Auteursarchief: Peter ter Telgte

Interview onderzoek e-overheid bij gemeente Maastricht

Lees het gehele artikel

Gemeente Maastricht is erg gecharmeerd van zaakgericht werken in combinatie met LEAN. De mensen raken enthousiast door de processen lean in te richten, dit wordt integraal opgepakt en maakt verbinding. Klantgerichtheid, innovatie én efficiency worden bij elkaar gebracht.

Albert Royen, als senior beleidsadviseur I&A betrokken bij het project e-overheid bij gemeente Maastricht, ziet bij de implementatie van NUP-bouwstenen geen weerstand bij medewerkers. “Als je echt wil doorpakken moet je op het goede niveau kunnen insteken, dit was een hele belangrijke randvoorwaarde voor ons om dingen te gaan doen. Hoe hoger in de boom belegd, des te vlotter kunnen veranderingen worden doorgevoerd.” Vanuit de leantrajecten raken deelnemers overtuigd van nut en noodzaak. Een mooi voorbeeld is het gebruik van de basisregistraties. In eerste instantie voor de meeste mensen abstract en ver af, nu wordt dit heel tastbaar/praktisch en ontstaat er de behoefte om gegevens uit het stelsel te kunnen gebruiken in de eigen werkprocessen.

Volgens Albert mag er strenger worden opgetreden vanuit het rijk. Er is behoefte aan meer duidelijkheid. ‘De landelijke standaarden zijn fijn, dan hebben we houvast. Echter, iedereen is zijn eigen wiel aan het uitvinden. Het is te gek voor woorden dat we als gemeenten de ruimte krijgen om 400 keer ‘verschillende’ WABO-processen te ontwerpen’.

Interview onderzoek e-overheid bij gemeente Best

Lees het gehele artikel

De gemeente Best belooft aan haar burgers mensgerichte dienstverlening. Burgers kunnen hun zaken snel en zeker regelen. Altijd de juiste deur, optimale ketensamenwerking. Verder vraagt de gemeente Best gegevens slechts eenmaal op en de gemeente is transparant en aanspreekbaar.

Deze ambitie rondom e-overheid bij gemeente Best is natuurlijk niet zo maar eventjes gerealiseerd. In het programma ‘Doen’ worden deze ontwikkelingen verder vormgegeven. “In dit programma trekken dienstverlening en informatievoorziening samen op zodat deze integrale aanpak leidt tot het zo spoedig mogelijk realiseren van de ambities. In het programma Doen wordt lef en durf gestimuleerd”, aldus Magda Klomp, manager ondersteuning bij de gemeente Best. “Met name op het gebied van informatievoorziening proberen we de katalysator te zijn voor het realiseren van onze doelstellingen. Natuurlijk wel samen met de beleidsafdelingen, met de focus op innovatie en vooruitgang.”

Natuurlijk is de praktijk soms weerbarstiger dan we planmatig hebben bedacht. “Soms zijn bouwstenen van de e-overheid nog niet beschikbaar of is er gedoe om goed werkende koppelvlakken met diverse leveranciers te organiseren. Dat frustreert niet alleen het proces, maar vraagt ook verwachtingsmanagement in de organisatie”, aldus Frans Swiers, senior adviseur I&A. Het vraagt veel van de organisatie om het wankel evenwicht te bewaren tussen ontwikkelen en de winkel op een goede manier openhouden. “Dat betekent dat we soms moeten kiezen voor de op-een-na-beste oplossing, ook al is dat niet wat we nastreven.”

Interview onderzoek e-overheid bij gemeente Waalwijk

Lees het gehele artikel

e-Overheid bij gemeente Waalwijk

Voor een goed verloop van een project is sturing belangrijk. Met een goede vertegenwoordiging, zowel ambtelijk als bestuurlijk, in de stuurgroep kan de gemeente sneller stappen zetten. Stilstaan bij behaalde doelen is een aandachtspunt volgens Eric de Laat, directeur bedrijfsvoering bij de gemeente Waalwijk.

“We bereiken iets, maar denken meteen door in wat we nog meer willen en beseffen niet wat voor successen we boeken. Hierdoor kan het soms onvoldoende ‘landen’. Geef mensen de ruimte om zelf ook te komen met nieuwe ideeën.”

