Auteursarchief: beheerder

Verandering sociaal domein gedijt bij eenduidigheid

Lees het gehele artikel

De noodzaak om het sociaal domein te hervormen is in aanloop naar 1 januari 2015 gestoeld op drie pijlers:

  1. Betere kwaliteit van hulp en ondersteuning;
  2. Meer voor elkaar zorgen (informele zorg), en;
  3. Financiële houdbaarheid van de langdurige zorg.

De filosofie achter de verandering van het sociaal domein is dat de burger zelf in staat moet worden gesteld om de afstand tot zelfredzaamheid in te schatten en in kaart te brengen wat ervoor nodig is om deze afstand te overbruggen. Zo krijgt de burger meer eigenaarschap over zijn probleem, staat diens welbevinden centraal en wordt de beweging ingezet van rechtmatigheid naar doelmatigheid. De positie en rol van de burger bij het vergroten en/of behouden van diens zelfredzaamheid wordt verstevigd. De burger krijgt meer invloed in de totstandkoming van zijn “plan” en waar mogelijk voert hij zelf de regie. Dit emancipatie-denken vraagt om verandering van houding en gedrag op alle niveaus (strategie, beleid, uitvoering) bij overheden, zorgaanbieders en niet op de laatste plaats bij burgers.

Uniformiteit stimuleert verandering

Gemeenten kunnen deze verandering stimuleren door consistent te zijn met elkaar in de wijze waarop zij zich als opdrachtgever opstellen binnen de driehoeksrelatie met aanbieders en burgers. Bij het begrip ‘opdrachtgeverschap’ kan onder andere gedacht worden aan sturing (b.v. resultaat of producteenheden), bekostiging (product en populatie), financiering (per product of per arrangement) en regie (bij gemeente, aanbieder of burger). Als gemeenten hierin van elkaar verschillen, staat dit de gewenste verandering in de weg. Zie hetzelfde effect bij een inconsistente aanpak tussen twee verschillende opvoeders. Een kind zal van nature geneigd zijn om gebruik te maken van deze inconsistentie: terwijl beide opvoeders onderling hetzelfde voorhebben met het kind (veilig opgroeien en ontwikkelen), gaat de discussie over iets anders (het verschil in opvattingen), waardoor het opvoedingsproces (het proces naar het gemeenschappelijke doel) stagneert.

Als we deze inconsistentie vertalen naar verschillen in opdrachtgeverschap bij gemeenten binnen een regio, dan zien we hetzelfde. Aanbieders en inwoners zijn geneigd om in het licht te gaan staan tussen de verschillende visies op opdrachtgeverschap, terwijl we als regiogemeenten hetzelfde voorhebben met onze inwoners: burgers zo snel mogelijk, zo licht mogelijk, zo kort mogelijk en zo dicht mogelijk bij huis, van de hulp en ondersteuning voorzien die nodig is om zelfredzaam te kunnen participeren in de maatschappij.

Harmonisatie van opdrachtgeverschap

De huidige stand van het land laat zien dat gemeenten op regionaal niveau nogal eens van elkaar verschillen. Verschillende wetten, verschillende inkoopniveaus (lokaal-regionaal) en verschillende aanvragers per gezin zorgen ervoor dat een gezin meer dan een handvol verschillende beschikkingen kan krijgen en aanbieders op verschillende wijzen moeten registreren en verantwoorden, waardoor het ontbreekt aan samenhang en consistentie. Al met al een heleboel verschillen. Dit staat haaks op de filosofie achter de decentralisaties, waarbij het adagium geldt: één gezin, één plan, één regisseur! Door de verschillen in opdrachtgeverschap te harmoniseren naar een consistente aanpak die enerzijds aansluit bij de lokale visie van gemeenten en tegelijkertijd de verschillen in (financiële) verantwoording overbrugt, kan iedere gemeente lokaal (blijven) sturen op de inkoop- en beleidsdoelstellingen, zonder dat de focus verschuift naar een mogelijk verschil in opvattingen, waardoor het hulpverleningsproces stagneert. Op deze wijze wordt een optimaal klimaat gecreëerd om de eerder genoemde noodzaak om te veranderen, te verenigen met het nut van deze verandering!

Harmonisatie werkt

Telengy-adviseur Ruud Groot deed eerder een verkenning naar verschillen in opdrachtgeverschap tussen gemeenten in de regio Hart van Brabant. De verkenning wees uit dat harmonisatie leidt tot verminderen van regeldruk en tegelijkertijd invulling geeft aan de ambitie van een integrale aanpak, die gemeenten op basis van hun beleidsplannen voorstaan. Een eerder ontwikkelde subregionale uniforme werkwijze van opdrachtgeverschap leidde aantoonbaar tot een toename van kwaliteit en een afname van kosten.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ruud Groot, adviseur bij Telengy, via telefoonnummer 06 15 47 92 90 of via e-mail: r.groot@telengy.nl.

Voorsorteren op de Omgevingswet in 2016

Voorsorteren op de Omgevingswet in 2016
Lees het gehele artikel

Voorsorteren op de Omgevingswet in 2016

De contouren van de Omgevingswet zijn inmiddels wel helder. Op dit moment wordt door het Rijk de concrete wetgeving uitgewerkt in de vorm van vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Daarmee is al grotendeels te voorspellen welke impact de wet zal hebben op gemeenten in 2018, wanneer de wet in werking moet treden. 2018 is het al heel snel. Gemeenten doen er daarom goed aan om nu al voorbereidingen te treffen op de wet en te starten met transformatie.

Wat kunt u als gemeente in 2016 al doen?

Hieronder volgen 7 tips waar gemeenten al mee aan de slag kunnen ter voorbereiding op de Omgevingswet in 2016:

  1. Stel een profiel op van uw gemeente

    Gemeenten verschillen! Maak een profiel van uw gemeente op basis van diverse thema’s (bijvoorbeeld ruimtelijke archetypering zoals woningbouw, economische bedrijvigheid, historische dorpskernen, middenstand, toerisme, cultuur en landschap). Wat kenmerkt uw gemeente (lokaal dan wel regionaal) en wat zijn de ambities van uw gemeente? Op basis van dit profiel krijgt u een beter en integraler beeld van de mogelijke keuzes en scenario’s.

  2. Zoek tijdig verbinding met de juiste partners

    In 2016 zal de regionale implementatieagenda voor de Omgevingswet opgesteld moeten worden. De Omgevingswet gaat uit van een integrale benadering van de leefomgeving. Denk daarom regionaal en in ketens en ga om de tafel met uw partners om tot een gedeelde visie en strategie te komen.

  1. Vorm een (omgevings)visie

    De Omgevingswet laat meer dan ooit ruimte voor een lokaal bestuur om een eigen beleid te voeren. Vorm als bestuur alvast een integrale visie op uw omgevingsbeleid (ruimtelijke ordening maar ook veiligheid, milieu en gezondheid) voor de lange termijn en betrek daar inwoners, ondernemers en ketenpartners zoals uw omgevingsdienst bij.

  1. Zet uw visie om in een strategie

    Wat wordt uw strategie? Gaat u veel lokale bestuurlijke afwegingsruimte hanteren om initiatieven uit de samenleving optimaal te kunnen stimuleren en faciliteren? Neem een standpunt in over participatie door inwoners en bedrijven. De interactie met de samenleving zal verschuiven van minder toetsend vanuit de rol als bevoegd gezag, naar meer oplossingsgericht vanuit de rol als dienstverlener. Bedenk, op basis van het opgestelde profiel van uw gemeente en de bestuurlijke voorkeuren, welke doelen voor uw gemeente prioriteit hebben. Bijvoorbeeld het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van de leefomgeving, uw dienstverlening verbeteren en bezuinigen.

