Auteursarchief: Peter ter Telgte

Telengy in VNG-expertpool PGB Trekkingsrecht

Persoonlijke zorg
Lees het gehele artikel

De invoering van het PGB trekkingsrecht is niet vlekkeloos verlopen, waardoor bij veel gemeenten herstelwerkzaamheden nodig zijn. Daarbij komt dat er dit jaar een groot aantal herbeoordelingen plaats dient te vinden. Ondertussen zitten gemeenten midden in een transformatieproces voor de drie decentralisaties in het sociaal domein. Om gemeenten maatwerkondersteuning te bieden is de VNG vanaf 20 oktober jl. gestart met de ‘Expertpool PGB Trekkingsrecht’, van waaruit aangesloten adviseurs kunnen worden ingeschakeld door gemeenten. Telengy participeert in deze expertpool met drie ervaren adviseurs.

De werkwijze

De ondersteuning vanuit de expertpool richt zich voornamelijk op de herbeoordelingen en de herstelactiviteiten voor het PGB trekkingsrecht. De werkwijze is conform het Ondersteuningsteam Decentralisaties: gemeenten kunnen hun aanvraag indienen bij het Ondersteuningsteam PGB Trekkingsrecht. De accountmanagers van het ondersteuningsteam zetten de aanvraag door naar een inhoudelijke expert. Afhankelijk van de vraag kan advies of ondersteuning worden geboden op locatie.

Telengy ondersteunt

Telengy biedt drie adviseurs aan voor de expertpool PGB trekkingsrecht, te weten: Evelien van Deursen, Jos van Dijk en Ton de Wit. Deze drie adviseurs hebben de nodige ervaring in het sociaal domein en in het bijzonder kennis van het PGB trekkingsrecht. Evelien van Deursen, die sinds anderhalf jaar fungeert als projectcoördinator voor de invoering van het PGB trekkingsrecht en de herstelacties voor de SVB binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch, geeft aan: “Ik neem graag deel aan deze expertpool, omdat ik gemeenten zie worstelen met de problematieken en inmiddels merk dat ik snel weet te schakelen op dit gebied. Overzicht hebben en houden op huidige problematieken, de eigen administratie en herstelacties is essentieel.”

Jos van Dijk heeft de coördinatie van de PGB-projecten verzorgd voor de gemeente Stein en doet dit nu ook voor de gemeente Beek. “Het gaat hierbij om het betalingsverkeer, waarbij valt te denken aan toekenningsberichten, budgetten, onder- en overbesteding budgetten en de informatievoorziening naar burgers en bestuur. Ik vind het leuk om kennis over te dragen en mensen te helpen uit lastige situaties te geraken.”

Pragmatische oplossingen

De VNG streeft naar een expertnetwerk dat bestaat uit deskundigen met verschillende kennis en ervaring, zodat er sprake is van een complementair aanbod aan gemeenten. Gezien de vele ontwikkelingen en praktische belemmeringen is het van belang om te zoeken naar pragmatische oplossingen. “Soms is het ad hoc oplossen van een concreet probleem belangrijker dan het streven naar de ideale, structurele oplossing. Dat vergt enerzijds creativiteit en overzicht en anderzijds goede afstemming met de direct betrokken specialisten”, aldus Ton de Wit.

Meer weten?

Wilt u meer weten of heeft uw gemeente op korte termijn ondersteuning nodig bij de werkzaamheden rondom het PGB trekkingsrecht? Onze adviseurs helpen u graag verder. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marcel Lemmen, commercieel manager van Telengy, via 06 50 43 15 77 of via m.lemmen@telengy.nl.

U neemt direct contact op met het Ondersteuningsteam PGB trekkingsrecht via tel. nr. 070 373 83 93 of via e-mail: otpgb@vng.nl.

Alle gemeenten aangesloten op Softwarecatalogus

Lees het gehele artikel

De GEMMA Softwarecatalogus zit inmiddels op versie 4. Hiermee is het voor gemeenten nu mogelijk sturingsinformatie te ontsluiten met een handig dashboard.

Vanaf het ‘Work in Progress’- congres van KING in maart 2014 hebben gemeenten de mogelijkheid hun applicatielandschap te registreren in de GEMMA Softwarecatalogus. 15 maanden na de lancering hebben alle 393 gemeenten een account voor de Softwarecatalogus en hebben veel gemeenten de Softwarecatalogus al behoorlijk gevuld. “Een mooie mijlpaal, gerealiseerd in een relatief korte tijd” aldus Dirk Moree, accountmanager en lid van het team van de Softwarecatalogus. “Gemeenten hebben dit instrument, ontstaan binnen het NUP-programma, snel geadopteerd omdat het veel voordelen biedt”.