Succesfactoren e-overheid bij gemeente Waalwijk

Een sterke visie, believers (sleutelfiguren) en standvastige sturing zijn volgens Eric de Laat dé succesfactoren voor het slagen van een verandertraject. “Weerstand is er wel, maar je hoopt op een positief domino-effect bij afdelingen. Enthousiasme werkt aanstekelijk en als je als enige afdeling niet mee gaat voelt dat niet goed.”

De transities genieten nu de hoogste prioriteit. Het programma e-dienstverlening en e-overheid bij gemeente Waalwijk ondersteunend is. De basis op orde krijgen en houden en een integraal klantbeeld in het klantcontact systeem zijn van cruciaal belang.

Interview onderzoek e-overheid bij gemeente Eersel

Lees het gehele artikel

In de gemeente Eersel staat dienstverlening centraal. Volgens gemeentesecretaris Harrie Timmermans is dienstverlening en de e-overheid bij gemeente Eersel het bestaansrecht. Het gaat Harrie Timmermans en afdelingshoofd Dienstverlening Gerrit Menting niet om het perfecte systeem of het beste product; het gaat erom wat de behoefte is van de klant.

“Als burger heb je geen affiniteit met een draadje glasvezel, maar heb je behoefte aan sneller iets te weten te komen. Vaak zijn wij heel ingewikkeld de discussie aan het voeren over de middelen terwijl het gaat over het doel daarachter. Om het doel te realiseren heb je wel middelen nodig maar je moet het in de goede volgorde zetten. Ik heb bijvoorbeeld niets met het begrip zaakgericht werken, ik heb iets met slimme toepassingen die ervoor zorgen dat mijn klanten beter bediend worden en als dat zaakgericht werken is vind ik het prima”, aldus Harrie Timmermans. “Maar als dat op de achterkant van een sigarendoosje bijhouden is, vind ik het ook prima.”

Een project is pas succesvol als de cultuur binnen de organisatie wordt meegenomen in het project. Dit wordt vaak te minimalistisch meegenomen terwijl dit een belangrijk punt is. Timmermans: “Als je niet oppast ben je voor 80% bezig met structuur terwijl 80% van het succes van de organisatie wordt bepaald door de cultuur.” Daarnaast vinden Gerrit en Harrie het essentieel om een visie consistent te laten terugkomen in de organisatie. “Wij kunnen het wel laten regenen, maar dan druppelt het slechts op de werkvloer. Het moet een constante stroom zijn.”

“Wij hebben reorganisatie afgeschaft, er is een verbod op reorganisatie. Er is gewoon sprake van een permanent veranderingsproces. Er is maar een constante en dat is de verandering.”

Doorpakken dienstverlening: een lastig vraagstuk

Lees het gehele artikel

De implementatie van het Nationaal Uitvoerings Programma (i-NUP) is nog een half jaar verwijderd van de formele einddatum 1 januari 2015. Welke invloed de implementatie heeft op de dienstverlening en bedrijfsvoering van gemeenten is deels nog onbekend. Rijnconsult en Telengy onderzochten samen de impact van de e-overheid op de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering.

“Overheden en uitvoeringsorganisaties boeken resultaten op belangrijke elementen van digitale dienstverlening – om zowel het aanbod als het gebruik daarvan nog verder te laten toenemen, moet er tegelijkertijd nog veel werk worden verzet.” Dit schrijft minister Plasterk (BZK) in de ‘Tussenbalans Digitale overheid’ die hij medio juni 2014 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. “Burgers en bedrijven kunnen veel overheidsinformatie online vinden en zaken die ze met de overheid moeten of willen regelen, online afhandelen. Dit is het resultaat van vele digitaliseringsinspanningen van de afgelopen jaren”, aldus Plasterk. Met de uitkomsten van het onderzoek willen we meer concreet antwoord geven op de vraag hoe gemeenten naast implementatie van de NUP-bouwstenen hun dienstverlening en bedrijfsvoering op een hoger plan kunnen brengen.

Wat wil en kan een gemeente bieden?

Het realiseren van optimale dienstverlening aan de klant is geen sinecure. Dat blijkt uit de vertraging die de afgelopen jaren is opgelopen en de ambities die steeds een beetje worden teruggeschroefd. Het is noodzakelijk om proces- èn klantgericht te denken over de grenzen van afdelingen heen, goed samenspel te organiseren tussen vakinhoud, dienstverlening en ICT en essentieel is de aanwezigheid van het gedeeld urgentiegevoel en betrokkenheid van sleutelspelers. Tot slot onontbeerlijk, zoals bij alle majeure veranderingen, zijn heldere doelen, een stevige projectorganisatie en bestuurlijk commitment. Daarnaast zien we dat gemeenten worstelen met het concept: de ambitie om 80 procent van de vragen in het KCC te beantwoorden. Dit vraagt veel van de mensen in het KCC.