  1. Bereid uw organisatie voor op deze strategie

    Wat betekent uw strategie voor de samenstelling en formatie van uw afdelingen in de komende jaren? Gemeenten zijn nog niet ingericht op het integraal opstellen en uitvoeren van omgevingsbeleid, zoals dat met de Omgevingswet gevraagd wordt. De voorspelling is dat er meer generalisten nodig zullen zijn bij gemeenten. Specialisten komen bij de omgevingsdiensten vandaan of worden ingehuurd. Daarnaast vergt de Omgevingswet vooral andere competenties van uw medewerkers. Niet meer denken in regels en beperkingen (‘nee, tenzij’), maar in kaders en kansen (‘ja, mits’). Vertaal dit tijdig naar een passende ontwikkelaanpak.

  1. Ga aan de slag met digitalisering en zaakgericht werken

    De impact op de informatievoorziening en werkprocessen is voor een groot deel nog niet helder. Dat betekent niet dat uw gemeente zich niet alvast kan voorbereiden door de basis op orde te krijgen. Grijp het moment als gemeente(n) aan om samen met uw omgevingsdienst op lokaal en regionaal niveau de processen en informatievoorziening onder de loep te nemen en quick wins te bepalen. Hiermee intensiveert u alvast de samenwerking op weg naar de Omgevingswet. Digitaliseer processen en ga daarbij zaakgericht te werk. Bereid de werkwijze voor op objectgericht werken (gebruik geo-informatie). Maak wel een zorgvuldige afweging welke investeringen in bestaande (vergunning)systemen nog verantwoord zijn. Het is in deze fase ook niet verstandig om grote onomkeerbare beslissingen te nemen.

  2. Werk aan de kwaliteit en het ontsluiten van je gegevens

    Gemeenten zullen onder de Omgevingswet minder informatie over wijzigingen in de leefomgeving kunnen halen uit vergunningen en meldingen, bijvoorbeeld ten behoeve van de gegevenskwaliteit van de BAG, BGT en WOZ. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet is afhankelijk van de (kwaliteit van) gegevens. Het borgen van de kwaliteit van de basisregistraties wordt daarom belangrijker. De Omgevingswet gaat daarnaast uit van een gelijke informatiepositie van initiatiefnemers (burgers en bedrijven) en ambtenaren per 1 januari 2018. Dit is onhaalbaar als informatie niet actueel en volledig is en enkel in lokale gemeentelijke systemen is opgeslagen. Bereid de organisatie daarom voor op het actualiseren van relevante gegevens en het centraal beschikbaar stellen van data. Maak gebruik van de landelijke voorzieningen (zoals het Digitaal Stelsel Omgevingswet) die onder de Omgevingswet doorontwikkeld en geïntegreerd zullen worden.

Tot slot: blijf de laatste ontwikkelingen rond de Omgevingswet volgen.
Er zal binnenkort een set standaarden beschikbaar worden gesteld die noodzakelijk zijn voor de digitale ondersteuning, samenhangend met de inwerkingtreding van de wet. Ook zal het Programma Implementatie meer  duidelijkheid scheppen over wat centraal en decentraal geregeld moet worden.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roald Schel, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 28 42 18 62 of via e-mail: r.schel@telengy.nl.

Gebruikte bronnen:

  • KING, Rijkswaterstaat & Royal Haskoning, Tweede verkennend onderzoek naar de impact van de Omgevingswet, 03-11-2015.
  • VNG, Factsheet implementatie Omgevingswet, 29-05-2015.

Samenwerking, ambtelijke fusie of herindeling?: ‘Kennen, mogen en vertrouwen’

Lees het gehele artikel

Het is een van de oudste uitspraken in sales: “mensen kopen van mensen die ze kennen, mogen en vertrouwen”. Maar dit geldt niet alleen in koper-verkoper relaties. Het is ook interessant om deze uitspraak in verband te brengen met samenwerkingsverbanden en (ambtelijke) fusies in gemeenteland. Het aantal gemeenten in Nederland is de laatste 50 jaar gedaald van ongeveer 1.000 naar een kleine 400. In de 100 jaar daarvoor (1860 tot 1960) was er een daling te zien van slechts 200 gemeenten. Het einde van deze schaalvergroting is nog niet in zicht.

Aantal gemeenten in Nederland

Herindelingen 2016 en 2017

Nederland bestaat momenteel nog uit 393 gemeenten. Door twee aanstaande herindelingen per 1 januari 2016 daalt dit aantal verder naar 390 gemeenten. Dit zijn gemeenten die bestuurlijk zelfstandig zijn, maar allen op de een of andere manier samenwerken met andere overheidsorganisaties om de veelheid aan (nieuwe) taken effectief en efficiënt uit te voeren.

De gemeente Zeevang gaat op 1 januari 2016 op in de gemeente Edam-Volendam en de gemeenten Naarden, Bussum en Muiden worden op diezelfde datum de nieuwe gemeente Gooise Meren. Op 1 januari 2017 staat er één herindeling op de planning. De gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel zullen dan een herindelingstraject afsluiten en opgaan in de nieuwe gemeente Meijerijstad. Een dergelijk traject vergt een jarenlange periode van voorbereiding.

Kennen, mogen en vertrouwen dus!

Of het nu samengaan of samenwerken is, een belangrijke succesfactor voor een geslaagd traject is dat de partners vertrouwen hebben in elkaar. En bedenk: organisaties werken niet samen, maar mensen werken samen. Het gaat dus om het opbouwen van vertrouwen tussen bestuurders, directeuren, managers en medewerkers van de partners.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard

Een (ambtelijke) fusie verloopt meestal geruislozer als de partners elkaar in de jaren daarvoor goed hebben leren kennen. En niet alleen kennen, maar ook voldoende waardering en respect voor elkaar op hebben weten te bouwen, zodat uiteindelijk een vertrouwensrelatie ontstaat. Een proces dat – al naar gelang er kleine of grote verschillen zijn – meestal de nodige tijd kost. Tijd die daarvoor gewoon genomen moet worden want, net zoals gras niet harder gaat groeien als je er aan trekt, zal een samenwerking niet sneller tot bloei komen als er te veel druk op gezet wordt.

Voor niets gaat de zon op

Het doel van het aangaan van een samenwerking zal nooit een fusie zijn. Dan wordt er te hard aan het gras getrokken en zullen de broze sprietjes snel afbreken. Maar om gras te krijgen, zal je wel (vruchtbare) grond moeten bewerken en zal water, zon en mest toegevoegd moeten worden. Alleen dan zal er uiteindelijk ook geoogst kunnen worden. Vruchtbare samenwerking tussen gemeenten kan uiteindelijk leiden tot een fusie. Daar zijn in Nederland vele voorbeelden van. In de samenwerking wordt dan het traject van ‘kennen-mogen-vertrouwen’ succesvol doorlopen, waarna het samengaan een logisch vervolg is. De afgelopen jaren heeft onze adviseur Henk Albers vele gemeenten mogen begeleiden bij het aangaan van een samenwerking of fusie. Met geduld en doorzettingsvermogen helpt hij het vertrouwen op te bouwen, zodat een stevige band tussen de partners ontstaat.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Henk Albers, via tel. nr. 06 22 92 24 16 of via email: h.albers@telengy.nl.

Samenwerking Heemstede-Bloemendaal van start

Lees het gehele artikel

Logo samenwerking Heemstede-Bloemendaal

Op 5 oktober 2015 ging de samenwerking op het gebied van automatisering tussen de gemeenten Bloemendaal (22.000 inwoners) en Heemstede (26.000 inwoners) in Noord-Holland van start. Op die dag werden de medewerkers van Bloemendaal in Heemstede met koffie en gebak ontvangen door burgemeester Marianne Heeremans,  gemeentesecretaris Willem van den Berg en directeur bedrijfsvoering Ruud Lubberts.