Mark Backer, als architect betrokken bij de Softwarecatalogus en de GEMMA-architectuur: “Het belangrijkste voordeel is inzicht en overzicht in het eigen applicatielandschap, met diverse visualisaties zoals architectuur- en Sociaal Domeinplaten. De Softwarecatalogus verbindt tevens het softwareportfoliobeheer met veel informatievoorzieningsvraagstukken. Voorbeelden zijn de decentralisaties in het Sociaal Domein, de aansluiting op Landelijke Voorzieningen zoals MijnOverheid en de mate waarin leveranciers standaarden ingebouwd hebben of gepland hebben dat te doen.“

Resultaatsturing

Vooral op het laatste gebied is door KING inmiddels veel bereikt. Door middel van leveranciersmanagement wordt gestuurd op het aantoonbaar voldoen aan standaarden. Daarvoor biedt de Softwarecatalogus samen met de Compliancy Monitor de juiste mogelijkheden aan gemeenten en leveranciers die applicaties aan elkaar willen koppelen. Gemeenten kunnen in de Softwarecatalogus ook collega-gemeenten vinden waar koppelvlakken reeds succesvol geïmplementeerd zijn. Deze informatie wordt ook door het Bureau Forum Standaardisatie mede als bron gebruikt voor rapportage over de adoptie van open standaarden bij gemeenten.

Samenwerkingsverbanden

Naast individuele gemeenten kunnen ook samenwerkingsverbanden de Softwarecatalogus gebruiken. Zo kan bijvoorbeeld bij shared service centra en ambtelijke fusies inzicht in mogelijke harmonisatie van applicaties verkregen worden. Maar ook samenwerkingen in het Sociaal Domein en belastingsamenwerkingen kunnen het instrument gebruiken. De aangesloten gemeenten houden daarbij zelf ook inzicht in de applicaties die bij de samenwerkingsverbanden gebruikt worden.

Screenshot Softwarecatalogus 1Screenshot Softwarecatalogus 2

Jeroen de Ruig, projectleider Softwarecatalogus: “Gemeenten krijgen met de Softwarecatalogus steeds meer hulp bij hun informatiekundige vraagstukken. Sinds release 4.0 is er een dashboard waarmee direct antwoord wordt gegeven op bepaalde vraagstukken, zoals: Welke pakketversies in mijn applicatieportfolio worden niet meer ondersteund? Welke pakketversies in mijn applicatieportfolio voldoen aan zogenaamde eindproduct-standaarden, waarmee het eenvoudiger wordt om gegevensuitwisseling tussen twee verschillende applicaties te realiseren?”

Inkoopondersteuning

Ook nieuw in de Softwarecatalogus is de functie ‘inkoopondersteuning’. Gemeenten zijn vaak op zoek naar een nieuwe applicatie voor een bepaalde functie. De functie inkoopondersteuning helpt gemeenten met het selecteren van het pakket dat het beste aan bepaalde standaarden voldoet. Ook het opstellen van een bestek of uitvraag wordt eenvoudiger. Na selectie van het type applicatie (ofwel de ‘referentiecomponent’) wordt met een druk op de knop een standaardtekst gegenereerd, met daarbij een opsomming van de verplichte en aanbevolen standaarden. Deze tekst kan bijna één op één worden overgenomen in het bestek c.q. de offerteaanvraag.

Screenshot Softwarecatalogus 3

Doorpakken

Het dashboard wordt de komende tijd verder uitgebreid. De functionaliteit werkt alleen goed als gemeenten hun applicatieportfolio actueel houden in de Softwarecatalogus. Registreren wordt in de volgende release nog eenvoudiger. Gemeenten krijgen net als leveranciers een kopieerfunctie. Hiermee kan heel gemakkelijk een nieuwe versie van een pakket worden opgevoerd, inclusief het meenemen van de reeds geregistreerde koppelingen naar die laatste versie. Ook krijgen de leveranciers de mogelijkheid om aan te geven welke pakketversies in productie zijn bij gemeenten. De betreffende gemeenten ontvangen dan een signaal. Door het signaal te accepteren wordt eenvoudig de betreffende pakketversie opgevoerd in het applicatieportfolio van de gemeente.

De komende tijd gaat de werkgroep Softwarecatalogus, waarin diverse gemeenten vertegenwoordigd zijn, verder uitwerken hoe gemeenten nog beter kunnen worden gefaciliteerd in informatiekundige vraagstukken. Heeft u ideeën hierover? Laat het ons weten via een mail naar: softwarecatalogus@kinggemeenten.nl. Zie ook de Softwarecatalogus-website.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dirk Moree, adviseur bij Telengy en werkzaam voor KING, via tel. nr. 06 52 04 31 45 of via e-mail: dirk.moree@kinggemeenten.nl.

