselen van persoonsgegevens op een privacy- en gebruikersvriendelijke manier. Een gebruiker van Yivi kan met een app zijn of haar gegevens ophalen bij verschillende uitgevers, zoals bij banken via iDIN, of uit de BRP via DigiD bij een aantal gemeentes onder leiding van gemeente Nijmegen. Vervolgens heeft de gebruiker zelf de regie over hoe deze gegevens gedeeld worden om op die manier alleen te delen wat noodzakelijk is.

Op 23 mei is er een ronde tafel geweest voor gemeenten die de digitale identiteit wallet toepassen of verkennen (of willen horen hoe anderen hiermee bezig zijn). Gemeente Rotterdam trapte de bijeenkomst af met de van oorsprong Belgische app itsme.

Eerste stappen voor gemeenten in de implementatie

De uitrol van de ID-Wallet wordt ondersteund door regelmatige bijeenkomsten en netwerkevenementen. Meld je aan op Pleio om up-to-date te blijven.

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Wouter Le Febre,  06 55 29 77 09 of w.l.febre@telengy.nl of met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

 

Ondertussen in…

Lees het gehele artikel

Telengy staat bekend als een deskundig en betrokken partner voor de overheid. Steeds meer overheidsorganisaties (h)erkennen dit en maken gebruik van onze kennis en kunde. In ‘Ondertussen in…’ een selectie van nieuwe opdrachten in de afgelopen periode.

Gemeente Waalwijk

De gemeente Waalwijk is bij veel gegevensverwerkingen verplicht om een DPIA uit te voeren. DPIA staat voor Data Protection Impact Assessment (DPIA) en is een proces waarmee organisaties de privacyrisico’s bij een (voorgenomen) verwerking van persoonsgegevens kunnen identificeren, evalueren en mitigeren. Gemeenten voeren DPIA’s uit in het kader van wettelijke vereisten, gegevensbescherming en risicobeheersing.
Het uitvoeren van een DPIA vraagt om specialistische kennis en kan met name bij complexere verwerkingen een tijdrovend proces zijn. Om in kortere tijd verwerkingen van de gemeente Waalwijk te analyseren vraagt de gemeente John Vloemans en Wouter Le Febre om een deel van deze DPIA’s uit te voeren.

Gemeente Arnhem

In de gemeente Arnhem gaat Marleen van Dongen aan de slag als projectondersteuner. Zij ondersteunt de Woo-coördinator bij het optimaliseren van het proces Woo-verzoek en het positioneren van het team in de organisatie. Tot slot ondersteunt zij bij anonimiseringssoftware ter ondersteuning van de Woo-werkzaamheden.

Gemeente Zeist

Na een succesvol onderzoek naar de Wmebv bij de gemeente Berg en Dal gaat Thor Berns nu aan de slag bij de gemeente Zeist. Vanaf 1 januari 2025 wordt de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) van kracht, waardoor inwoners en bedrijven hun overheidszaken digitaal kunnen regelen. De nieuwe wet biedt hen ook het recht om officiële documenten elektronisch te verzenden en versterkt hun rechtspositie in digitaal contact met de overheid. Vanwege de complexiteit van de vereiste aanpassingen is Thor aangesteld als tijdelijke externe projectleider om de implementatie van deze wet te leiden. Zijn werkzaamheden omvatten het analyseren van de huidige situatie, het opstellen van een communicatie- en actieplan en het begeleiden van de uitvoering daarvan.

Gemeente Heusden

He’s back. Ger Manders gaat wederom aan de slag bij de gemeente Heusden als manager I&A.

Gemeente Twenterand

We zijn verheugd om de eerste opdracht van Aleida Moerkerken aan te kondigen als teamleider bij de gemeente Twenterand. Aleida brengt een schat aan ervaring binnen de gemeentelijke organisatie mee. In haar nieuwe rol zal ze zich richten op het optimaliseren van de inzet van mensen en middelen en het vertalen van concernbeleid naar concrete actieplannen voor haar teams.

Gemeente Soest en Baarn

De gemeenten Soest en Baarn voeren ieder zelfstandig de belastingtaken uit. Beide gemeenten werken al wel informeel samen op het gebied van gemeentelijke belastingen en het beheer van geo-basisregistraties. Luc onderzoekt de haalbare scenario’s voor samenwerking tussen de gemeenten Soest en Baarn in belastingtaken. En evalueert alternatieve uitbestedings-opties voor Baarn’s belastingtaken, met een beschrijving en beoordeling van de voor- en nadelen, mocht samenwerking niet haalbaar zijn.

Meer weten?

Voor meer informatie over een van deze trajecten of over de inzet van onze adviseurs, kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Kwantumtreinreis

Lees het gehele artikel

Op Innsbruck stapte ik op de Night Jet, de nachttrein naar Amsterdam. Het is altijd weer een kansspel met wie je de coupe deelt. Ik had geluk, een Fransman en Indiër. Terwijl skileraren buiten ons compartiment “tjikke tjakke ho ho ho” lallen, ontdekte ik dat de Fransman graag hondentrainer wilde worden en dat de jonge Indiër bezig is aan zijn PhD. Kwantumoptica aan de universiteit van Innsbruck. “Weet je iets van kwantuminternet?” is wat ik vroeg, om toch op enige manier in wereld te blijven die ik ken. Hij lacht vriendelijk en begint de basis van de basis aan mij uit te leggen:

“Om kwantuminternet te begrijpen moet je beginnen bij kwantummechanica”

Kwantuminternet maakt gebruik van de principes van kwantummechanica om informatie te verzenden en te ontvangen. In plaats van klassieke bits die 0 of 1 kunnen zijn, maken kwantumbits of qubits gebruik van superpositie en verstrengeling. Kwantummechanica is de theorie die deze fenomenen beschrijft. Daarom is begrip van kwantummechanica essentieel om de werking van kwantuminternet te begrijpen, omdat het de basisprincipes levert die nodig zijn om de unieke eigenschappen van qubits en hun gedrag te begrijpen.