Streven naar perfectie

“Perfectie kun je nooit bereiken, maar je kunt er wel altijd naar blijven streven.” Die woorden gebruikte burgemeester Heeremans in haar welkomstwoord. De wereld van ICT is nog steeds dynamisch en in ontwikkeling en door de samenwerking Heemstede-Bloemendaal beogen de gemeenten ICT nog effectiever en efficiënter in te zetten om de dienstverlening aan medewerkers, maar vooral ook aan burgers en bedrijven te verbeteren.

De feitelijke start op 5 oktober 2015 werd voorafgegaan door de afronding van de voorbereidingen met besluitvorming in de beide gemeenteraden. Kwartiermaker Henk Albers, adviseur bij Telengy, begeleidde de gemeenten in dat proces, hetgeen resulteerde in een bedrijfsplan, een juridische constructie en een meerjarenbegroting. Ook is een nieuw functieboek opgesteld en zijn de medewerkers in een plaatsingsprocedure geplaatst op de nieuwe functies.

Overdracht werkzaamheden

En, zoals gezegd, de gemeenteraden gaven op basis van de bereikte resultaten in de voorbereiding unaniem groen licht voor de start van de samenwerking. Daarmee komt er ook een einde aan de functie van kwartiermaker. De gemeenten hebben samen met mij inmiddels succesvol de procedure doorlopen om extern een hoofd voor het nieuwe team te werven. Deze zal medio december 2015 starten met zijn werkzaamheden.”

Henk Albers: “Ik kijk terug op een intensieve periode bij de gemeenten Bloemendaal en Heemstede en heb er alle vertrouwen in dat de opgezette samenwerking een goede basis is voor uitbouw op andere terreinen dan alleen op automatiseringsgebied.”

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Henk Albers via tel. nr. 06 22 92 24 16 of via e-mail: h.albers@telengy.nl.

Veilig Thuis Gelderland-Zuid werkt systeemgericht

Spelende kinderen
Lees het gehele artikel

Gemeenten zijn inmiddels verantwoordelijk voor de meest kwetsbare groepen in onze samenleving. Zij hebben onder andere de opdracht gekregen om een (bovenlokaal) advies- en meldpunt huiselijk geweld te organiseren onder de naam Veilig Thuis (hierna te noemen: ‘VT’). De gemeenten in Zuid-Gelderland hebben ervoor gekozen om de organisatie en uitvoering van VT in handen te leggen van de GGD Gelderland-Zuid.

VT Gelderland-Zuid is een samenvoeging van vier organisaties voor kindermishandeling en huiselijk geweld in de regio: het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), Jeugdbescherming Gelderland (voorheen Bureau Jeugdzorg), Moviera en het Meldpunt Bijzondere Zorg (MBZ), dat al ondergebracht was bij de GGD. VT Gelderland-Zuid is laagdrempelig, toegankelijk en 24/7 gratis bereikbaar via diverse kanalen voor publiek en professionals. Door één meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling ontstaat er meer samenhang in de aanpak. VT Gelderland-Zuid werkt systeemgericht en volgens de inmiddels welbekende principes: ‘één gezin, één plan, één regisseur’ en ‘eigen kracht, samen kracht’.

Veilig Thuis     GGD Gelderland-Zuid

De opdracht

In april 2015 zijn adviseurs Annemarie van Kranenburg (NCOD) en Roald Schel (Telengy) gestart als projectleiders informatie- en procesmanagement VT bij GGD Gelderland-Zuid. De opdracht omvat de aanbesteding, inrichting en implementatie van de nieuwe registratie- en ondersteuningsapplicatie voor VT. In de nieuwe applicatie worden zorgmeldingen en adviezen geregistreerd en is het primaire proces van meldingsafhandeling ondergebracht. Een tweede aspect van de opdracht is het faciliteren en verder optimaliseren van de huidige processen, ICT en informatievoorziening, totdat de nieuwe applicatie geïmplementeerd is en deze taken door de interne organisatie overgenomen worden. Deze optimalisatieslag is van belang, aangezien de huidige werkwijze niet efficiënt is. De nieuwe VT-organisatie werkt voorlopig met de vier huidige registratiesystemen van de samengevoegde organisaties, met stand-alone koppelingen (GBA-V, CORV) en processen en IT-voorzieningen die nog niet volledig op orde zijn. Hierdoor gaat veel kostbare tijd van medewerkers verloren; tijd die nodig is om het groeiende aantal zorgmeldingen af te kunnen handelen. Er is daarom sprake van een behoorlijke tijdsdruk voor de aanschaf en implementatie van de nieuwe applicatie, want hiermee zullen bovengenoemde knelpunten voor een groot deel opgelost worden.

Hoe staan we er nu voor?

Wat de huidige manier van werken complex maakt, is dat de medewerkers van VT formeel (nog) in dienst zijn bij hun eigen organisaties en vanuit daar worden gedetacheerd aan de nieuwe organisatie. Gevolg is dat niet alle medewerkers toegang hebben tot dezelfde IT-faciliteiten (hardware, netwerk, beveiliging, mailomgeving), de mailboxen waar zorgmeldingen binnen komen en de afgeschermde delen van de vier bestaande applicaties waarin geregistreerd en geraadpleegd wordt. Aangezien er in de keten van organisaties gewerkt wordt met diverse beveiligde verbindingen, verschillende autorisatieniveaus en privacygevoelige (cliënt)gegevens, bleek deze barrière lastig op te heffen. Dit is opgelost door het opstellen van een convenant tussen Jeugdbescherming Gelderland en GGD Gelderland-Zuid, op initiatief van projectleiders Annemarie van Kranenburg en Roald Schel. “In het convenant zijn heldere afspraken gemaakt op bestuurlijk niveau, welke ervoor zorgen dat alle VT-medewerkers over dezelfde middelen en de juiste autorisaties beschikken om hun werk beter en een stuk efficiënter uit te kunnen voeren, tot de nieuwe applicatie is geïmplementeerd”, licht Roald Schel toe.

“Parallel aan het convenant is met name gefocust op het aanbestedingstraject voor de VT-applicatie. Daarbij is in eerste instantie geïnventariseerd of het mogelijk was om een gezamenlijke aanbesteding op te zetten met andere VT-organisaties in Nederland. Dit bleek niet haalbaar, omdat een deel van de organisaties inmiddels een keuze voor een applicatie had gemaakt, aangezien er bij alle organisaties veel tijdsdruk op de aanschaf stond. Ook de uitgangssituaties (bijvoorbeeld de organisatievorm van VT en het huidige applicatielandschap) en wensen van de organisaties lagen teveel uit elkaar”, vertelt Annemarie van Kranenburg. Als afsluitend onderdeel van het aanbestedingstraject is een referentiebezoek georganiseerd bij VT Noord-Holland Noord; een organisatie die al in productie is met de applicatie van de leverancier die uit de aanbesteding als beste naar voren is gekomen. Het bezoek diende mede als ‘proof of performance’ voor de applicatie in de praktijk. De aanbesteding is inmiddels succesvol afgerond. Op 1 september 2015 is samen met de leverancier gestart met de implementatie, die volgens planning tot medio november zal duren. Vanaf dat moment zal met de nieuwe applicatie gewerkt gaan worden.