Kortom juiste dienstverlening vergt een stevige organisatorische inspanning en gaat niet zonder reflectie op het doel: wat voor dienstverleningsconcept wil én kun je bieden?

De conclusies, aanbevelingen en onderzoeksresultaten vindt u terug in de bijlagen.

          Artikel dienstverlening 1.0

         Rapportage onderzoek e-overheid

         Ruwe data onderzoek

Het succes van de Softwarecatalogus verklaard

Lees het gehele artikel

De GEMMA Softwarecatalogus (hierna ‘SWC’) is onderdeel van het ´instrumentarium´ dat KING voor gemeenten heeft ontwikkeld ter ondersteuning van de invoering van e-Overheid bouwstenen en het behalen van bestuurlijk afgesproken resultaatverplichtingen. Een bijdrage van Dirk Moree, ´Adviseur ontwikkelagenda´ bij KING Operatie NUP en vanaf het begin betrokken bij de opzet en ontwikkeling van de SWC.

De SWC bevat het aanbod van standaard-software van leveranciers die het convenant met KING ondertekend hebben. Hierin kunnen leveranciers hun productgegevens invullen. Voorbeelden hiervan zijn een productplanning, versiebeheer, de globale functionaliteit gekoppeld aan GEMMA Referentiecomponenten en aan welke standaarden wordt voldaan, onderbouwd met een testrapport.

In versie 2, sinds eind maart operationeel, kunnen gemeenten de applicaties die zij in productie of gepland hebben, opvoeren en plotten op de architectuurplaten. Dit biedt inzicht en overzicht en is daarmee voor de I&A-manager een belangrijk communicatiemiddel met proceseigenaren, applicatie- en systeembeheerders en zelfs met bestuurders. Bovendien kunnen gemeenten onderling hun gegevens raadplegen met diverse zoekmogelijkheden. Hiermee kunnen zij collega-gemeenten vinden die met dezelfde applicaties en leveranciers(-combinaties) werken. Binnen drie maanden tijd is ruim de helft van de Nederlandse gemeenten aangesloten en heeft daarvan zo’n 80 procent het applicatielandschap al goed gevuld!

SWC

De strategische meerwaarde

Naast gemeenten tonen ook diverse Shared Service Centra, belastingsamenwerkingen, omgevingsdiensten, waterschappen, ministeries, en zelfs Vlaamse gemeenten belangstelling voor het instrument. Belangrijkste aandachtspunt hierbij is dat de SWC niet geïsoleerd, maar als onderdeel van een geheel ingezet wordt. Hier ligt ook een mogelijkheid voor andere overheidsorganisaties om hun (referentie)architectuurplaten te gaan koppelen, zoals WILMA (Waterschappen), PETRA (Provincies), MARIJ (Rijk), RUDI (Omgevingsdiensten) en VERA (Veiligheidsregio’s).

Doorontwikkeling versie 2

Een aantal gemeenten is betrokken bij de totstandkoming van versie 2 van de SWC. Deze gemeenten zijn erg enthousiast over het ontwikkelingstempo, de functionaliteit en de kwaliteit van de SWC. De ontwikkelaars van Triquanta krijgen daarbij ook terecht de complimenten. De betrokken gemeenten bevelen bij de doorontwikkeling aan om in te spelen op de speerpunten ‘Samenwerking’ en ‘Koppelingen in de praktijk’. Gemeenten hebben nu immers volop te maken met deze twee vraagstukken. Er ligt een uitdaging bij adviseurs, softwareleveranciers, maar ook inkopers om alle creativiteit aan te wenden om de juiste standaardoplossingen te bedenken, te bouwen en in de opdrachtgeversrol op een juiste wijze de vraag te specificeren. Voor inzicht in het aanbod en de ervaringen van gemeenten met bepaalde applicaties biedt de SWC een passend hulpmiddel.

SWC

Vanaf de zomerperiode organiseert KING samen met gemeenten regiosessies over de praktische mogelijkheden van de SWC. Heeft uw gemeente daar belangstelling voor? Meldt het via: softwarecatalogus@kinggemeenten.nl onder vermelding van “Regiosessie”. KING gaat voor de doelstelling dat eind 2014 alle Nederlandse gemeenten aangesloten zijn en de gebruikswaarde tot op management- en bestuursniveau is aangetoond!