Wat kan een gemeente met qubits?

Klassieke computerberekeningen kunnen alleen sequentieel worden uitgevoerd, één voor één, terwijl eigenschappen van qubits complexe berekeningen mogelijk maken waarbij informatie gelijktijdig tussen meerdere qubits kan worden uitgewisseld. Dat maakt nog meer parallelle verwerking mogelijk maakt.

Dit kan leiden tot aanzienlijke snelheidsverbeteringen bij het oplossen van bepaalde problemen. Kwantumcomputers kunnen hierdoor enorme hoeveelheden gegevens verwerken en complexe analyses uitvoeren. Dit kan lokale overheden helpen bij het identificeren van patronen, het voorspellen van trends en het nemen van datagestuurde beslissingen.

Tegenwoordig moeten inwoners zaken (in heel Europa), volledig digitaal kunnen regelen. Kwantumtechnologie kan de lokale overheid ondersteunen in de digitale communicatie en dienstverlening met inwoners waarbij vertrouwelijke gegevens worden uitgewisseld, zoals het gebruik van DigiD, stemprocedures of het doen van belastingaangifte. Maar ook beveiligde, efficiëntere en snellere communicatie in de veiligheidsdriehoek bij noodsituaties. De gemeente heeft hierbij de plicht om te zorgen dat deze gegevens tegen kennisneming door derden zijn beveiligd; kwantumcryptografie maakt dit mogelijk.

Mooie nieuwe technologie, toch?

De man uit India schudt zijn hoofd, één van zijn grootste zorgen is de ontwikkeling van grote, universele kwantumcomputers die een bedreiging vormen voor de huidige publiek-private communicatie-infrastructuur die wordt gebruikt om bijvoorbeeld het meeste internetverkeer en financiële transacties te verifiëren en te beveiligen. Risico’s kunnen bijvoorbeeld ontstaan rondom de aantasting van de continuïteit van vitale processen of het weglekken van vertrouwelijke informatie. Deze risico’s zijn met de huidige cyberdreigingen al bekend, maar met kwantumtechnologie worden overheidsorganisaties vele malen kwetsbaarder. Tot slot weten we niet welke dag kwantumtechnologie in de verkeerde handen valt en wij klaar moeten zijn om onszelf te beschermen tegen deze technologische ontwikkeling.

Uitdagingen voor lokale overheden

Kwantumtechnologieën gaan belangrijk worden. Van de gemeentesecretaris en CI(D)(S)O tot applicatie- en systeembeheerders moeten educatieve programma’s volgen om bewust te worden van de kansen en implicaties van kwantumtechnologieën op hun werk.

Er zijn investeringen in infrastructuur, hierbij gaat het om kwantumtechnologie te integreren in de huidige operationele netwerkhardware en netwerkinfrastructuur. Quantum Internet Alliance bouwt hiervoor een prototype van een kwantumnetwerk, met zowel intra- als interstedelijke verbindingen.

Naast een investering in geavanceerde infrastructuur zullen er ook risicobeperkende investeringen moeten plaatsvinden bij de informatiebeveiliging, bijvoorbeeld in de ontwikkeling of inzet van post-kwantumcryptografie om informatie te beschermen.

Tot slot

Terwijl de trein zijn eindbestemming nadert, blijf ik achter met een gevoel van verwondering over de mogelijkheden die kwantumtechnologieën bieden. Helaas heb ik niet meer kunnen vragen hoe de Franse hondentrainer erin stond.

Meer weten?

Voor meer informatie is Roel Ottens beschikbaar via 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

 

Het trainen van datageletterdheid

Lees het gehele artikel

Een datacultuur is een goede basis voor het ontwikkelen van datageletterdheid. Voor een organisatie die met data werkt, is het zaak de juiste condities te creëren. Eén onderdeel is het trainen van medewerkers.

Nu-meting (behoefteanalyse)

Een ‘nul’-meting is op dit onderwerp niet van toepassing, veel medewerkers hebben al kennis van data. Een nu-meting geeft inzicht waar de datacultuur al leeft en waar nog aandacht voor nodig is. Vragen die hierbij helpen, zijn:

  1. Wat is de verdeling van de kennis en waar zit die?
  2. Wat is de motivatie om vaardigheden en kennis op te doen?
  3. Welke middelen, trainingen en competentieontwikkeling wordt er al ingezet?
  4. Sluit de huidige kennis en vaardigheden en op het gewenste datavolwassenheidsniveau?