Resterende uitdagingen

“Het is de verwachting dat de functionele inrichting van de applicatie vanaf dat moment nog wel verder geoptimaliseerd en op maat gemaakt moet worden, aangezien de VT-taken nieuw zijn voor zowel de VT-organisaties als de softwareleverancier(s)”, zo stelt Roald Schel. De conversie c.q. migratie van de gegevens uit de vier oude applicaties zal na de implementatie plaatsvinden. Deze gegevens moeten inzichtelijk zijn voor de VT-medewerkers, want bij nieuwe meldingen moet immers gecontroleerd kunnen worden of een cliënt al bekend is binnen de organisatie. De conversie heeft onder andere betrekking op cliëntgegevens, de inhoudelijke dossiers en de gegevens van organisaties en medewerkers. Roald Schel: “Wanneer de implementatie van de registratieapplicatie is afgerond, is het conversieproject slechts één van de volgende uitdagingen die de nieuwe VT-organisatie te wachten staat. Een andere uitdaging is het toewerken naar de optimale formatie en bezetting van de nieuwe organisatie, nu steeds meer duidelijk wordt welke taken en werkzaamheden er behoren bij een VT-organisatie en hoe dit in het geval van Gelderland-Zuid het beste ingevuld kan worden. Daarnaast vindt per 1 december een verhuizing plaats van de VT-organisatie naar een nieuwe fysieke locatie in Nijmegen. Een project dat de nodige voeten in aarde heeft en goede afstemming vereist tussen alle betrokkenen.”

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roald Schel, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 28 42 18 62 of via e-mail: r.schel@telengy.nl.

Transitie en transformatie: Nut en noodzaak hand in hand!

Lees het gehele artikel

Blog van Ruud Groot over de kracht van verandering rondom de transitie en transformatie in het Sociaal Domein. In Midden-Brabant was Telengy-adviseur Ruud Groot als projectleider betrokken bij de resultaatgerichte integrale inkoop van Wmo, Jeugd- en Participatiewet. De toegepaste methodiek in Midden Brabant is opgenomen als best practice in De Pilotstarter, het online VNG-platform voor pilots in het Sociaal Domein.


Financiële onhoudbaarheid

Aan verandering gaat vaak een noodzaak vooraf, de zogenaamde ‘duwende kracht’. Een duwende kracht achter de verandering in het sociaal domein is de start van de economische crisis in 2008. In het jaar 2009 gingen 7.000 bedrijven failliet en raakten 125.000 mensen hun baan kwijt. Dit had grote gevolgen voor de overheidsfinanciën. De belastinginkomsten daalden fors en tegelijkertijd namen de kosten op zorg en sociale zekerheid exponentieel toe. Dat de kosten voor zorg toenemen is op zich niets nieuws, dit geschiedt al decennia lang. Onder meer classificerende diagnostiek voorziet ons sinds de jaren ’50 van nieuwe stoornissen, waaruit een nieuw type hulpvraag en -aanbod ontstaat. Begin 19e eeuw werden gezinnen, die om uiteenlopende redenen niet konden meekomen in de samenleving, overgeplant naar een kolonie van Johannes van den Bosch zijn ‘Maatschappij van Weldadigheid’. Begin 21e eeuw wordt er gekeken naar welk product of welke interventie vanuit de farmaceutische industrie of het sociaal agogisch werk kan worden ingezet om problemen te kunnen beheersen of te beteugelen. Het predicaat ‘dom’ is vervangen door ADD (Attention Deficit Disorder) en ‘brutaliteit’ is vervangen door ODD (Oppositional Development Disorder). Deze ontwikkelingen hebben ertoe  geleid dat de kosten fors zijn toegenomen. Het AWBZ-budget bedroeg in 1968 bij aanvang 275 miljoen euro, inmiddels is dat 27 miljard euro. Ergo: er is sprake van financiële onhoudbaarheid. Het moét anders. Tot zover de noodzaak.

Ambitie

Er speelt naast de noodzaak nog een andere kracht bij verandering. Deze kracht is het nut, ook wel de ambitie. Dit is een zogenaamde ‘trekkende kracht’. De trekkende kracht achter de transitie en transformatie in het sociaal domein is de overtuiging dat zowel de overheid, de sociale professional en op de eerste plaats de zorgvrager zelf gebaat zijn bij deze verandering. De afgelopen decennia zijn zorgvragers aangetast in hun autonomie, door hen te ‘beroven’ van hun problemen en, nog erger, hun probleemoplossend vermogen. Zo is het stelsel oorspronkelijk ook ingericht; als iemand een belemmering in de zelfredzaamheid ondervond, werd er een indicatie afgegeven voor zorg. Binnen de bandbreedte van de gestelde indicatie werd dan zorg geleverd. De vraag is in welke mate een zorgvrager echt gebaat is geweest bij die zorg, kijkend naar de toename en/of het behoud van de zelfredzaamheid en de mate van maatschappelijke participatie. In veel gevallen nam na verloop van tijd niet de autonomie en zelfredzaamheid toe, maar juist de zorgintensiteit. In concreto: mensen werden zorgafhankelijker in plaats van zelfredzamer. En dit is nou juist het tegenovergestelde van wat de overheid wil bereiken.

Loslaten en bouwen

Om dit echt te kunnen veranderen moeten we niet vasthouden aan het verleden, maar het (durven te) onderkennen: met de beste bedoelingen hebben we dingen goed gedaan, maar we hebben niet de goede dingen gedaan. Loslaten van de oude denkwijze dus en tegelijkertijd bouwen aan de toekomst. In deze toekomt moet de interventie weer het instrument worden, niet het doel. Het resultaat moet het doel zijn; dat is dat mensen worden gevoed in hun autonomie, in plaats van dat zij hierin worden beperkt. Het resultaat is dat mensen zijn geholpen bij het vergroten en/of behouden van hun zelfredzaamheid. Om dit te realiseren is verandering nodig in de werkwijze én in de mindset van de overheid, sociale professionals én zorgvragers zelf. Onderlinge afstemming is het middel om het grotere doel te kunnen bereiken. Een maatschappij waarin zorgvragers weer eigenaar zijn van hun probleem en hun probleemoplossend vermogen, waarin professionals de professionele en beleidsvrije ruimte krijgen om te kunnen doen waar ze goed in zijn, waarin aanbieders kunnen meedenken en bijdragen aan efficiëntere en effectievere initiatieven zonder dat ze hiermee hun eigen glazen ingooien, waarin de overheid de kwaliteit van zorg en ondersteuning omhoog ziet gaan en de kosten omlaag, met een opwaartse spiraal als gevolg. Zo kunnen we nut en noodzaak met elkaar verbinden en zitten we allemààl in onze (eigen) kracht.

Meer weten?

Nieuwsgierig naar een voorbeeld van resultaatgerichte aanpak? In Midden-Brabant was Telengy-adviseur Ruud Groot als projectleider betrokken bij de resultaatgerichte integrale inkoop van Wmo, Jeugd- en Participatiewet. De VNG heeft dit voorbeeld als Best Practice opgenomen in De Pilotstarter, het online VNG-platform voor pilots in het Sociaal Domein. Tevens verwijst Pianoo (expertisecentrum aanbestedingen) naar deze methodiek als voorbeeld via hun website.

Artikel VNG magazine: Zorginkoop in de geest van de wet
Best Practice – De Pilotstarter: Zorg inkopen op resultaat
Pianoo: Zorg inkopen op resultaat

 

Volontario: Innovatie leidt tot transformatie

Lees het gehele artikel

Nú is het moment om zaken anders te organiseren, los te laten en te kijken naar vernieuwende initiatieven die bijdragen aan versterking van de kracht in een dorp, wijk of kern. Doe je dat als gemeente niet, dan krijgt transformatie geen vorm. Een heel mooi voorbeeld waar Telengy-adviseur Femke de Vos aan heeft meegewerkt is stichting Volontario in de gemeente Stein.