‘Vaarwel blauwe envelop’ biedt kansen voor aansluiting Berichtenbox

Lees het gehele artikel

Berichtenbox 1

De afgelopen periode kan het je bijna niet ontgaan zijn: de 100 jaar oude blauwe envelop gaat verdwijnen. De Belastingdienst gaat brieven meer en meer via de Berichtenbox versturen en op termijn kun je als burger alleen nog via die Berichtenbox brieven ontvangen van de Belastingdienst. De huidige campagne van de Belastingdienst zal leiden tot een toenemend aantal burgers dat gebruik gaat maken van de Berichtenbox. “En dat biedt weer kansen aan gemeenten”, aldus Peter ter Telgte, accountmanager MijnOverheid en adviseur bij Telengy.

Op de goede weg

Nu is de dekkingsgraad voor het gebruik nog ongeveer 2 op de 10 brieven bij 1,8 miljoen burgers met een account op de Berichtenbox. Dat betekent dat 2 van de 10 brieven digitaal gepost kunnen worden, maar dat de resterende 8 nog via de traditionele brievenbus gaan. Sinds de start van de publiciteitscampagne op 14 oktober jl. zien we op sommige dagen al drie keer zo veel aanmeldingen voor de Berichtenbox dan voorheen. Dat zijn direct ook potentiële digitale brievenbussen voor gemeenten en samenwerkingsverbanden. Het wordt dus steeds interessanter om aan te sluiten.

Nu aanmelden loont

Voor organisaties die nog niet zijn aangemeld, is het van belang om nu vaart te maken. Dat heeft namelijk te maken met de aanmeldprocedure van nieuwe organisaties. De organisatie wordt opgenomen in de lijst met aangesloten organisaties zodra het aanmeldformulier is ingediend. Echter, de nieuw aangesloten organisaties beginnen met 0 burgers als gebruiker. De burger telt pas mee als abonnee van de Berichtenbox nadat hij of zij de nieuwe organisatie heeft opgenomen in zijn of haar MijnOverheid. Dat gebeurt door een inlogscherm te accorderen met nieuwe organisaties sinds de laatste keer dat de burger heeft ingelogd op MijnOverheid. De burger kan namelijk zelf bepalen of hij/zij berichten wil ontvangen via de Berichtenbox van andere overheidsorganisaties door het vinkje bij een organisatie aan te laten staan of uit te zetten. Alleen de Belastingdienst kan de burger niet ‘uit’ zetten.

Berichtenbox 2

Omdat de Belastingdienst zo fors investeert in het benutten van de Berichtenbox, is het juist nu relevant om zo snel mogelijk op de aansluitlijst te komen. De kans dat burgers gaan inloggen op MijnOverheid en daarmee de nieuw aansluitende organisatie activeren voor het verzenden van post via de Berichtenbox is de komende periode veel groter. Dat maakt de businesscase voor verzending via de Berichtenbox lonend.

Hoge verwachtingen

De verwachting is dat er eind 2015 een verdubbeling van het aantal abonnees is gerealiseerd en medio 2016 nogmaals een verdubbeling volgt. Dat betekent in relatief korte tijd dat in plaats van 2 brieven straks waarschijnlijk tussen 6 tot 8 van de 10 brieven digitaal aangeboden kunnen worden via de Berichtenbox. Met een potentiële besparing van 1 euro per digitaal verzonden document toch een mooie opsteker!

Berichtenbox 3

Meer weten?

Meer weten? Ga naar de website van Logius via de volgende link of volg een training of webinar. Voor meer algemene informatie kunt u contact opnemen met Peter ter Telgte, accountmanager MijnOverheid en adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 46 72 42 05 of via e-mail: p.t.telgte@telengy.nl.

Terugblik Kennisplatform Organisatieontwikkeling

Lees het gehele artikel

Op 17-18 september kwamen bij de gemeente Nunspeet 10 gemeentemanagers bij elkaar in het Kennisplatform Organisatieontwikkeling om zich te buigen over de vraag: “Heeft het KCC nog toekomst?”

Peter Ruijters van NCOD trapte af met de stelling dat veel KCC’s ten dode zijn opgeschreven omdat:

  1. het vaak niet veel meer is dan burgerzaken plus receptie en telefonie en omdat het dan;
  2. een drempel is om toegang te krijgen tot de echte dienstverlening;
  3. het KCC het afvoerputje van de organisatie is en;
  4. het KCC slechts een verbindingsofficier is tussen lokale en regionale diensten zonder een gezamenlijk dienstverleningsconcept.