Ontwerp en Ontwikkeling (Trainingsprogramma’s en materialen)

Op basis van de meting kunnen passende trainingsprogramma’s en materialen ontwikkeld worden. Deze kunnen zich richten op persona’s in de organisatie, o.a.:

De data beginner en -criticus zijn vaak gebaat bij proactieve leerprogramma’s, terwijl bij de data scientist of professional een reactieve insteek voldoende kan zijn. Voor beide programma’s geldt dat het slim is om de 70-20-10 regel aan te houden uit het model van M. Lombardo and R. Eichinger:

Implementatie: leren en ontwikkeling

Het ontwikkelen van datacultuur vraagt langdurige aandacht en het is aan te raden om het onderdeel te maken van het HR-proces Leren en Ontwikkelen. Het is een continu proces dat is ontworpen om de groei en vooruitgang van een individu en de organisatie te ondersteunen. Hierbij is aanmoediging van bestuurder, managers en leidinggevende van cruciaal belang.

Herziening

Het is belangrijk om te benadrukken dat het ontwikkelen van een datacultuur een dynamisch en iteratief proces is, dat voortdurend wordt aangepast en verbeterd op basis van feedback en veranderende organisatorische behoeften.
Om effectief te zijn, zal de organisatie na de implementatie de effectiviteit van de leerprogramma’s en -materialen evalueren. Dit kan gebeuren door middel van feedback van de werknemers, beoordelingen van de prestaties, of andere meetmethoden. Hierdoor blijft het ontwikkel- en leeraanbod relevant en bij de tijd.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Wat is een datacultuur?

Lees het gehele artikel

Het kunnen creëren van waarde met data is zeer afhankelijk van de cultuur in een organisatie. Om als gemeente succes te hebben met data moeten medewerkers datageletterd zijn. Hiervoor is een datacultuur nodig. In twee artikelen nemen we deze cultuur onder de loep:

  1. Wat is een datacultuur?
  2. Hoe creëer je een datacultuur?

Datacultuur

In een datacultuur zijn medewerkers gemotiveerd om datavaardigheden te ontwikkelen, te benutten en te verbeteren. In een datacultuur is een aantal kenmerken aanwezig zoals:

  • Datataal, er wordt gewerkt aan een gedeelde taal, begrip en jargon om gesprekken rondom data te verbeteren.
  • Analytische vaardigheden, logisch en kritisch redeneren staat centraal.
  • Visualisatie, het kunnen begrijpen, werken en analyseren van gevisualiseerde data.
  • Constant leren, de gehele organisatie is bereid vaardigheden te ontwikkelen.
  • Mentoring, in de organisatie zijn mentoren aanwezig om collega’s te begeleiden.

 Datageletterdheid

De doelstelling van een datacultuur is het ontwikkelen, benutten en verbeteren van datageletterdheid. MIT-professor Catherine D’Ignazio en onderzoeker Rahul Bhargava beschrijven in hun artikel datageletterdheid als het vermogen om:

  • data te lezen, wat betekent dat je begrijpt wat data zijn en welke aspecten van de wereld het vertegenwoordigt;
  • te werken met gegevens, inclusief het creëren, verwerven, opschonen en beheren ervan;
  • gegevens te analyseren, wat het filteren, sorteren, aggregeren, vergelijken en uitvoeren van andere analytische bewerkingen erop inhoudt;
  • te discussiëren met data, wat betekent dat je data gebruikt om een ​​groter verhaal te ondersteunen dat bedoeld is om een ​​boodschap of verhaal aan een bepaald publiek over te brengen.

Uiteindelijk wordt door dit proces data verrijkt met menselijke intelligentie, waardoor data waarde krijgt voor de medewerker en de rest van de  organisatie.

Bron: https://www.afstudeergoeroes.nl/onderzoek-en-afstuderen/onderzoek/analyse/data-kennis-informatie-en-wijsheid/

Volgende keer…

Nu we weten wat een datacultuur is, gaan we aan de slag met het creëren van een datacultuur. Hiervoor gaan we o.a. op zoek naar digitale leiders.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Het zelfstigma van overheidsorganisaties

Lees het gehele artikel

Een groot deel van mijn week besteed ik aan maatschappelijke digitale vraagstukken. Hierin ben ik kritisch op o.a. processen, organisaties, samenwerkingen, visies en strategieën. Soms bekruipt mij het gevoel dat de toekomst met digitale technologie niet beter wordt. Ik ben niet de enige: columns, films en romans confronteren ons al sinds het ontstaan van digitale technologie met een dystopisch toekomstbeeld. Aan de ene kant maakt het ons kritisch, waarschuwt het ons en laat het ons denken over wat we wel en niet willen. Aan de andere kant stigmatiseert het.

Totalitair regime?

Overheidsorganisaties worden in de toekomst vaak afgeschilderd als een totalitaire regimes die met slimme camera’s, robots en drones de samenleving onderdrukken en beheersen. Dit kan leiden tot wantrouwen in de samenleving en mogelijk zelfs tot complottheorieën. Voor mensen bij de overheid kan het leiden tot zelfstigma.

Zelfstigma

De term zelfstigma wordt veel gebruikt in de geestelijke gezondheidszorg. Het idee is dat mensen met een psychische aandoening de negatieve denkbeelden uit de samenleving overnemen en op zichzelf toepassen. Wellicht kunnen we dit beeld ook toepassen op overheidsorganisaties die vanuit negatieve sentimenten in de samenleving gaan denken dat zij digitale technologie niet kunnen begeleiden. Dat zij meedeinen op de golven van de buitenwereld. Dat zij met moeite het hoofd boven water houden tussen alle technologische ontwikkelingen.

Richting geven

Wat mij betreft een slechte zaak. Niet een technologische zee, maar de overheid zou richting moeten geven aan de digitale samenleving en participatief de digitale samenleving moeten inrichten. De ontwikkelaars van technologie hebben de beste intenties met hun oplossingen, maar dienen niet het algemeen belang en zijn daarmee niet de aangewezen partij om onze koers te bepalen.