Telengy-adviseur Femke de Vos is werkzaam binnen het Sociaal Domein en werkt mee aan veranderopdrachten bij gemeenten. Twee belangrijke zaken vallen haar op: De eerste is dat gemeenten hun begroting en capaciteitsplanning vastgesteld hebben voor 2015, maar daarbij (vaak) vergeten zijn om ruimte te creëren voor burgerinitiatieven. Femke de Vos: “We willen heel veel van burgers; wanneer deze dan in beweging komen, moet je ze kunnen faciliteren. Dat kost tijd en soms ook geld.” Het tweede dat opvalt is dat de gemeente geneigd is om te blijven sturen. Loslaten en vertrouwen hebben in een nieuw burgerinitiatief of organisatie die het anders wil gaan doen blijkt enorm moeilijk. Femke de Vos: “Geef het initiatief een kans! De uitvoering van een succesvolle veranderopdracht gaat niet zonder het nemen van risico’s. Vraag je dus bij elk gesprek, bij elk initiatief en bij elk verzoek af: ‘Wat is er vernieuwend aan?’ en ‘wat levert dit daadwerkelijk op voor het dorp, wijk of kern?’. Als een initiatief wordt gedragen door de inwoners, dan is de kans van slagen groot.”

Stichting Volontario in de gemeente Stein beloont vrijwilligers met VOLO’s van maatschappelijk betrokken bedrijven uit de gemeente. Vrijwilligers registreren hun gewerkte uren op een website en de contactpersoon van de vereniging of stichting keurt deze goed. Bedrijven tonen hun betrokkenheid met een maatschappelijke bijdrage in ruil voor promotie. Het totaal aantal geregistreerde uren en het totale bedrag aan maatschappelijke bijdrage bepalen de waarde van de beloningsmunt, de zgn. VOLO. Op het eindejaarsevent komt alles en iedereen samen. Lokale bedrijven bieden hun producten of diensten in ruil voor VOLO’s aan en vrijwilligers kiezen hun eigen beloning. Met dit initiatief wil Volontario vrijwilligerswerk én maatschappelijk verantwoord ondernemen stimuleren. De website is sinds januari 2015 actief en de stichting is momenteel volop bezig haar activiteiten onder de aandacht te brengen bij verenigingen, stichtingen en ondernemers. Bezoek de website voor meer informatie: www.volontario.nl.

Tevens is er recent een artikel geplaatst over Volontario in Dagblad De Limburger: link.

De dames van Stichting Volontario

De dames van Stichting Volontario

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Femke de Vos, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 52 58 57 08 of via email: f.d.vos@telengy.nl .

Telengy helpt weer een samenwerking in de benen

Lees het gehele artikel

De gemeenten Bloemendaal (22.000 inwoners) en Heemstede (26.000 inwoners) in Noord-Holland hebben besloten om hun automatisering gezamenlijk in te kopen en te beheren. Ook de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude (5.500 inwoners) maakt gebruikt van hun diensten alsmede de regionale inkooporganisatie stichting Rijk (25 medewerkers).

In november 2014 is Henk Albers er begonnen als kwartiermaker voor de inrichting van de samenwerking.  Na de MUG-gemeenten (Millingen, Ubbergen en Groesbeek), de Liemers (Duiven, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar), de Hoeksche Waard (5 gemeenten) en de Krimpenerwaard (5 gemeenten) het zoveelste samenwerkingsverband waar Henk zijn schouders onder zet.

Routine? Allerminst. Alhoewel de aandachtsgebieden hetzelfde zijn (personeel, financiën, juridische constructie, dienstverleningsconcept, serviceafspraken) heeft ook dit samenwerkingsverband een “couleur locale”. De opzet van Bloemendaal en Heemstede is de samenwerking te gieten in een lichte gemeenschappelijke regeling waarbij Heemstede als centrumgemeente fungeert. Ruud Lubberts (directeur Publiekszaken en Bedrijfsvoering Heemstede) en Katinka Kensen (adjunct gemeentesecretaris Bloemendaal) zijn samen de opdrachtgevers en de opdracht luidt: maak een bedrijfsplan op basis waarvan de beide colleges van B&W in het voorjaar van 2015 de samenwerkingsorganisatie op kan richten.

De opzet van de samenwerking wordt meteen aangegrepen om een flinke kwaliteitsslag te maken. ITIL is leidend om de werkprocessen goed in te richten. Naast het opzetten van de samenwerking lopen er enkele andere omvangrijke projecten. Zo verbouwt de gemeente Bloemendaal momenteel haar gemeentehuis en is gepland dat alle medewerkers in mei 2015 terugverhuizen naar dat fors opgeknapte gemeentehuis. Een operatie waar de medewerkers van automatisering ook een grote bijdrage aan moeten leveren. Tegelijkertijd moet een geheel nieuwe infrastructuur operationeel gemaakt worden en blijven de normale lopende zaken ook door gaan.

De planning om de samenwerking in het voorjaar 2015 op te richten, is nog steeds haalbaar en wordt gevolgd. In de komende maanden moeten de medewerkers ook hun plek krijgen tussen de nieuwe collega’s en wennen aan de gewijzigde werksituatie. Het credo is: zo snel als het kan, maar zo zorgvuldig als het moet.

Meer informatie?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Henk Albers, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 22 92 24 16 of via e-mail: h.albers@telengy.nl.

MUG-gemeenten besteden Wabo uit

Lees het gehele artikel

De MUG-gemeenten (Millingen aan de Rijn, Ubbergen en Groesbeek) gaan per 1-1-2015 herindelen naar de nieuwe gemeente Groesbeek. De gemeenten hebben het besluit genomen om op diezelfde datum de Wabo-taken over te dragen aan de ODRN (Omgevingsdienst Regio Nijmegen).

De milieutaken van de gemeenten worden al uitgevoerd door de ODRN, binnenkort komen daar de bouwtaken bij. Vanaf dat moment vertolkt de ODRN bovendien de loketfunctie voor inwoners. Bij de gemeente blijft een deel van het Wabo-beleid en coördinatie achter, maar ook de taken op het gebied van bodem en monumenten, evenals de deeladviezen met betrekking tot enkele van de BRIKS-taken (zoals de deeladviezen bij de in/uitrit- en kapvergunning).

De uitbesteding betekent een extra opgave in een toch al drukke periode voor de gemeenten. De uitdaging zit vooral in de wens van de MUG-gemeenten om de eigen medewerkers en de taken op een zo zorgvuldig mogelijke manier over te dragen aan de ODRN. Niet eenvoudig, want medewerkers en taakuitvoering zijn ingebed in de (nu nog drie verschillende) organisaties op basis van factoren als werkprocessen, ICT en informatievoorziening (waaronder applicaties), maar bijvoorbeeld ook op basis van werkplek, collega’s en bedrijfscultuur.

De (scope van de) opdracht
Telengy-adviseurs Lizette van der Velden en Roald Schel zijn door de MUG-gemeenten gevraagd om een impactanalyse te maken van de taakoverdracht op het gebied van ICT en informatievoorziening en de overgang vanuit de MUG-gemeenten op deze aspecten te coördineren en faciliteren.

Belangrijk onderdeel op het gebied van ICT en informatievoorziening is de vakapplicatie Squit XO, die door de drie gemeenten intensief gebruikt wordt voor de vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken. Wie gebruiken de applicatie in de huidige situatie, welke informatie wordt gehaald of gebracht en hoe ziet dit werkproces eruit? Een inventarisatie van de antwoorden op deze vragen is van belang om de informatievoorziening samen met de ODRN in te kunnen regelen voor de toekomstige situatie. Een complicerende factor hierbij is dat ook de brandweer en de gemeente Beuningen vanaf afstand gebruik maken van de Squit XO omgevingen van de gemeenten. De brandweer maakt van de omgevingen gebruik voor het brandveiligheidsadvies bij de gebruiksvergunning. De gemeente Beuningen (waaraan de gemeenten Groesbeek en Millingen aan de Rijn de belastingtaken hebben uitbesteed) gebruikt de omgeving om gegevens te raadplegen voor de WOZ-administratie.