De toon was gezet! Als je dat dus wél goed regelt, hebben een KCC én gemeentelijke dienstverlening wel degelijk toekomst. Ook werd duidelijk dat als het KCC een geïsoleerde afdeling is, deze gedoemd is te sneuvelen. De totale gemeente als KCC, dát moet de insteek zijn. Ook zien we bij de KCC’s steeds zwaardere en complexere taken; immers veel kan digitaal en dan is de burger je goedkoopste medewerker (net zoals bij banken, reisbureaus, etc.). Dat dit een groot effect op de omvang en de aard van het personeelsbestand zal hebben, is geen vraag maar een feit. Dienstverlening wordt een combinatie van hostmanship en selfservice. Dit beeld werd ’s avonds bevestigd door Desiree van de Wiel, projectleider KCC bij de gemeente Best. Zij vulde dat aan met vele praktische ervaringen. Ook hier met de nadruk op de integrale aanpak (organisatie, processen, houding & gedrag en ICT), waarbij de keten zo sterk is als de zwakste schakel. Hospitality is iets van elke ambtenaar en niet alleen van het KCC. Desiree: “Best heeft al meer dan drie jaar een KCC en nog steeds is er elke dag aandacht nodig om de beste dienstverlening te bieden”.

Dat het KCC niet het alleenrecht heeft op effectieve dienstverlening betoogde Björn van den Brink, gemeentesecretaris van de gemeente Wierden. Wierden heeft geen KCC, maar een publieksplein waar alle vakgerichte balies gesitueerd zijn. Hiermee scoort Wierden als dienstverlener in de top van de gemeenten. Zo kan het dus ook, als je maar gelooft in de aanpak, die consequent doorvoert en steun hebt vanuit bestuur en MT.

Tijdens het derde dagdeel bleken de drie inleiders het nodige los te hebben gemaakt bij de deelnemers: Van eye-openers tot echt ‘out-of-the-box’ inzichten. Die inzichten werden nog eens aangevuld met twee praktijkcases vanuit de gemeenten Kapelle en Oldebroek. Bij de afronding van deze meeting gaven de deelnemers aan dat hun gedachten behoorlijk ‘gestretched’ zijn en dat ook duidelijk is dat er óók bij de dienstverlening meerdere wegen naar Rome leiden. Met elkaar is bepaald dat de volgende bijeenkomst van het Kennisplatform Organisatieontwikkeling plaatsvindt op 10 en 11 maart 2016 in Oldebroek. Het thema: Strategische Personeelsplanning bij gemeenten.

Het Kennisplatform Organisatieontwikkeling is een reeks van bijeenkomsten waarbij gemeentemanagers, samen met collega’s van andere gemeenten, geïnformeerd worden over en aan de slag gaan met onderwerpen die er volgens henzelf toe doen. Alle deelnemers hebben minimaal twee dingen gemeen. Ten eerste zijn ze lid van de directie of het managementteam van een gemeente met 10.000 tot plm. 60.000 inwoners. Ten tweede hebben ze een duidelijke rol en verantwoordelijkheid in de realisatie van de ambities van de gemeenten met de noodzakelijke veranderingen die daarbij horen. De onderwerpen die in het kennisplatform worden besproken zijn allemaal actueel, maar bovendien door de deelnemers zelf gekozen. Het aantal deelnemers per bijeenkomst bedraagt maximaal 15. Hierdoor is de interactie met de sprekers/inleiders en met de deelnemers onderling gegarandeerd. De bijeenkomsten kennen alleen deelnemers vanuit gemeenten. Daarmee zijn de bijeenkomsten ‘van gemeenten, voor gemeenten’. Het doel is het uitwisselen van ideeën en ervaringen.

De organisatie en coördinatie is in handen van gemeenteadviseur Ger Manders. Elke bijeenkomst bestaat uit drie dagdelen en vindt plaats op donderdagmiddag – en -avond en vrijdagochtend. De bijeenkomst begint en eindigt met een gezamenlijke lunch. De gemaakte kosten worden over de deelnemers verdeeld. Aan de afgelopen 14 bijeenkomsten namen steeds 10-15 managers deel, waardoor de kosten tussen de € 250,- en € 450,- per bijeenkomst bedroegen. De kosten worden gemaakt voor de beloning van de sprekers, de organisatie, de hotelovernachting en de lunches/diner.

Indien u in de doelgroep valt en u geïnteresseerd bent in de bijeenkomst van 10-11 maart 2016 neemt u dan contact op met Ger Manders. Ook als u in algemene zin nog wat meer achtergrondinformatie wilt, staat Ger u graag te woord. U kunt Ger bereiken via 06 29 52 73 40 of via g.manders@telengy.nl.

Telengy trotse sponsor Special Olympics 2016

Winnende sporter Special Olympics
Lees het gehele artikel

Het duurt nog even, maar op 1, 2 en 3 juli 2016 vindt in Nijmegen, Groesbeek en Wijchen het grootste landelijke sportevenement voor mensen met een verstandelijke beperking plaats: de ‘Special Olympics Nationale Spelen’. Zo’n 2.500 sporters en 1.000 begeleiders zijn drie dagen actief in 18 verschillende sporten. Voor de organisatie van Special Olympics 2016 is een stichting opgericht. Henk Albers, partner en adviseur bij Telengy, bekleedt de functie van vice-voorzitter van deze stichting. Daarnaast is er de steun van vele vrijwilligers en coaches. Net als bij de Olympische Spelen is er een openings- en sluitingsceremonie. In het Special Olympics Dorp brandt drie dagen lang de Special Olympics vlam.