Laten we leren van het woord zelfstigma. Laten we ons daar aan ontworstelen en destigmatiseren. Laten we een positiever toekomstbeeld ontwikkelen over overheidsorganisaties die technologie gebruiken om de samenleving te ondersteunen. Laten we daarvoor in al onze beloftes over bestaanszekerheid, economie, zorg, ruimte en oa. landbouw rekening houden met de inzet van verantwoorde digitale technologie.

Bron

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens, 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

Borg gemeentelijke zeggenschap bij deelname datacoöperatie

Lees het gehele artikel

Data is een belangrijke factor bij het verbeteren van de bedrijfsvoering en dienstverlening van gemeenten. Het verzamelen van data en de verwerking daarvan zijn essentieel voor de digitalisering en automatisering. Om dit beter mogelijk te maken centraliseren en consolideren gemeenten data in samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld in bedrijfsvoeringsorganisaties of coöperaties.

In deze verbanden worden verscheidene oplossingen ontwikkeld voor het aangesloten collectief. Deze oplossingen richten zich bijvoorbeeld op het verbeteren van beleid, veiligheid, efficiëntie of fraudebestrijding. Het kan voorkomen dat er twijfel ontstaat of de ontwikkeling van oplossingen het algemeen belang (nog) dient en of het risicovol, nodig of gewenst is voor een specifieke gemeente. In hoeverre heeft de eindverantwoordelijke van data, het gemeentelijk bestuur, hier nog controle op?

Aan de hand van een niet opzichzelfstaand praktijkvoorbeeld waar een gemeente ervoor kiest om in een coöperatie met data te werken, bekijken we wat de risico’s zijn voor een gemeente.

Praktijkvoorbeeld

Een niet nader te noemen gemeente nam het besluit om toe te treden tot een coöperatie die op de website haar doel omschrijft:

“als overkoepelende data-autoriteit bij te dragen aan beter beleid en effectievere dienstverlening door bij te dragen aan maatschappelijke organisaties voor de inwoners.”

De gemeente wil datagedreven werken stimuleren en daarmee de kwaliteit verbeteren van beleidsbeslissingen. De aard van de werkzaamheden en de huidige organisatiestructuur heeft moeite om de ontwikkelingen rond data bij te benen. De gemeente noemt dit een risico, omdat er dan een kloof ontstaat met de maatschappij. Specifieke argumenten om deel nemen aan de coöperatie zijn:

  • Het veilig delen van data
  • Kennisdeling
  • Shared servicecenter
  • Economisch voordeel
  • Dienstverleningsprocessen slimmer en effectiever maken
  • Schaalvoordelen

De stelling van het college van B&W en de coöperatie is dat de overkoepelende organisatie in dit alles kan voorzien en voorziet ook in het het algemeen belang door te komen tot betere beleidskeuzes op basis van onder andere inwonersdata.

Het algemeen belang

In deze gemeente is er niet zichtbaar gesproken over een redelijke verhouding tussen het doel en het ingezette middel (bijvoorbeeld de inwonersdata). In het besluit staat:

“de gemeenteraad heeft geen aanvullende wensen en bedenkingen ten aanzien van de voorgenomen toetreding tot de coöperatie ”

In het besluit wordt open gelaten wat algemeen belang is, welke beleidskeuzes worden ondersteund en welke maatschappelijke opgaven de kloof gaan dichten. Het kan dus zomaar zijn dat data gebruikt gaat worden bij het vergelijken van gemeenschappen, dorpsprofielen, experimentele voorspelmodellen over zorgbehoeften of voor profilering. Kortom, welke invloed kan het gemeentebestuur dan nog uitoefenen op een coöperatie wanneer zij vindt dat projecten of oplossing van de coöperatie niet het algemeen belang dient?

Invloed en governance

Bij de inrichting van governance in het praktijkvoorbeeld is “bewust gekozen voor een ‘democratische’ opzet.” [1] Elk lid heeft minimaal één stem en maximaal drie stemmen in de ALV, afhankelijk van het lidmaatschap. Dat kan betekenen dat de gemeente relatief minder invloed heeft. De andere vormen van invloed zijn:

  • Het dagelijks bestuur, deze wordt elke vier jaar door de leden van de coöperatie gekozen.
  • De vorming van de Digitale Samenwerkingsagenda, deze bepaalt in hoofdzaak de onderwerpen waar de coöperatie zich mee bezighoudt en zorgt zo voor de provinciale samenhang en inhoud van het programma.
  • Deze agenda wordt opgesteld door een Programma Adviescommissie (PAC), die bestaat uit minimaal 8 afgevaardigden van de leden.

In het praktijkvoorbeeld is goed te zien dat het gemeentelijk bestuur het onderdeel ‘sturen’ in governance grotendeels weggeeft. Het bepalen van de richting, het stellen van kaders en doelstellingen is verdeeld over meerdere partijen en lagen. Het collectief bepaalt wat belangrijk is en de gemeente heeft daarmee minder soevereiniteit. Daarnaast zal een datagedreven oplossing niet altijd relevant zijn voor de gemeente en niet altijd toegespitst zijn op haar specifieke informatiebehoefte.

Als de gemeente geen rol krijgt in het dagelijks bestuur, kan zij niet ‘beheersen’ wat zij initieel wilde bereiken. De uitvoering (organisatie, gebruik van gestelde kaders en processen) liggen immers buiten de eigen organisatie, waardoor er geen invloed is op de totstandkoming van de oplevering en de resultaten.