Meer informatie?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dirk Moree (softwarecatalogus@kinggemeenten.nl). Bezoek ook de website van de SWC:  www.softwarecatalogus.nl.

De SWC:

  • Helft Nederlandse gemeenten aangesloten
  • 80% heeft applicatielandschap al gevuld
  • Diverse samenwerkingsverbanden tonen interesse
  • Ook Vlaamse gemeenten hebben interesse in
    het gebruik van de SWC

Quickscan Informatievoorziening Sociaal Domein

Lees het gehele artikel

Uitkomst: realistisch en realiseerbaar maatregelenplan

Gemeenten krijgen meer en meer zicht op wat er feitelijk dient te gebeuren in de komende transities in het Sociaal Domein. Echter, enkele wezenlijke uitgangspunten zijn nog niet volledig bekend, terwijl de gemeentelijke informatievoorziening vol ongeduld wacht op meer inzicht in de gevolgen voor de informatiebehoefte. Een maatregelenplan op basis van een Quickscan Informatievoorziening biedt de gemeente houvast om een realistisch en realiseerbaar scenario uit te werken om per 1-1-2015 zo goed als mogelijk de informatievoorziening op orde te hebben.

Vragen die aan de orde komen zijn, zijn onder meer:

  • Hoe wordt de lokale toegangspoort geregeld?
  • Hoe wordt één dossier en één plan vormgegeven?
  • Welke gegevens (mogen) worden gedeeld en vastgelegd?
  • Hoe wordt voldaan aan de wettelijke verplichting om per 1-1- 2015 aan te sluiten op de Collectieve Opdracht Routeer Voorziening (CORV)?
  • Hoe vinden hulpverleners en cliënten straks de relevante (hulp)informatie?
  • Hoe houdt het management straks sturing op het inkoop/facturatie proces?
  • Hoe gaat de gemeente haar regierol invullen en welke gevolgen heeft dat voor de informatiebehoefte?
  • Wat kan zaakgericht werken betekenen?

Urgentiebesef informatiebehoefte

Voor de gemeente is het van belang om inzicht te krijgen in wat er op het terrein van de informatievoorziening concreet dient te gebeuren. Daarbij is het van belang dat het urgentiebesef door alle gemeentelijke stakeholders gedeeld wordt. Het scherp krijgen van de informatiebehoefte door middel van de Quickscan Informatievoorziening helpt daarbij.

Informatievoorziening

De decentralisaties hebben veel gevolgen voor de Informatisering en Automatisering in de gemeentelijke organisatie. De gemeente heeft namelijk haar eigen informatiebronnen, maar er zijn in de gemeente (en/of regio) ook allerlei andere (keten)organisaties actief die ook over eigen informatiebronnen beschikken. De informatiebronnen zijn vaak zodanig verschillend van opzet en structuur dat ‘rechttoe-rechtaan verbinden’ voor 1 januari 2015 niet mogelijk en gewenst is. Daarom kijkt Telengy samen met de gemeente in eerste instantie naar pragmatische oplossingen, die passend zijn in een toekomstige informatiearchitectuur voordat er op langere termijn een totale ketenoplossing gerealiseerd kan worden.

Meer weten?

Wil u meer weten, dan komen wij graag met u in gesprek. Voor een vrijblijvend intakegesprek met een adviseur kunt u contact opnemen met Marcel Lemmen, 06 50 43 15 77 of m.lemmen@telengy.nl

Rondetafel-conferentie ZTC Sociaal Domein

Lees het gehele artikel

Telengy houdt een rondetafel-conferentie met een aantal gemeenten over een door haar ontwikkelde zaaktypecatalogus, de ZTC Sociaal Domein.

Het doel is om met gemeenten een open discussie te voeren over de wijze waarop de ZTC Sociaal Domein is vormgegeven en waar volgens de gemeentelijke gebruiker verdere verbeteringen mogelijk zijn. De discussie wordt gevoerd met zowel infomatiedeskundigen als inhoudelijke deskundigen vanuit het Sociale Domein. De resultaten en bevindingen van de bijeenkomst worden door Telengy verwerkt in een volgende versie van de catalogus. De nieuwe versie zal ter beschikking worden gesteld aan de deelnemers van de conferentie.