Henk Albers over de impact van de Special Olympics 2016 op de regio: “De zomer van 2016 staat in de regio Nijmegen in het teken van verschillende grote sportevenementen: de honderdste editie van de Vierdaagse van Nijmegen (wandelen), de doorkomst van de Giro van Italië (wielrennen) en daarnaast de Special Olympics Nationale Spelen. Grote evenementen die goed op elkaar afgestemd moeten worden qua logistiek, veiligheid, vervoer, overnachtingen, etc. Het zal bruisen in Nijmegen, Groesbeek en Wijchen volgend jaar!”

Telengy is een trotse sponsor van de Special Olympics 2016. Diverse Telengy-collega’s zijn inmiddels betrokken bij het evenement en helpen de organisatie waar mogelijk. Henk Albers over de betrokkenheid van Telengy bij Special Olympics 2016: “Partners en medewerkers van Telengy hebben naast hun grote passie voor het ondersteunen van gemeenten bij allerlei vernieuwingen ook oog voor andere maatschappelijke ontwikkelingen. Het mogelijk maken van sporten voor mensen met een verstandelijke beperking is daar een voorbeeld van. Nadat ik bestuurslid werd van de organiserende stichting was het ook niet verwonderlijk dat mijn collega’s dat voorbeeld volgden. Naast een financiële bijdrage aan Special Olympics willen we ook de handen uit de mouwen steken en daar waar mogelijk de organisatie van Special Olympics helpen.”

De steun van vrijwilligers en coaches is van onschatbare waarde. Bent u bereid om de organisatie van Special Olympics 2016, in welke hoedanigheid dan ook, te helpen? Neem dan contact op met Henk Albers via tel. nr. 06 22 92 24 16 of via e-mail: henk@specialolympics2016.nl Wilt u op de hoogte blijven van alle actualiteiten rondom de Special Olympics 2016? Meld u dan aan voor de maandelijkse nieuwsbrief via de volgende link. Meer informatie over Special Olympics 2016 ontvangt u via de promotievideo hieronder.

Stein legt basis voor digitaal en zaakgericht werken

Gemeentehuis Stein
Lees het gehele artikel

Gemeente Stein is in 2014 een traject gestart om organisatiebreed zaakgericht en digitaal te gaan werken. De gemeente verkeerde in zwaar weer, kreeg ‘code rood’ in een Berenschot rapport, en een transitietraject werd ingezet om het tij te keren. Digitaal en zaakgericht werken werd onderdeel van de transitie, met als voornaamste doel weer grip te krijgen op zaken.

De impact van digitaal en zaakgericht werken voor de organisatie is groot; het betekent een andere manier van werken voor bijna alle medewerkers, van DIV tot de beleidsafdelingen. De ervaring leert echter dat het voortraject -het leggen van alle technische koppelingen- nogal wat tijd en moeite kan kosten. Derhalve hebben we de organisatie nog ‘even met rust gelaten’, …en dat was maar goed ook.

Om een toekomstvaste omgeving neer te zetten is gekozen om te koppelen via de ‘koninklijke weg’, oftewel volgens de KING-standaarden. De gegevens- en documentoverdracht zal plaatsvinden via de nieuwe Zaak-DMS koppeling en de al even nieuwe standaard documentcreatieservices. Daarmee is in theorie een prachtige architectuur gecreëerd tussen het zaaksysteem (CZA van leverancier PinkRoccade Local Government), het DMS (iDocuments van PinkRoccade Local Government), het sjablonenpakket (Smartdocuments) en de taakspecifieke applicatie voor vergunningen (Squit XO van Roxit). Net als de situatie bij de gemeente Best van vorig jaar leert de praktijk ons dat, ook al conformeren de leveranciers zich aan de standaard uitwisselingsformaten (StUF) die door KING zijn opgesteld,  de ‘interpretatieverschillen’ tussen de koppelvlakken ertoe kunnen leiden dat de gegevensuitwisseling niet altijd goed verloopt. Juist die geautomatiseerde overdracht tussen applicaties moet de gewenste efficiencyverbetering brengen en de grip op zaken vergroten.