Blijvende verantwoordelijkheid

Uiteindelijk heeft de gemeente bij deelname aan een coöperatie substantieel minder controle over welke projecten uitgevoerd worden met het geld en de data van de inwoners. De processen en organisatie verschuiven naar de coöperatie, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de gezamenlijke leden. Toch blijven ethisch (on)verantwoorde, (on)rechtmatige of risicovolle projecten de verantwoordelijkheid van de aangesloten gemeente.

De gemeente heeft een afweging te maken en politiek te bediscussiëren welk mandaat zij weggeeft aan een samenwerkingsverband. Het outsourcen van de techniek en opslag van data is een andere keuze dan het volledig overdragen van de (data) organisatie, processen en kaders.

Tot slot kan je de vraag stellen of een datacoöperatie voldoende het algemeen belang van een gemeente dient wanneer ontwikkelingen en diensten zich niet alleen toespitsen op het algemeen belang van die specifieke gemeente. In dit geval lijkt de verhouding tussen doel en inzet van een datacoöperatie uit balans.

[1] Democratie is een bestuursvorm gebaseerd op het gelijkheidsideaal. Als het type lidmaatschap bepaalt hoeveel stemmen er uitgebracht wordt, wordt niet voldaan aan dit kenmerk.

Meer weten?

Voor meer informatie over een van deze trajecten of over de inzet van onze adviseurs, kunt u contact opnemen met onze commercieel manager Roel Ottens via telefoonnummer: 06 50 43 15 77 of via e-mail: r.ottens@telengy.nl.

Instrumentele technologische visie belemmert (lokaal) politiek debat

Lees het gehele artikel

In het Global Risk Report van het World Economic Forum (WEF) worden de grote risico’s en trends genoemd waarmee de wereld op korte en lange termijn te maken zal krijgen: klimaat, migratiestromen en de effecten van digitale technologieën. Waar de eerste twee onderwerpen veel aandacht krijgen, zijn de effecten van digitale technologie op onze samenleving onderbelicht.

Neutrale technologie

Natuurlijk kunnen deze digitale technologieën grote voordelen met zich meebrengen voor gemeenten, bedrijven en burgers, maar het gebruik ervan is niet zonder risico. Volgens het Rathenau Instituut komt dat omdat we de (maatschappelijke) impact ervan vaak niet overzien. Technologie wordt meestal gezien als een nuttig hulpmiddel om bepaalde doelen te bereiken, zoals efficiëntie en veiligheid. In deze puur instrumentele visie is de technologie zelf waardevrij of ‘neutraal’. Maar daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat technologische verandering altijd ook indirecte effecten heeft.

Vernieuwde blik

De instrumentele visie is naar mijn mening ook de reden waarom de inzet van technologie minder aandacht krijgt in onze lokale politiek en daarmee ontsnapt het nog te vaak aan democratische afweging van de gemeenteraad. Vanouds wordt technologie vanuit de klassieke techniekfilosofie bestempeld als onafhankelijk en autonoom (instrumenteel), maar de moderne techniekfilosofie spreekt over de wisselwerking tussen techniek, de samenleving, de mens en de wereld. Daarmee verandert de vraag van een klassieke instrumentele objectieve beschouwing van technologie naar het (moreel) goed omgaan met technologie. We moeten kritisch gaan nadenken en bediscussiëren welke maatschappelijke effecten we willen hebben van digitale technologieën. Dit kan betekenen dat we afwegingen maken tussen waarden, eisen stellen aan techniek, de omgeving aanpassen of de kwetsbare mens beschermen. Deze ethische afwegingen horen, wat mij betreft thuis in de politiek.

Maatschappelijke effecten

De gemeenteraad en het college van B&W hebben baat bij dit debat. Digitale technologieën verweven zich namelijk met bestaande technologieën en hebben daarmee invloed op vrijwel elk beleidsdomein in de gemeente. Zo gaat het debat niet alleen over techniek, maar over effecten op onze lokale economie, milieu, energie, openbare ruimte, (digitale) veiligheid, democratie en bijvoorbeeld burgerschap.

Tot slot

Het is tijd dat we verder kijken dan de techniek, de maatschappelijke effecten gaan herkennen en de soms taaie en complexe materie aangaan. De inwoners van nu en later verdienen een democratische afgewogen (digitale) samenleving.

Meer weten?

Voor meer informatie is Roel Ottens beschikbaar via 06 50 43 15 77 of r.ottens@telengy.nl.

 

Afsluiting enerverende Leergang Informatie & Innovatie

Lees het gehele artikel

In het afgelopen jaar is de gemeente Hoeksche Waard samen met Telengy door Nederland gereisd om meer te leren over Informatie en Innovatie. In het oude Raadhuis van Oud-Beijerland kwamen wij nog een laatste keer bijeen om alle opgehaalde informatie te vertalen naar de praktijksituatie van de gemeente.

Bij de start werd eerst stil gestaan bij de laatste ontwikkelingen zoals de wetgeving Omgevingswet en allerlei afkortingen W00, Wmebv, Sdg, Wams, Wdo, Who. Daarnaast hebben we ingezoomd op wat de trends zijn binnen gemeenten. Hierbij gebruikten we als leidraad het Trendrapport 2023 van de VNG en het rapport van de Rijksoverheid Waardengedreven Digitaliseren.