De bijeenkomst vindt plaats op dinsdag 1 juli a.s. om 13.30u. De locatie is centraal gekozen bij de La Place vergaderzalen op Utrecht Centraal Station. Er zijn nog enkele stoelen vrij voor deelnemers. Er zijn geen kosten aan deelname verbonden. U kunt zich nog tot vrijdag 20 juni aanmelden! Wanneer u zich aanmeldt ontvangt u tijdig alle informatie over uw deelname en routebeschrijving. Neem bij interesse contact op met Marcel Lemmen van Telengy via m.lemmen@telengy.nl of 06 50 43 15 77.


Terugblik Rondetafel-conferentie ZTC Sociaal Domein

Onder begeleiding van Telengy-adviseurs Jos van Dijk en Arjan Kloosterboer heeft op 1 juli jl. in Utrecht een rondetafel-conferentie plaatsgevonden rondom de ontwikkeling van een ZaakTypeCatalogus voor het sociaal domein. Met inhoudsdeskundigen op het gebied van de 3 decentralisaties en informatievoorziening van de gemeenten Tilburg, ‘s-Hertogenbosch, Alphen aan den Rijn, Gennep, Haarlem en Dimpact is besproken of zaakgericht werken toegevoegde waarde biedt in het sociaal domein. Tevens is de door Telengy uitgewerkte zaaktypecatalogus voor het sociale domein toegelicht en gedebatteerd.

Het werd duidelijk dat er grote behoefte is om kennis met elkaar te delen. Hierbij ontstonden wezenlijke discussies op basis van het bekende uitgangspunt `Eén gezin, één plan, één regisseur`. Wat houdt dit nu precies in voor de bruikbaarheid van zaakgericht werken in relatie tot het verdergaande cliëntgerichtgericht werken? De aanwezigen zijn het er unaniem over eens dat zaakgericht werken in het sociaal domein een bijdrage kan leveren met betrekking tot de 3 decentralisaties, maar dat dit slechts een middel is in het bereiken van het hogere doel. Door de deelnemers is aangegeven dat verdere ontwikkeling van de zaaktypecatalogus noodzakelijk is. Zo zal er verder gewerkt worden aan de huidige versie van de zaaktypecatalogus sociaal domein en zal KING ook betrokken worden in het vervolgtraject.

Wilt u meer informatie over de ontwikkeling van de ZTC Sociaal Domein? Neemt u dan contact op met Marcel Lemmen, commercieel manager via m.lemmen@telengy.nl of via 06-50431577.

Overheid in Beweging: De Klik

Lees het gehele artikel

Hier vindt u de laatste Overheid in Beweging De Klik. In ketensamenwerkingen is een goed samenspel essentieel om het gewenste resultaat te realiseren. De basis daarvoor is de juiste klik tussen ketenpartners. In deze uitgave belichten we die samenwerkingen vanuit verschillende invalshoeken. Vanuit een zorgorganisatie die al enkele jaren met innovatieve concepten bezig is, maar er is ook aandacht voor de juridische kant van ketensamenwerking. Is de huidige wetgeving nog wel passend voor de bestuurlijke realiteit van wederzijdse afhankelijkheid en samenwerking?

In deze Overheid In Beweging De Klik:

  • Ketenpartner aan het woord
    Op vertrouwen sturen in ketensamenwerkingen.
  • Demografische Effect Rapportage
    Stedebouwkundige helpt ‘nieuwe werkelijkheid’vorm te geven.
  • Regierol van gemeenten
    “Regierol vraagt om herinrichting en focus”
  • Wetgeving en de bestuurlijke praktijk
    Hoe ‘keten-proof’ is het bestuursrecht?
  • Wmo – Gedeelde zorg
    Landgraaf kiest voor een zachte landing.
  • Vraaggestuurd werken
    “Bepaal eerst de vraag, dan het beleid en aanbod”
  • Inspiratie
    Muziek in ketensamenwerking
    Met andere ogen – IJle lucht
  • Met passie samenwerken
    Samenspel naar de top.