Faciliteren van het overgangsproces
De inhoudelijke medewerkers van de gemeenten worden zo veel mogelijk betrokken bij het project en krijgen in werkgroepen en in een proeftuin de mogelijkheid om mee te denken met- en bij te dragen aan de nieuwe werkwijze. Daarnaast wordt bijvoorbeeld gefaciliteerd dat medewerkers in kunnen loggen in de omgeving van de omgevingsdienst en daar vertrouwd kunnen raken met het gebruik van nieuwe applicaties en werkwijzen. Tenslotte vinden werkbezoeken plaats en wordt er al vanuit de omgevingsdienst gewerkt, samen met de nieuwe collega’s, vooruitlopend op de nieuwe situatie.

Het besluitvormingstraject
De ODRN heeft de keuze gemaakt om niet over te stappen op Squit XO, ondanks dat die mogelijkheid er nu is bij de taakoverdracht. Men kiest ervoor het gebruik van het eigen systeem Wabo Registratie Systeem (WRS) voorlopig te continueren. Een belangrijke afweging voor deze keuze is de intentie om een gezamenlijke informatievoorziening te ontwikkelen met de overige Gelderse omgevingsdiensten. Een keuze voor Squit XO zou een desinvestering kunnen betekenen. Vanuit het perspectief van de omgevingsdienst is het continueren van WRS daarom een begrijpelijke keuze. Zij bedient immers meer gemeenten en moet tevens rekening houden met ontwikkelingen en wensen van het overkoepelende Gelderse stelsel van omgevingsdiensten. Voor de inhoudelijke medewerkers van de MUG-gemeenten is de keuze een teleurstelling en een grote stap achteruit, gezien de meer vooruitstrevende werkwijze die dankzij de huidige functionele inrichting van Squit XO ondersteund wordt.

In het verlengde van de keuze voor de vakapplicatie door de ODRN, is met de ODRN afgesproken dat het digitale archief tot 1 januari 2015 bij de MUG-gemeenten wordt opgebouwd en beheerd (in Squit XO). Vanaf dan zal het digitale archief worden opgebouwd en beheerd door de ODRN. Dit betekent dat nieuwe zaken worden afgehandeld in WRS en het Document Management Systeem (DMS) Corsa van de ODRN. Dit wordt geregeld via een mandaat, als onderdeel van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen de ODRN en de nieuwe gemeente die op dit moment opgesteld wordt.

Als gevolg van deze keuze is geen migratie nodig van de opgebouwde historie (dossiers) in Squit XO naar het WRS van de ODRN; deze dossiers blijven bij de MUG-gemeenten. Wél zal bij de MUG-gemeenten in 2015 een project moeten plaatsvinden om een deel van de dossiers archiefwaardig op te slaan. Vanwege de aanstaande herindeling is er op een eerder moment voor gekozen niet voor alle drie de gemeenten een koppeling te leggen tussen Squit XO en Decos (het DMS van de MUG-gemeenten). Als gevolg van deze keuze is destijds besloten om voor de gemeenten zonder koppeling tijdelijk het Wabo archief op te bouwen in Squit XO, waardoor deze dossiers nergens anders digitaal dan wel analoog beschikbaar zijn. Squit XO is niet archiefwaardig en wordt uitgefaseerd bij de MUG-gemeenten. Dit betekent dat er in 2015 een project moet plaatsvinden (bij de dan nieuwe gemeente Groesbeek) om deze archiefwaardige dossiers, inclusief bestanden en procesinformatie, naar Decos te verhuizen om zo het Wabo-archief op orde te krijgen.

Beschouwing van een samenwerkingsvraagstuk
Het krachtenveld met omgevingsdienst, gemeente(n), medewerkers en leveranciers maakt het voor een coördinerend adviseur soms lastig, maar tegelijkertijd een uitdaging om zijn werk goed uit te kunnen voeren. De omgevingsdienst is een verlengstuk van de afzonderlijke gemeenten, maar heeft de bevoegdheid besluiten te nemen die niet direct in het voordeel zijn van een individuele gemeente of ‘deelnemer’ aan de omgevingsdienst. Een gemeente heeft dan ook beperkte invloed op bepaalde besluiten van de omgevingsdienst. Vanuit het perspectief van samenwerkende gemeenten (verenigd in het bestuur van de omgevingsdienst), dan wel vanuit een samenwerkend stelsel van omgevingsdiensten, zijn deze te verklaren. Vanuit het perspectief van de individuele gemeente (en in dit geval met name vanuit het perspectief van de individuele medewerker) ligt dat een stuk lastiger.

Deze bestuurlijke verhoudingen bij dit samenwerkingsvraagstuk, in combinatie met de versnipperde lokale applicatielandschappen van deelnemers, maken het lastig om de informatievoorziening tussen omgevingsdiensten en gemeenten goed van de grond te krijgen. Meer centrale sturing vanuit de rijksoverheid en koepelorganisaties zou kunnen helpen, maar deze ontbreekt helaas. Veel omgevingsdiensten en gemeenten werken daarom nog steeds met het principe van ‘verlengde kabels’ (vaak ‘houtje-touwtje’ oplossingen) om informatie uit te kunnen wisselen. Maar deze wetenschap als uitgangspunt vormt tegelijkertijd een grote stimulans om hier in de nabije toekomst gezamenlijk verandering in te brengen! Telengy draagt hieraan bij. Zie ook ons onderzoek naar de informatievoorziening tussen omgevingsdiensten en gemeenten.

Meer weten?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roald Schel, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06-28421862 of via e-mail: r.schel@telengy.nl.

Ook Goirle, Dongen, Hilvarenbeek en Oisterwijk in eigen kracht

Wethouders Goirle, Dongen, Hilvarenbeek en Oisterwijk
Lees het gehele artikel

De gemeenten Goirle, Dongen, Hilvarenbeek en Oisterwijk staan in het kader van de transities binnen het sociale domein een integrale aanpak voor. Onder het motto één gezin, één plan, één regisseur en het adagium ‘meer met minder’, spelen urgentie en ambitie als duwende en trekkende kracht om de kwaliteit van zorg en ondersteuning te verhogen en de kosten te verlagen.

Om dit te kunnen realiseren wordt de inkoop van de nieuwe taken in het sociaal domein in samenhang uitgevoerd, onder begeleiding van Ruud Groot (Telengy) en Ida Consenheim (CBP). Hierbij bestaat vanuit de gemeenten de nadrukkelijke wens om, naast de transitie van zorg en ondersteuning, ook de transformatie van zorg en ondersteuning op 1 januari 2015 te laten plaatsvinden. Dit betekent dat voor nieuwe klanten die per 1 januari 2015 een beroep op zorg en/of ondersteuning doen, een nieuwe werkwijze van toepassing zal zijn.

Resultaatgerichte inkoop

In het huidige stelsel wordt zorg geleverd op basis van P*Q (prijs maal hoeveelheid), binnen de bandbreedte van de gestelde indicatie. Vanaf 2015 gaan de vier gemeenten dit anders doen. Niet meer het aantal uren dat past binnen de bandbreedte van de gestelde indicatie staat centraal, maar de op te leveren resultaten. Er wordt dus geen capaciteit meer ingekocht, de gemeenten kopen “zelfredzaamheid en participatie” in. Om dit vorm te geven wordt gewerkt met resultaatgebieden. Dit betekent dat aanbieders, in tegenstelling tot het leveren van uren of dagdelen, nu resultaten moeten opleveren. Aanbieders krijgen hierbij binnen de opgegeven kaders, maximale ruimte om de gevraagde resultaten in het ondersteuningsplan te behalen.