Het meest keken we uit naar de presentaties van de deelnemers zelf. De groep is met veel enthousiasme en creativiteit aan de slag gegaan met hun persoonlijk leervraag. De opdracht was om dit te presenteren op een creatieve en ludieke manier. En daarin zijn ze glansrijk geslaagd!

  1. De eerste groep plaatste alle toeschouwers in een fictieve trein om een reis naar digitale gemeente Hoeksche Waard in de toekomst te maken, waarbij divers innovaties werden aangestipt.
  2. De tweede groep kreeg het voor elkaar om het complexe onderwerp de architectuur van de gemeente in een context te plaatsen waardoor de vraagstukken en handelingsopties van de gemeente zichtbaar werden. Er is niet direct een antwoord op alle vragen geformuleerd, maar wel veel meer helderheid ontstaan over de vraagstukken en welke stakeholders daarbij betrokken moeten worden.
  3. De derde groep boog zich over het onderwerp governance in relatie tot de informatievoorziening. Deze groep zette de toeschouwers aan het werk met een quiz, waar de antwoordopties af en toe verrassender waren dan de vragen!
  4. De laatste groep nam het onderwerp data en ethiek op zich. Metaforisch bliezen zij de ruimte vol met rook, hierbij was de boodschap dat data verzamelen en analyseren geen rookgordijn mag zijn voor de inwoners van de gemeente. Transparantie en werken vanuit een vastgesteld kader zijn randvoorwaardelijk. Daarnaast maakte zij het heel concreet door zich te verkleden als stereotypen die veelal met het onderwerp te maken krijgen. De conclusie van het verhaal is dat de afdeling een groeiende rol heeft in dergelijke vraagstukken en vakafdelingen ook aan de digitaal technologische kant hun deel moeten gaan bijdragen.Tot slot vond er nog een klassieke uitreiking plaats bij met prachtige foto’s en een diner. Wij willen iedereen nogmaals bedanken voor dit ontzettende enerverende jaar!

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens via telefoonnummer: 06 50 43 15 77 of via e-mail: r.ottens@telengy.nl.

Digitale platformen claxonneren

Lees het gehele artikel

“Digitale organisatiemodellen vormen een steeds belangrijkere rol in het organiseren en faciliteren van transacties in de economie en maatschappij. Overal ontstaan nieuwe digitale platformen die verstorend werken voor ‘oude’ organisatiemodellen.”

Rathenau Instituut


In januari 2021 kochten mijn vrouw en ik een huis aan de gracht in de Friese stad Franeker. Aan beide zijden van de gracht lopen twee smalle eenrichtingswegen. Mijn kantoor zit aan de voorzijde en kijkt daarmee uit op de gracht, de Martini kerk, het prachtige stadhuis en deze twee smalle wegen. Het lijkt sereen, maar niets is minder waar…

Nu zit ik vaak thuis te werken en ik schrik regelmatig van het claxonneren in deze rustige straat.  Elk uur komt er een ander busje voorrijden die een file veroorzaakt. In het busje zitten artikelen die veelal besteld zijn via een digitaal platform. Veel van deze platformen werken met een andere logistieke keten. De arme bezorger weet niet waar zij moet kijken als de buurvrouw naar het werk is en zij een pakje moet afgeven bij de buurman, waardoor de auto’s achter haar langer moeten wachten. Fries gemopper komt uit de ramen, een baby begint te huilen en ik hoor de hond blaffen. Ik vraag mij af op welke wijze digitale platformen nog meer invloed hebben op mijn leefwereld?

Nieuwe organisatievormen


“Platformen zijn plaatsen waar verschillende deelnemers elkaar ontmoeten, dit is een eeuwenoud fenomeen: de vismarkt is een platform. ”

Ruffus Pollock


Digitale platformen kennen vele voordelen ten opzichte van klassieke platformen zoals een vismarkt. Het gebruikersgemak, toegankelijkheid, efficiëntie en mogelijk duurzaamheid (denk hierbij aan de deeleconomie). Gemeenten nemen ook digitale platformen in gebruik:

  • E-government platformen: deze platformen bieden burgers toegang tot online diensten van de gemeente, zoals aanvraag van vergunningen, betaling van rekeningen en het indienen van verzoeken.
  • Communicatieplatformen: deze platformen worden gebruikt om met burgers te communiceren zoals social media en instant messaging.
  • Open data platformen: deze platformen bieden toegang tot openbare gegevens van de gemeente, zoals kaarten, statistieken en financiële gegevens. Voorbeeld is open data van de overheid.
  • Participatieplatformen: deze platformen worden gebruikt om burgers te betrekken bij de besluitvorming van de gemeente, zoals via online enquêtes, discussiefora en bewonerspanels. Voorbeeld is Argu.
  • Crowdsourcing platformen: deze platformen worden gebruikt om ideeën, oplossingen en informatie te verzamelen van burgers. Voorbeeld is is.
  • Smart city platformen: deze platformen worden gebruikt om stedelijke diensten te verbeteren, zoals verkeersmanagement, verlichting, parkeerbeheer en milieumonitoring. Voorbeeld is Smartcityplaza.
  • Inwoners betrokkenheid platformen: deze platformen worden gebruikt om de burger te betrekken bij de gemeente, bijvoorbeeld door meldingen te doen van problemen of suggesties aan te dragen, deze zijn vaak ook gekoppeld aan een kaart waarop de locatie van de melding of suggestie wordt weergegeven. Voorbeeld is Fixi.