Ook reden voor de gemeente Stein om eind 2014 de steun van KING te vragen bij het werkend krijgen van de koppelvlakken en mee te doen aan de Winstpakker Documentcreatie. Hierin is KING samen met de gemeente en de leveranciers om de tafel gegaan en is gekeken wat in de praktijk nodig is om de gewenste gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Onlangs was het zover en is de praktijkbeproeving voor beide leveranciers (PinkRoccade Local Government en Smartdocuments) in deze combinatie geslaagd. Met deze koppeling worden gegevens die door de gemeente vastgelegd zijn, in de zaakapplicatie automatisch doorgegeven aan de sjablonenapplicatie voor het maken van het document. Dit werkt efficiënt, en de foutenkans neemt af. Doorontwikkeling op deze standaard is wat de gemeente Stein betreft gewenst, want men wil ook graag dat de wijzigingen gecontroleerd plaatsvinden.

In het speelveld tussen de verschillende leveranciers, de wensen van de gemeente en de standaarden van KING, fungeert Telengy-adviseur Monique Verbeeten als regisseur c.q. coördinator tussen de leveranciers en de gemeente, sturend op realisatie van de juiste omgeving. Daarbij steeds het eindresultaat voor ogen houdend; digitaal en zaakgericht werken, grip op zaken, volgens de standaard architectuur.

Eind juli wil de gemeente Stein operationeel zijn met het organisatiebreed digitaal en zaakgericht werken. De technische fase is nu grotendeels afgerond, de laatste puntjes op de i worden gezet met betrekking tot de inrichting van de processen. Er wordt gestart met één generiek proces voor bijna alle zaaktypes, aangevuld met contracten en het bestuurlijke besluitvormingsproces. Alle aandacht gaat nu uit naar de verandering voor de organisatie. Je zou het bijna vergeten…

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Monique Verbeeten, adviseur van Telengy, via tel. nr. 06 17 39 04 99 of via e-mail: m.verbeeten@telengy.nl.

LEAN Green Belt voor aantal Telengy-adviseurs

Lees het gehele artikel

Een aantal adviseurs van Telengy heeft zich onlangs gecertificeerd voor de LEAN Green Belt. De Green Belt training is de meest gevolgde training om zelfstandig projecten op het gebied van Lean & Six Sigma uit te voeren.

Lean green belt

Processen Lean maken

Telengy heeft zich toegelegd op deze methode omdat we bij onze opdrachtgevers steeds meer de wens en noodzaak zien om processen verder te vereenvoudigen. Middels deze kennis worden onze adviseurs completer in hun persoonlijke dienstverlening en referentiekader. Tevens zijn zij hierdoor in staat om iedere situatie onze relaties direct te voorzien van een advies hoe de dagelijkse praktijk in eenvoudige processen kan worden geborgd.

Zie ook onze publicatie lean management in 100.000+ gemeenten

Voor een VOG niet meer de deur uit!

Lees het gehele artikel

Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Veiligheid en Justitie, wil graag zo effectief mogelijk werken en op een moderne manier bereikbaar zijn voor klanten. Vandaar dat Justis een webapplicatie heeft laten ontwikkelen waarmee een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) plaats- en tijdonafhankelijk kan worden aangevraagd. Organisaties loggen in met eHerkenning, waarmee de veiligheid en betrouwbaarheid is gegarandeerd. Zie voor een uitgebreide beschrijving de site Goed Opgelost.

VOG

Steeds meer VOG-aanvragen digitaal

Het deels digitaal aanvragen van een VOG was al wat langer mogelijk, maar met de webapplicatie gaat voor sommigen onder ons een lang gekoesterde wens in vervulling. Al in 2005 hebben Indra Henneman en Peter ter Telgte bij EGEM werk gemaakt van het digitaal aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag. Waren in 2006 nog 277.000 bezoekjes aan het gemeentehuis nodig, inmiddels krijgt Justis circa 700.000 aanvragen per jaar. Het plaats- en tijdonafhankelijk aanvragen scheelt toch een gang van 700.000 ‘postbodes’ naar het gemeentehuis.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Peter ter Telgte, adviseur bij Telengy en accountmanager MijnOverheid bij Logius, via tel. nr. 06 46 72 42 05 of via e-mail: p.t.telgte@telengy.nl.

Hervorming sociaal domein: hoe doe je dat lokaal?

Lees het gehele artikel

De 3D’s vragen om hervorming van het lokale sociaal domein. Welke lessen kunnen tot dusver geleerd worden van de wijze waarop het transformatieproces verloopt? Telengy-adviseur Ernst Janssen deelt zijn ervaringen als directeur van Wellzo in Leeuwarden.