Het verwerken van abstracte resultaten naar een inkoopwaardig gespecificeerde vraagstelling, hebben de gemeenten op specifieke wijze aangepakt. De begrippen zelfredzaamheid en participatie zijn uiteengezet in een aantal resultaatgebieden, te weten:

  1. Sociaal netwerk;
  2. Huisvesting;
  3. Financiële situatie;
  4. Thuissituatie (zonder kinderen);
  5. Opvoed- en opgroeisituatie vanuit perspectief ouders/verzorgers (in aanvulling op thuissituatie);
  6. Opvoed- en opgroeisituatie vanuit perspectief kind (in aanvulling op thuissituatie);
  7. Mantelzorgondersteuning (vanuit perspectief mantelzorger);
  8. Daginvulling (de wijze waarop iemand zijn dagen invult zoals (vrijwilligers)werk, school) en participeert in de samenleving.

Werkwijze

Per resultaatgebied zijn resultaten geformuleerd. Deze resultaten zijn opgesplitst in vijf treden. De matrix die hieruit is ontstaan, is afgeleid van de zelfredzaamheidsmatrix waarmee diverse instellingen reeds pilots draaien en waarop de integrale vraaganalyse (een regionale methodiek die wordt ingezet om tot een ondersteuningsarrangement te komen) is gebaseerd. De dienstverleningsopdracht aan marktpartijen is het ondersteunen van klanten bij het vergroten en behouden van hun zelfredzaamheid. Bij de toegang tot (formele) ondersteuning wordt een nulmeting gedaan (op basis van de Integrale Vraag Analyse). Zo ontstaat een ‘foto’ van de matrix, gebaseerd op de huidige situatie: het ondersteuningsarrangement. Dit ondersteuningsarrangement is uitgezet in de markt onder de gecontracteerde partijen. Hiervoor gelden vaste ´all-in´ tarieven per periode van vier weken. De opdracht kan bijvoorbeeld zijn om een zorgvrager binnen een vastgestelde tijd en voor een “all-in” tarief, van trede 2 naar 3 te begeleiden. Indien er geen sprake is van ontwikkelpotentieel, kan de opdracht luiden om een zorgvrager in trede 3 te houden en niet af te laten glijden naar trede 2. Het gaat erom de zelfredzaamheid en participatie van de klant te vergroten of te behouden en  vermindering te voorkomen. Na een afgesproken periode wordt een nieuwe ‘foto’ gemaakt en wordt het resultaat inzichtelijk gemaakt. Zo wordt gemonitord welke resultaten behaald zijn.

Deze werkwijze heeft als voordelen dat:

  • er gestuurd kan worden op resultaten;
  • er verantwoord kan worden op resultaten;
  • het innovatieve vermogen van de aanbieder wordt geprikkeld;
  • doelmatigheid wordt gestimuleerd;
  • de volumeprikkel wordt ontmoedigd;
  • de klantvraag integraal kan worden doorgeleid aan een aanbieder en hierbij niet de beperking centraal staat, maar het resultaat. Er is dus geen sprake van ‘doelgroep denken’ waardoor mensen tussen wal en schip zouden kunnen vallen.

Pionierswerk

De gemeenten lopen met deze aanpak vooruit op een beleidsarme(re) aanpak, waarbij de bestaande situatie één op één wordt overgenomen. Vanzelfsprekend kunnen we spreken van een groeimodel: een groeimodel dat in het licht staat van de Rijksintenties en de beoogde effecten van deze stelselwijziging. Het is niet slechts de bedoeling om besparingen te realiseren. Deze besparingstaakstelling zien de gemeenten als een middel om het grotere doel te kunnen bereiken: een maatschappij waarin burgers weer eigenaar zijn van hun probleem en hun probleemoplossend vermogen, waarin professionals de professionele en beleidsvrije ruimte krijgen om te kunnen doen waar ze goed in zijn, waarin aanbieders kunnen meedenken en -ontwikkelen aan efficiëntere en effectievere initiatieven zonder dat ze hiermee hun eigen glazen ingooien, waarin de overheid op deze wijze de kwaliteit van zorg en ondersteuning omhoog ziet gaan en de kosten omlaag, met een opwaartse spiraal als gevolg. Zo zitten we allemáál in onze eigen kracht.

 

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ruud Groot, adviseur van Telengy, via tel. nr. 06 15 47 92 90 of via e-mail: r.groot@telengy.nl.

Gemeente Stein verstrekt subsidie voor pilots Eigen Kracht en Samen Kracht

Lees het gehele artikel

In de aanloop naar de decentralisaties per 2015 en de bijbehorende transformaties heeft de gemeente Stein dit jaar 150.000 euro beschikbaar gesteld om pilots voor duurzame ontwikkeling van ‘eigen kracht’ mogelijk te maken. Dit heeft inmiddels drie initiatieven (versterking informele zorg, versterking mantelzorg en het welzijnscollectief) opgeleverd die in aanmerking komen voor subsidie. Eén verzoek, het inrichten en exploiteren van een dorpsdagvoorziening, bevindt zich nog in het besluitvormingstraject.

Wethouder Hub Janssen (Sociaal Domein) is enthousiast over deze benadering van burgerinitiatieven: ’Als gemeente stellen we ons faciliterend op. We luisteren naar ideeën en voorstellen van inwoners en we stimuleren de initiatieven die echt toegevoegde waarde hebben voor onze gemeenschap. We hebben het dan over het versterken van de eigen kracht, het bundelen van krachten en het versterken van sociale betrokkenheid, hetgeen vaak op basis van georganiseerde vrijwilligheid plaatsvindt. Op deze manier willen we gebruik maken van kennis en kunde van inwoners om effectief in behoeften te voorzien. Deze manier van werken sluit aan bij de koers van onze gemeente en wordt in de toekomst steeds belangrijker.’

Telengy-adviseur Femke de Vos is op dit moment werkzaam bij deze Limburgse gemeente en coördineert het beschikbare budget en stemt af met een van de beleidsmedewerkers en de initiatiefnemers van de pilots. ’Dat de gemeente Stein dit budget beschikbaar heeft gesteld voor initiatieven die bijdragen aan de participatie, eigen kracht en samenwerking vind ik enorm goed en raad ik andere gemeenten aan. Juist omdat de overheid meer van burgers gaat verwachten, moeten burgers zelf in beweging komen. Wanneer er burgers met goede initiatieven komen, moet je dat als gemeente ook kunnen stimuleren en faciliteren. Dat is de toekomst. Het is mooi om te zien hoe gemeente Stein daar nu al mee bezig is en in investeert’, aldus De Vos.

Voorbeelden van pilots die al draaien en die mogelijk gaan draaien zijn:

Informele zorg in Stein versterken

Streekzorg en de individuele, daarbij aangesloten organisaties, zijn samenwerkingspartners die een belangrijke rol kunnen vervullen bij het versterken van de eigen kracht van burgers en sociale verbanden die informele zorg faciliteren en mogelijk maken. De samenwerkende organisaties bundelen hun krachten en expertise. Ze signaleren de ondersteuningsbehoefte van de informele zorg in Stein. Deze informele zorg willen zij versterken door een pilot. Denk hierbij  aan meer inzet van vrijwilligers in de gezinssystemen van dementerenden, training aan de mantelzorgers van dementerenden, het organiseren van zelfhulp in de vorm van duurzame ‘vriendengroepen’ en het werven & inzetten van nieuwe vrijwilligers in de kring van de Kerkgemeenschappen.

Mantelzorgers versterken elkaar

Door de decentralisaties, het beroep op het eigen netwerk, bezuinigingen en scheiding van wonen & zorg neemt de druk op mantelzorgers toe. Dat vraagt om kwalitatief goede ondersteuning; laagdrempelig, gericht op de vraag en uitgaand van de eigen kracht. Steunpunt mantelzorg Rode kruis Zuidelijk Zuid-Limburg wil een pilot voor de gemeente Stein uitvoeren om kerngericht de mantelzorgondersteuning te versterken. De mantelzorgconsulent die dit uitvoert is 20 jaar wijkverpleegkundige geweest in de Westelijke Mijnstreek. In elke kern vinden er activiteiten plaats die zorg dragen voor het beter in beeld krijgen van de mantelzorgers, de ondersteuningsbehoefte en er is per kern een aanbod wat zorg draagt voor versterking van de mantelzorgers. Vooruitlopend op 2015 is dit een goed en stevig aanbod wat zorg draagt voor versteviging van de eigen kracht binnen de kernen van de gemeente Stein.