Vraagstukken en risico’s

Daarnaast hebben digitale platformen een bredere impact op ons als mens en maatschappij. Voor gemeenten ontstaan er nieuwe vraagstukken rondom het inzetten van digitale platformen. De platformen kunnen het doelwit worden van cyberaanvallen die kritieke infrastructuren en persoonsgegevens in platformen kunnen aantasten. Hierdoor kan de privacy van burgers in gevaar komen als ze niet goed beveiligd zijn of als er geen duidelijke richtlijnen zijn voor het gebruik van persoonlijke gegevens. Gemeenten zijn daarnaast verantwoordelijk voor de data-integriteit, dit betekent dat gemeenten moeten zorgen dat binnen de platformen persoonlijke gegevens veilig worden opgeslagen en dat er geen ongeoorloofde toegang is tot deze gegevens. Tot slot kunnen gemeenten afhankelijk worden van een enkel platform, wat kan leiden tot problemen als het platform onverwacht offline gaat of als de diensten worden stopgezet.

Opkomst van digitale platformen in gemeenten

We zien digitale platform in gemeenten misschien wel het meest duidelijk terug op de arbeidsmarkt. Op de taximarkt bestaan de nieuwe ontwikkelingen met name uit de opkomst van apps zoals Uber, Taxify en Yeller. De opkomst van digitale platformen zoals Airbnb en Wimdu hebben de drempel voor particulieren om hun woning tijdelijk te verhuren aan toeristen substantieel verlaagd. Als gevolg hiervan is een sterke toename van particulier aanbod voor toeristen waarneembaar, die past binnen de bredere trend van de opkomst van de deeleconomie.

Echter, de opkomst van digitale platformen kan ook gevolgen hebben die niet wenselijk zijn:

Sociaal-economische gevolgen

Digitale platformen kunnen leiden tot verlies van banen en veranderingen in de arbeidsmarkt. Platformen kunnen ondernemers dwingen hun producten of diensten op een bepaalde manier aan te bieden, anders worden aanbieders van het platform uitgesloten. Hierdoor kunnen onwenselijke arbeidssituaties ontstaan, waar mensen heel veel of onder onverantwoorde omstandigheden werken.

Sociaal-culturele gevolgen

Een privaat digitaal platform is een openbare ruimte waar iedereen mag zijn. De organisatie achter het platform bepaalt wie er binnen mag komen en wie niet (meer). Voor een individu kan er digitale ongelijkheid ontstaan en verlies van sociale contacten.
Een andere sociaal-cultureel gevolg zijn zelflerende algoritmen die invloed uitoefenen op informatiestromen. Hierdoor kan het zo zijn dat verschillende inwoners verschillende soorten informatie krijgen wat polariserend kan werken.

Oneerlijke concurrentie

Digitale platformen kunnen oneerlijke concurrentie veroorzaken voor lokale bedrijven. Doordat digitale platformen zich niet (hoeven te) houden aan regels of vergunningen die gelden voor reguliere bedrijven, kan er oneerlijke concurrentie ontstaan. Grote economische spelers verstoren de sectoren waarin zij actief zijn en zorgen ervoor dat beleidsregels achterhaald zijn of niet toereikend voor de situatie. Grote steden passen beleidsregels al aan voor deze sectoren:


“Zo moeten bijvoorbeeld verhuurders in Amsterdam vanaf 1 april 2021 naast een vergunning ook een registratienummer aanvragen. De gemeente Den Haag heeft de ‘huisvestingsverordening’ aangepast. Woningeigenaren mogen voortaan hun huis of een deel daarvan voor maximaal dertig dagen per jaar gebruiken voor vakantieverhuur.”


Fysieke leefwereld

Digitale platformen halen informatie uit de fysieke wereld om daarmee gericht producten en diensten aan te bieden in de wereld. Het registreren van deze data kan de privacy van inwoners beïnvloeden, ook kunnen deze fysieke netwerken een (informatie-)beveiligingsrisico vormen.
De fysieke producten en diensten die besteld worden op een digitaal platform komen vervolgens in de leefwereld van inwoners terecht. Zoals in de introductie benoemd is dit vaak via een andere logistieke keten, met andere regels en vaak nog met minder regulering. De vraag is of inwoners en gemeenten zich moeten aanpassen door bijvoorbeeld infrastructurele veranderingen aan te brengen of dat een platform zich meer voegt naar bestaande modellen.

Ondermijning

Digitale platformen kunnen worden misbruikt voor criminele activiteiten, zoals fraude, witwassen van geld en belastingontduiking, maar ook voor andere soorten ondermijning waaronder desinformatie, cybercriminele activiteiten en het aanvallen van de integriteit van online gemeenschappen.
Dit kan leiden tot een aantasting van de democratische processen, de nationale veiligheid, en de algemene welvaart van de samenleving. Recent hebben we ondermijning op digitale platformen gezien door overheden, extremistische groepen en individuele hackers die het publieke debat of verkiezingsresultaten proberen te beïnvloeden of te manipuleren.

Tot slot

Uiteindelijk zullen alle gemeenten rekening moeten gaan houden in hun beleid met de komst van digitale platformen. Gemeenteraden hebben een rol om deze vraagstukken te signaleren en aan de kaak te stellen. Het college en de ambtelijke organisatie hebben de rol om de opkomst van deze digitale technologie zo vorm te geven dat het past binnen de samenleving.