De invoering van de drie decentralisaties vraagt om een hervorming van het lokale sociaal domein. Nieuwe organisatorische kaders zijn nodig om het mogelijk te maken de basishulpverlening dicht bij de mensen in de wijk te organiseren, waarbij de vraag uitgangspunt is en de hulpverlener naast de wijkbewoner gaat staan en alleen doet wat nodig is. Vanuit het verleden is de hulpverlening opgebouwd vanuit maatschappelijke domeinen, dan wel doelgroepen. Dat heeft geleid tot een groot aantal instellingen op het gebied van zorg,  werk, inkomen en welzijn, op verschillende schalen georganiseerd en met ieder hun eigen regels en protocollen over intake en behandeling.  Om de nieuwe werkwijze te laten slagen moeten de bestaande instellingen transformeren naar een netwerkorganisatie, waarin vanuit de vraag van de burger centraal en integraal gestuurd kan worden op de ondersteuning die geleverd wordt.

In onderstaand schema zijn de oude en de nieuwe situatie weergegeven. In de situatie ‘vroeger’ zijn zorg en welzijn verkokerd georganiseerd. Wijkbewoners (de ‘B-s’ in het schema) met verschillende ondersteuningsvragen worden via verschillende organisaties geholpen. In de situatie ‘straks’ is er voor mensen op wijkniveau een loket waarin eenvoudige hulp geboden wordt en de regie gevoerd wordt op de inzet van gespecialiseerde zorg.

Er moet een omvangrijke organisatorische verandering plaatsvinden van instellingen in het sociaal domein. De organisatorische verandering moet gericht zijn op het realiseren van een netwerkorganisatie. Die netwerkorganisatie moet ervoor zorgen dat verschillende typen zorg en ondersteuning zo op elkaar worden afgestemd dat de hulpvrager niet merkt dat hij met verschillende organisaties van doen heeft. Hoe krijgt dat vanuit organisatorisch oogpunt vorm, of anders gezegd; hoe wordt de gewenste netwerkorganisatie in de praktijk gerealiseerd?

Praktijkervaringen vanuit Leeuwarden zijn leidend in dit artikel. In Leeuwarden worden al sinds 2007 stappen gezet in de hervorming van het sociaal domein. Die invoering gaat ‘van onderop’ en heeft ertoe geleid dat eind 2014 de gehele gemeente ‘bedekt’ was met wijkteams waarin de intakefunctie en eenvoudige hulpverlening zijn ondergebracht. Organisatorisch zijn deze wijkteams sinds mei 2014 ondergebracht in de Coöperatieve Vereniging Amaryllis, die door de gemeente gesubsidieerd wordt. Het loket en de eenvoudige hulpverlening (zie schema vorige pagina) zijn dus (organisatorisch!) gerealiseerd. Wat nog gerealiseerd moet worden is de duurzame samenwerking tussen de wijkteams en de instellingen voor zorg, inkomen, werk en welzijn in één netwerkorganisatie. De – in dit artikel centrale – vraag is: welke lessen kunnen in Leeuwarden geleerd worden vanuit de manier waarop het transformatieproces tot nog toe verlopen is? Die lessen (leerpunten) zijn een belangrijke basis voor het succesvol realiseren van de netwerkorganisatie en daarmee voor het realiseren van de ambities in het sociaal domein.

Lessen uit Leeuwarden

Vanuit de tot nog toe opgedane ervaringen in Leeuwarden worden bevorderende en belemmerende factoren onderscheiden om tot een duurzaam functionerende netwerkorganisatie te komen:

Bevorderende factoren

  • Duidelijke gemeentelijke beleidslijn: Eind 2013 is door de gemeente het uitvoeringsbeleid concreet neergezet in het Koersdocument Hervorming Sociaal Domein. Dat geeft een duidelijk inhoudelijk kader voor de uitwerking van de samenwerking.
  • Realisatie netwerk wijkteams: De vorming van een gemeente-afdekkend netwerk van wijkteams is voortvarend opgepakt. Voordeel daarbij is dat in Leeuwarden al jarenlang ervaring is opgedaan met het werken in wijkteams. Vandaar dat relatief snel opgeschaald kon worden naar een volledig netwerk van wijkteams, waardoor ook een basis ontstond – via de aansturing vanuit de Coöperatie – om met derde partijen samenwerkingsafspraken te maken.
  • Tijdige keuze voor Coöperatie:Het uitwerken en invoeren van een nieuw organisatiemodel kost tijd. Eind 2013 is door de gemeente en uitvoerende instellingen gekozen voor het Coöperatiemodel: een belangrijke basis voor de uitwerking en invulling van verantwoordelijken voor de nieuwe organisatie (bestuur en directie). Zonder die basis is het niet mogelijk de organisatorische  uitwerking van de samenwerking op te pakken.
  • Samenwerking vanuit praktijk:Voor de feitelijke invulling van de samenwerking is het adagium: aansluiten bij wat vanuit de praktijk nodig blijkt te zijn. Zoals een goede infrastructuur van een park vaak gevonden wordt door vanuit de praktijk ‘olifantenpaadjes’ te laten ontstaan, zo is ook met de ontwikkeling van de samenwerking ingestoken. Daar moeten wel meteen twee kanttekeningen bij geplaatst worden:
  • Er moet wel aan bepaalde randvoorwaarden zijn voldaan om duurzame samenwerking te kunnen realiseren.  Zo bleek het in Leeuwarden voor veel instellingen lastig om te werken aan ‘de ontwikkeling van onderop’, zolang de gemeente nog geen besluit had genomen over het wel of niet inkopen van diensten van die instellingen. Om tot een duurzame samenwerkingsstructuur te komen moeten de resultaten van ‘ontwikkeling van onderop’ op het goede moment formeel vastgelegd worden.