Het Welzijnscollectief

Een ander burgerinitiatief waardeert de sociale betrokkenheid van vrijwilligers door uren te registreren en om ondernemers uit Stein dit te laten sponsoren in ruil voor promotie. Met dit initiatief willen deze betrokken burgers antwoord geven op het probleem van het hebben en behouden van vrijwilligers.

Dorpsdagvoorziening Meers

De gemeente Stein heeft een projectplan ontvangen voor een Dorpsdagvoorziening in Meers (1 van de 5 kernen in de gemeente Stein). Het betreft een plan voor het realiseren van een dorpsdagvoorziening in Meers. Men wil een locatie, centraal gelegen in Meers, waar men elkaar kan ontmoeten, samen activiteiten kan organiseren en waar zorg georganiseerd kan worden. Dit burgerinitiatief om de sociale ontmoetingsplaats door te ontwikkelen tot een dorpsdagvoorziening in de kern Meers, sluit goed aan bij de sociale domein visie van de gemeente Stein, Dit is namelijk het uitgangspunt om zorg en welzijn dichter bij de burger en samen met de burger te organiseren.
Het betreft een eenmalige subsidie die van de gemeente wordt gevraagd (hiermee wordt een deel van de voorziening bekostigd). De overige eenmalige kosten voor het opzetten van deze dorpsdagvoorziening worden geworven via fondswerving en subsidie van de provincie. Na de eenmalige kosten, gaat men de dorpsdagvoorziening op eigen kracht beheren en draaien!

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Femke de Vos, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 52 58 57 08 of via email: f.muller@telengy.nl .

Transities en zorginkoop: de handen ineen

Lees het gehele artikel

Januari 2015 nadert, de transities Jeugd, Wmo en Participatie komen steeds dichterbij. Gemeenten werken hard om de contractering voor de nieuw in te kopen taken en functies per 1 oktober aanstaande af te ronden. De gemeenten Goirle, Dongen, Hilvarenbeek en Oisterwijk hebben hiertoe de handen ineengeslagen en zijn samen opgetrokken bij de voorbereiding en uitwerking van het inkoopproces.

Transitie en transformatie

In de voorbereiding op het inkoopproces heeft Ruud Groot, adviseur bij Telengy de betrokken gemeenten geholpen bij de vertaling van de lokale ambities en uitgangspunten naar de thema’s ´sturing´, ´bekostiging´ en ´contractering´. De centrale vraag was hierbij hoe te sturen op strategische beleidsdoelen. Het in beeld brengen van wàt te doen en hóe dit te doen heeft continue in het licht heeft gestaan van het waaróm dit te doen. Waar willen de gemeenten naartoe? Maar ook: Waar wil de markt naartoe? Aan de hand van deze vertaalslag werd al snel duidelijk dat er naast transitie (het overhevelen van de nieuwe taken en functies) ook transformatie (verandering van het huidige stelsel) nodig is om te kunnen sturen op strategisch beleid. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van een nieuwe werkwijze, gericht op de nieuwe wet- en regelgeving rondom de drie transities én nieuwe beleidsdoelstellingen van de betreffende gemeenten.

Van aanbodgericht naar resultaatgericht

In het huidige stelsel kan iemand met een beperking geïndiceerd worden op basis van een bepaalde grondslag. Aan de hand van deze indicatie kan door een aanbieder zorg worden geleverd die (in geval van naturazorg) door het zorgkantoor wordt ingekocht. Deze zorg bestaat uit verschillende producten, denk hierbij aan begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf, etc. Sturing en verantwoording vindt dan voornamelijk plaats op basis van productie (aantal uren of trajecten) binnen de bandbreedte van de gestelde indicatie. Uit de voorbereiding op het inkoopproces kwam naar voren dat de gemeenten Goirle, Dongen, Hilvarenbeek en Oisterwijk in het nieuwe stelsel een aanpak voorstaan waarbij niet het aantal geleverde uren het uitgangspunt is van de omvang van de hulp en ondersteuning, maar het te bereiken resultaat. Dit betekent dat voor iedere ondersteuningsvraag een passende invulling nodig is, toegespitst op de specifieke situatie van de klant. De omvang van de ondersteuning is afhankelijk van de situatie en kan dus per klant verschillen. Zo wordt maatwerk geborgd en wordt een doelmatige en efficiënte inzet van middelen gestimuleerd.

De werkwijze

De traditionele productcodes zijn vertaald naar gezamenlijk vastgestelde resultaatgebieden. Op gebied van zelfredzaamheid en participatie zijn er verschillende resultaatgebieden waarop marktpartijen zich kunnen inschrijven. Per resultaatgebied zijn concrete resultaten geformuleerd, die zijn opgesplitst in vijf treden. Zo komt een zelfredzaamheidsmatrix tot stand. De opdracht aan marktpartijen luidt om klanten binnen deze matrix ­te ondersteunen bij het vergroten en behouden van zelfredzaamheid. Bij de toegang tot (formele) ondersteuning wordt aan de hand van een integrale vraaganalyse een nulmeting gedaan. Zo ontstaat een ‘foto’ van de matrix, gebaseerd op de huidige situatie. Op basis van een integrale vraaganalyse wordt het ondersteuningsarrangement geformuleerd. De ‘fotograaf’ (regisseur, consulent, gemandateerde) vertaalt dit arrangement naar een dienstverleningsopdracht en zet dit uit naar de gecontracteerde aanbieders. Na een bepaalde periode wordt een nieuwe ‘foto’ gemaakt en wordt het resultaat inzichtelijk gemaakt. Zo wordt gemonitord welke resultaten behaald zijn. Financiering geschiedt op basis van all-in tarieven die per resultaatgebied en per trede zijn vastgesteld, geldend voor de termijn waarbinnen de resultaten uit het ondersteuningsplan behaald moeten zijn. Deze vorm van bekostiging vereenvoudigt het (administratieve) verantwoordingsproces en stelt zowel gemeenten, aanbieders als klanten de mogelijkheid om korter op de bal te sturen qua ondersteuning en middelen.

Pionierswerk

De gemeenten lopen met deze aanpak vooruit op een beleidsarme(re) aanpak, waarbij de bestaande situatie één op één wordt overgenomen. De markt heeft tijdens de consultatierondes enthousiast gereageerd en is momenteel bezig met het inschrijven op de uitvraag (aanbesteding). Er is dus sprake van een groeimodel, dat invulling geeft aan Rijksintenties en de beoogde effecten van de stelselwijziging. Kostenbesparing is niet het enige doel. Deze besparingstaakstelling lijkt een middel om een groter doel te kunnen bereiken: Een maatschappij waarin burgers weer eigenaar zijn van hun probleem en hun probleemoplossend vermogen; waarin professionals de professionele en beleidsvrije ruimte krijgen om te kunnen doen waar ze goed in zijn; waarin aanbieders kunnen meedenken en -ontwikkelen aan efficiëntere en effectievere initiatieven zonder dat men hiermee de eigen glazen ingooit; waarin de overheid op deze wijze de kwaliteit van zorg en ondersteuning omhoog ziet gaan en de kosten omlaag, met een opwaartse spiraal als gevolg. Zo zit iedereen in zijn of haar kracht!

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ruud Groot, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 15 47 92 90 of via email: r.groot@telengy.nl .