Digitale platformen zijn niet meer weg te denken uit ons leven en naast onze digitale wereld hebben ze invloed op onze economie, werkomstandigheden, democratie en fysieke ruimte. Het is tijd dat we randvoorwaarden opstellen voor de inzet en het gebruik van digitale platformen en goed nadenken over alle ‘kosten’, waaronder ook de  leefbaarheid in de smalle straten van Franeker.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens via telefoonnummer: 06 50 43 15 77 of via e-mail: r.ottens@telengy.nl.

Bronnen

 

 

Gelijkheid, vrijheid en internetverbinding

Lees het gehele artikel

Internet is het middel om de openbare digitale ruimte in gelijkheid en vrijheid te betreden. We klagen er pas over als het er niet is of als het hapert. Internet nemen we voor lief, maar kan elke Nederlander dat?

Het internet wordt in koperen kabels, DSL of met glasvezel richting onze woningen geleid. Bij een glasvezelverbinding wordt  data verstuurd via lichtsignalen en is de uploadsnelheid significant hoger dan bij kabel of DSL. Glasvezel is duurder en wordt niet overal aangelegd;  dit zorgt voor ongelijkheid.

Internet als businesscase

In principe kan elk huishouden gebruik maken van internet, maar niet iedereen heeft toegang tot  glasvezel. Een aantal woningen ligt geografisch zo ongunstig of de afspraken met gemeenten zijn zodanig kostbaar dat aanbieders geen goede businesscase hebben om een glasvezelverbinding te leggen.

Het kabinet streeft na dat in 2030 alle Nederlandse huishoudens toegang hebben tot een vaste internetverbinding met snelheden van minstens 1 gigabit per seconde. Desnoods met staatssteun worden aanbieders gedwongen om ook de laatste huishoudens aan te sluiten. De vraag is of dit snel genoeg is voor een student met digitale colleges, een ondernemer met een bedrijf aan huis of een medewerker die thuis werkt.

Warmte of wifi

Warmte of wifi: in de huidige tijd misschien een vraag voor sommige huishoudens. In Nederland is (snel) internet nog geen basisvoorziening. Het toegang hebben tot de digitale openbare ruimte is voor inwoners essentieel voor toegang tot:

  • digitale platformen (voor sociale contacten);
  • zorg;
  • hybride werken;
  • onderwijs;
  • online debat en democratie;
  • en allerlei soorten maatschappelijke dienstverlening.

Daarmee is het geen toegang hebben tot internet gelijk aan het geen toegang hebben tot een deel van de maatschappij.

Pinnen zonder internet

Ondernemingen op  ongunstige locaties lijden ook aan het ontbreken van goed en snel internet. Zoiets als pinnen is een uitdaging zonder internet. Het zorgt daarnaast voor ongelijke concurrentie in de markt. Beschikt jouw onderneming niet over snel internet, dan loop je vaak 1 stap achter de feiten aan.

Gratis internet

In Nederland worden er al ballonnetjes opgelaten om internet voordeliger aan te bieden aan de minima. Een ‘sociaal internetpakket’ moet volgens staatssecretaris Alexandra van Huffelen ervoor zorgen dat ‘iedereen kan meedoen in de digitale wereld’. Het plan moet nog worden uitgewerkt.

Het kan werken; de Verenigde Staten hebben al afspraken gemaakt met aanbieders over gratis internet onder het overheidsplan, het Affordable Connectivity Program (ACP). Dit richt zich op enkele tientallen miljoenen arme Amerikaanse huishoudens.

Technologische ontwikkelingen

In de toekomst worden de verschillen alleen maar groter met de komst van het kwantuminternet. Dit internet loopt alleen maar over glasvezel en wordt waarschijnlijk alleen maar duurder.

De ontwikkeling van 5G kan glasvezel helaas ook niet vervangen. Zonder glasvezel is er geen 5G mogelijk, 5G-zendmasten zijn aangesloten op het glasvezelnetwerk. Glasvezel is als enige vaste netwerk snel en stabiel genoeg voor de hoge snelheid die via 5G draadloos leverbaar is.

Plannen maken

“Lokaal wat kan, centraal wat moet.”

De Europese Unie heeft rechten en beginselen opgesteld om mensen in hun dagelijks leven te ondersteunen bij betaalbare en snelle digitale connectiviteit. Het Ministerie van Economische Zaken Klimaat heeft vooruitlopend op deze Europese oproep het Actieplan Digitale Connectiviteit opgesteld. Gemeenten zijn expliciet onderdeel van deze plannen.

Het rapport constateert dat er verschillen zijn tussen gemeenten. Voorlopers kijken actief naar mogelijkheden om de connectiviteit te verbeteren als onderdeel van hun smart city beleid en andere gemeenten geven minder aandacht aan connectiviteitsdoelstellingen.

De doelstellingen (zie afbeelding) uit het rapport richten zich op de transparantie en harmonisatie van lokaal beleid zodat aanbieders effectiever en efficiënter kunnen werken.

Is er gelijkheid, vrijheid en internetverbinding?

Nee is de conclusie; niet elke Nederlander heeft toegang tot internet en zeker niet tot dezelfde snelheid. Een punt wat mij betreft hoog op de agenda mag staan bij gemeenten en de politiek. Geen of beperkte toegang hebben zorgt voor ongelijkheid en achterstand. Internet zou een basisvoorziening moeten zijn net als water, elektriciteit en een verharde weg.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens via telefoonnummer: 06 50 43 15 77 of via e-mail: r.ottens@telengy.nl.

Bronnen