U kunt deze Overheid in Beweging: De Klik hieronder downloaden:

Overheid in Beweging De Klik

Kwart scholen vraagt nog uittreksel GBA bij inschrijving leerling

Lees het gehele artikel

Met de CITO-score in de hand schrijven circa 165.000 leerlingen zich komende periode in bij het voortgezet onderwijs. Daarvoor hoeft de leerling steeds minder vaak een uittreksel GBA te overleggen. Ongeveer een kwart van de onderwijsinstellingen vraagt nog een uittreksel bij inschrijving. Driekwart van de scholen organiseert de identificatie op een andere manier, bijvoorbeeld via een uitschrijvingsbewijs van de vorige school, een ID­bewijs of geboortebewijs. Diverse scholen nemen genoegen met identificatie door een zorgpas. In enkele gevallen controleert de gemeente de inschrijfgegevens die de school aanlevert. Daarvoor heeft een ouder van de leerling dan wel toestemming gegeven. Dit blijkt uit onderzoek van Telengy onder 138 gemeenten en 274 (van in totaal 651) onderwijsinstellingen.

De Wet op het voortgezet onderwijs (art. 27b) stelt dat bij inschrijving aan het voortgezet onderwijs het burgerservicenummer (BSN), de geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum en het geslacht overlegd dienen te worden. Dit is ook zonder uittreksel mogelijk.


Scholen staan open voor alternatieve identificiatie

Bijna driekwart van de ondervraagde scholen lijkt zich hiervan bewust. Bij inschrijving van nieuwe leerlingen geeft een kwart van de ondervraagde scholen aan nog steeds een uittreksel te gebruiken voor inschrijving. Overigens hanteren slechts vier van de ondervraagde scholen het als enige inschrijfmogelijkheid.

Van de scholen die momenteel een uittreksel als inschrijfbewijs hanteren, kent circa 90 procent de alternatieven. Van die 90% overweegt ruim 80% ook daadwerkelijk in de toekomst andere identificatiemethoden toe te passen bij de inschrijving van nieuwe leerlingen.

Waar diverse scholen en gemeenten al op één lijn zitten, blijken er ook opmerkelijke verschillen zichtbaar in gemeenten. Zo blijkt uit de onderzoeksresultaten dat er zes gemeenten zijn die het uittreksel verstrekken, terwijl scholen in deze gemeente de inschrijving van leerlingen via andere identificatiemethoden regelen. Ruim één derde van de gemeenten die aangeven een uittreksel voor inschrijving voortgezet onderwijs te verstrekken, hanteren een pro-actief beleid. Dat wil zeggen dat ouders en leerlingen worden gewezen op alternatieve identificatiemethoden.

Dalende tendens

Sinds 2011 is een dalende tendens waar te nemen. In 2011 leverde 65% van de gemeenten nog een uittreksel voor inschrijving aan het voortgezet onderwijs. Uit het laatste onderzoek blijkt dat 27 procent van de onderwijsinstellingen voortgezet onderwijs dit vraagt ter identificatie.

Eerder onderzoek van Telengy wees uit dat de overbodige uittreksels de ouders ruim 600.000 euro en de gemeenten bijna 5000 werkuren kosten. Het delen van informatie tussen scholen en gemeenten, of het gebruiken van alternatieve identificatiemethoden zijn mogelijkheden om dat onnodige werk en de onnodige kosten te voorkomen:

Het onderzoek is uitgevoerd door George Claessen en Peter ter Telgte van Telengy. De onderzoeksresultaten zijn beschikbaar via onderstaande documenten:

Meer weten?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Peter ter Telgte,
p.t.telgte@telengy.nl, 06 46 72 42 05.

GRIP op informatievoorziening

Lees het gehele artikel

Een goed functionerende informatiehuishouding is cruciaal voor efficiënte en effectieve bedrijfsvoering en dienstverlening van uw gemeente. Als informatieprofessional weet u dat natuurlijk als geen ander. Slim gebruik van basisgegevens en toepassing van moderne ICT-hulpmiddelen kunnen een grote toegevoegde waarde bieden. Maar hoe zorgt u voor een goede afstemming tussen bedrijfsvoering, dienstverlening, informatievoorziening en automatisering? En hoe verbindt u strategisch, tactisch en operationeel niveau binnen uw informatiehuishouding? GRIP geeft u inzicht in deze vragen.

Wat is GRIP?

Het Gemeentelijk Referentiemodel I&A-functie Positionering (GRIP) helpt u bij de invulling van de I-functie in uw gemeente. GRIP is inmiddels succesvol toegepast in de KING i-NUP Academy en is vrij beschikbaar voor gemeenten. Met GRIP krijgt u inzicht in de huidige status van de I&A-functie. Met dat inzicht kunt u verbeteringen aanbrengen, zodat informatievoorziening en automatisering beter renderen. Ook kunt u taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden beter positioneren, zodat functies als informatiemanager, applicatiebeheerder, gegevensbeheerder en systeembeheerder nog beter op elkaar worden afgestemd. GRIP is gebaseerd op het 9-vlaks model, een model dat de afhankelijkheid tussen bedrijfsvoering, dienstverlening, informatievoorziening en automatisering weergeeft.

