Home » Actueel » Samen naar gemeentelijke digitalisering 

Samen naar gemeentelijke digitalisering 

Wie was erbij toen tijdens de ALV van de VNG 99% van de leden instemde met het collectiviseren van de gemeentelijke digitalisering 

…Ik niet. 

Sindsdien probeer ik aan de hand van vergaderstukken, beleidsstukken en theorieën te construeren en soms te gissen wat er is besloten en op welke wijze dit collectief eigenlijk met elkaar samenwerkt?  

In dit artikel bekijk ik de resolutie vanuit drie lenzen: 

  • de grondvorm van de samenwerking; 
  • de samenhang binnen het programma; 
  • en de samenwerking binnen het ecosysteem. 

Maar nu eerst: 

Wat organiseert de resolutie? 

Het streefbeeld van de resolutie is om meer dan 80% van de gemeentelijke digitalisering collectief te organiseren. Common Ground, digitale veiligheid, Cloud en AI zijn daarbij de eerste concrete onderwerpen waaraan stapsgewijs wordt gewerkt. De motieven: 

  • opvangen van schaarste aan mensen en middelen;
  • moderniseren van het gemeentelijke informatielandschap;
  • verminderen van digitale afhankelijkheden en veiligheidsrisico’s. 

De resolutie beschrijft via een aantal principes hoe gemeenten dit willen organiseren. Gemeenten bepalen gezamenlijk de scope en richting van collectivisering, vervolgens verkennen en begeleiden samengestelde kopgroepen de collectiviseringsvoorstellen, ondersteund door de VNG.  Per voorstel worden onder andere governance, organisatie, financiering en implementatie uitgewerkt. Een voorbeeld van een collectiviseringsvoorstel is de Realisatiekoers Common Ground 

Interessant aan de organisatie van de resolutie is dat er samengewerkt wordt met de praktijk en marktpartijen,  en daarnaast aangesloten wordt bij bestaande governance, netwerken en samenwerkingen. Voor de uitvoering wordt gekeken naar bestaande Europese, landelijke en regionale organisatievormen.  

De leden willen dus samenwerken, maar welke grondvorm kiezen zij?  

Grondvorm van de samenwerking 

Edwin Kaats en Wilfrid Opheij (2012) onderscheiden vier grondvormen van samenwerking: transactioneel, functioneel, verkennend en ondernemend. Deze grondvormen verschillen in de mate waarin partijen uitwisselen of delen en zich richten op verbeteren of vernieuwen. 

Een uitsluitend transactionele samenwerking lijkt onvoldoende voor de gehele resolutie. Gemeenten nemen niet alleen digitalisering af, maar bepalen ook de wijze waarop de digitalisering georganiseerd wordt. Gemeenten willen niet alleen kennis en diensten uitwisselen, maar ook middelen en capaciteit delen en onderdelen van hun informatievoorziening gezamenlijk organiseren. Denk bijvoorbeeld aan de realisatie van de eerste drie lagen van Common Ground. 

De vraag die nog openligt is of gemeenten vooral slimmer willen werken (verbeteren) of dat zij ook nieuwe mogelijkheden willen ontdekken (vernieuwen)? De genoemde onderwerpen zijn volop in ontwikkeling en kennen veel onzekerheden. Dit maakt het aannemelijk dat de samenwerking niet alleen gericht is op verbeteren, maar ook op vernieuwen.  

De verschillende collectiviseringsvoorstellen met eigen doelstellingen en verschillende partijen maakt dat de grondslag van de samenwerking kan verschillen en roept daarmee ook de volgende vraag op:  

Hoe wordt die samenhang georganiseerd? 

De samenhang binnen het programma 

Kunnen we de resolutie bekijken als een klassiek programma? Volgens het Project Management Institute (2006) is een programma een samenhangend geheel van projecten die gezamenlijk worden aangestuurd om voordelen te realiseren die afzonderlijk niet bereikt kunnen worden.  

Hoewel niet ieder collectiviseringsvoorstel als een afzonderlijk project kan worden beschouwd, sluit de programmagedachte goed aan bij de gezamenlijke ambitie en de samenhang tussen de verschillende voorstellen. De VNG en haar leden geven het programma vorm. Zoals bij ieder programma ontstaan er onderlinge afhankelijkheden en dwarsverbanden. Dit wordt bijvoorbeeld zichtbaar in de recente uitvraag van de VNG voor een kwartiermaker gemeentelijke financiering. Een groep koplopergemeenten onderzoekt daarin hoe gemeenten digitalisering gezamenlijk kunnen organiseren, financieren en implementeren, waarbij de opgedane inzichten breder toepasbaar moeten zijn op verschillende collectieve digitaliseringsvraagstukken. 

De schaal en onderlinge afhankelijkheden brengt een hoge mate van complexiteit met zich mee, bovendien is het landschap van partijen die betrokken zijn bij de gemeentelijke digitalisering ontzettend divers en omvangrijk. Deze partijen maken niet allemaal deel uit van dezelfde bestuurlijke structuur, maar kunnen wel van elkaar afhankelijk zijn om de gezamenlijke ambitie te realiseren. Daarmee ontstaat een vraagstuk dat verder reikt dan de coördinatie van het afzonderlijke programma: 

Hoe organiseren we de samenwerking? 

De samenwerking binnen het ecosysteem 

De gemeenten willen niet-onderscheidende digitalisering gezamenlijk organiseren. Op het eerste gezicht lijkt de uitwisseling generiek: gemeenten hebben vergelijkbare behoeften en kunnen gezamenlijk digitale voorzieningen inkopen, ontwikkelen en gebruiken. Voor dit type uitwisseling zou een transactionele samenwerking eventueel met ondersteuning door een platform voldoende kunnen zijn. 

Nu komt de niet-generieke dimensie van de samenwerking. Om digitale voorzieningen collectief te organiseren, moeten verschillende partijen hun activiteiten, investeringen en voorzieningen op elkaar afstemmen. De werking van het geheel kan daarbij afhankelijk zijn van specifieke bijdragen van gemeenten, leveranciers en andere betrokken organisaties. 

De gezamenlijke waarde ontstaat daarmee niet uitsluitend door het uitwisselen van generieke digitale voorzieningen, maar ook door de manier waarop verschillende partijen en hun bijdragen op elkaar aansluiten. Een verandering in de bijdrage van de ene partij kan gevolgen hebben voor de mogelijkheden en activiteiten van andere partijen. Vanuit dit perspectief vertoont de collectivisering kenmerken van een ecosysteem 

“An ecosystem is a set of actors with varying degrees of multilateral, nongeneric complementarities that are not fully hierarchically controlled.”
– Jacobides, Cennamo en Gawer (2018) 

De uitdaging is daarmee niet alleen wat we collectief organiseren, maar vooral hoe we de onderlinge afhankelijkheden tussen de verschillende partijen organiseren. 

Prachtige ambitie én zoektocht 

Het blijft een zoektocht om te begrijpen hoe deze prachtige ambitie zich ontwikkelt. De verschillende perspectieven helpen mij om de samenwerking, de samenhang en de onderlinge afhankelijkheden beter te begrijpen. 

Op 30 september 2026 staat de volgende ALV gepland. Ook deze keer zal ik de stukken en besluiten met veel belangstelling volgen. Benieuwd of mijn perspectieven daarna nog overeind staan! 

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Ottens via de contactpagina.