Figuur 1. Het 9-vlaksmodel dat de basis vormt van de GRIP-toolWorkshop GRIP op informatievoorziening

U kunt GRIP zelf gebruiken in uw organisatie. Daarvoor kunt u op deze pagina de stellingen doorlopen en na afloop ontvangt u een samenvatting van de resultaten. U kunt echter ook gebruik maken van de mogelijkheid om een workshop van 2 dagdelen door ons te laten verzorgen. In dat geval faciliteren wij u als volgt:

1. Voorbespreken aanpak en doelstelling

Ons GRIP-team neemt de aanpak met u door: Wie neemt deel aan de workshop? Wat is hun functie? Is er een specifieke doelstelling? Met welke speciale omstandigheden moet rekening gehouden worden in de workshop? Hoeveel tijd moet er zitten tussen de beide dagdelen van de workshop?

2. Dagdeel 1 van de workshop

Het GRIP-team geeft allereerst een toelichting op GRIP, zodat de deelnemers een zo gelijk mogelijk referentiekader hebben. Daarna vullen de deelnemers individueel de verschillende stellingen in. Dagdeel 1 duurt 2-3 uur.

3. Analyse van de resultaten

Het GRIP-team analyseert de resultaten en inventariseert eventuele opmerkelijke inzichten.

4. Voorbespreken dagdeel 2

Wij delen onze bevindingen met de opdrachtgever en bespreken aan de hand daarvan de belangrijkste leerdoelen voor dagdeel 2.

5. Dagdeel 2 van de workshop

Het GRIP-team presenteert de resultaten op hoofdlijnen, brengt opmerkelijke inzichten naar voren en begeleidt de discussie met als doel om te komen tot concrete verbetervoorstellen.

De standaard workshop GRIP (8-12 deelnemers) bieden we u aan voor een bedrag van € 1.595,00 exclusief BTW en inclusief reis- en verblijfkosten.

Voor wie is de workshop bedoeld?

De workshop geeft het beste resultaat bij deelname door een brede vertegenwoordiging uit uw organisatie, met name ook medewerkers en leidinggevenden die verantwoordelijk zijn voor bedrijfsvoering en dienstverlening. Maar daarnaast natuurlijk ook de informatiemanager, coördinator I&A, hoofd systeembeheer, applicatiebeheerders en gegevensbeheerders.

Interesse in GRIP?

Wilt u meer weten over GRIP, dan kunt u contact opnemen met Marcel Lemmen, telefoon 06 50 43 15 77 of m.lemmen@telengy.nl.

Neem gerust een kijkje bij de GRIP-tool.

GEON en Telengy hebben GRIP ontwikkeld in opdracht van KING Operatie NUP voor de i-NUP Academy.

19 succesvolle DigiD audits afgerond

Lees het gehele artikel

Afgelopen maanden heeft Telengy 19 organisaties ontzorgd bij de DigiD audits. Dit zijn de organisaties Best, Maastricht, K5, Bergambacht,Vlist, Schoonhoven, Nederlek, Ouderkerk, RID de Liemers, Westervoort, Rijnwaarden, Duiven, Zevenaar, Millingen aan de Rijn, Ubbergen, Groesbeek, Landerd, Veldhoven en Waalre. Alle DigiD audits zijn inmiddels met succes afgerond.

Voor 1 januari 2014 dienen alle organisaties met één of meerdere DigiD aansluitingen een jaarlijks terugkerend ICT Beveiligingsassessment DigiD (kortweg ‘DigiD audit’) uit te voeren. Hiermee krijgt een gemeente inzicht in de mate van beveiliging van de webomgeving. Elke gemeente is zelf verantwoordelijk voor de DigiD audit en het indienen van de rapportages bij beheerorganisatie Logius. Dit vergt extra inspanningen in capaciteit en kennis. Telengy ontzorgt organisaties bij een succesvolle uitvoering van de DigiD Audit door de DigiD Audit Begeleidingsdienst.

Het volledige overzicht van onze begeleidingsdienst is hier te raadplegen.