Belemmerende factoren

  • Geen gezamenlijke vernieuwing:Bij de vorming van de wijkteams en de doorontwikkeling binnen de wijkteams zijn veel wielen opnieuw uitgevonden (bijv. de aanpak van schuldenproblematiek en verbeteren van taalvaardigheid). Niet alleen is dat zonde van de onnodige investering, maar zo wordt ook de wenselijke samenwerking met de gespecialiseerde instellingen onnodig ingewikkeld gemaakt.
  • Geen gezamenlijk veranderplan:Hervorming van het sociaal domein betekent verandering in de basisondersteuning via wijkteams én aanpassing van de gespecialiseerde zorg. Dit vraagt om een duidelijk uitgelijnd, gezamenlijk verandertraject, vastgelegd in een veranderplan. Zonder een duidelijke, gezamenlijke uitwerking van het verandertraject is er veel onnodige ruis ontstaan tussen wijkteams in wording en de bestaande instellingen.
  • Onduidelijke toekomst medewerkers:De hervorming van het sociaal domein vraagt een andere manier van werken: ondernemend, vraaggericht en resultaatgericht en daarbij vooral de burger prikkelen om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven. Die omslag vraagt veel van de medewerkers. In Leeuwarden is vanuit de gemeentekant lang benadrukt dat de nieuwe wijkteams via een open sollicitatieprocedure bemenst zouden moeten worden.  Een stellingname die niet alleen formeel juridisch dubieus is, maar vooral ook veel onnodige onzekerheid bij medewerkers veroorzaakte; een belemmering om enthousiast mee te doen in de vernieuwing.
  • Onenigheid over rolverdeling gemeente – instellingen:Bij de hervorming van het sociaal domein speelt de gemeente een sleutelrol. De gemeente vertaalt de verantwoordelijkheid voor resultaat met een sterk verminderd budget en onder een stevige tijdsdruk naar sturing op allerlei uitvoerende zaken zoals werkwijze en taken wijkteams, keuze van het registratiesysteem voor wijkteams, e.d. Als beleidsbepaler, financier en toezichthouder heeft de gemeente alle touwtjes in handen. Vanuit die positie zijn in het hervormingsproces de uitvoerende instellingen voortdurend geconfronteerd met door de gemeente opgelegde uitvoeringskeuzes. Het effect is dat de uitvoerende instellingen zich niet verantwoordelijk voelen voor die keuzes en daardoor lekt draagvlak voor het gezamenlijke proces weg.

Leeuwarder-lessen

Het lokale sociaal domein succesvol hervormen vraagt om:

  • Omschrijving van ambitie: wat wil de gemeente bereiken en binnen welke (financiële) randvoorwaarden?
  • Uitwerking van noodzakelijke gezamenlijke vernieuwing op basis van gemeentelijke ambitie, met onderscheid naar:
    • Samenwerking in het hulpverleningsproces (samen de zorg bieden die nodig is)
    • Samenwerking in vernieuwing en borgen kwaliteit; dit vraag ook om bundelen en onderhouden van kennis en expertise en samen trainen en scholen van uitvoerende medewerkers (zowel van de wijkteams als van de gespecialiseerde zorg)
    • Samenwerking op bedrijfsvoeringsthema’s; (bijv. inrichting administratie, gekozen applicaties, e.d.). Stroomlijnen en gezamenlijk uitvoeren van bedrijfsvoeringstaken versterkt de inhoudelijke samenwerking en vermindert de kosten van overhead.
  • Beperking van  het aantal betrokken instellingen in de eerste fase, door de benoeming van kernpartners; met alle betrokkenen (veelal tussen 70 en 100) aan de slag gaan leidt tot een onbeheersbaar proces;
  • Opstellen van een gezamenlijk veranderplan (gemeente en instellingen), gericht op realisatie van vernieuwing met daarin fasering, doorlooptijd, projectmatige aanpak uitvoering en duidelijke taakverdeling.
  • Bestuurlijk vastleggen van gezamenlijk overall commitment van gemeente en uitvoerende instellingen voor de uitvoering van het veranderplan en de bijdragen van de betrokken partijen daarbij.
  • Een bestuurlijke stuurgroep die de projectorganisatie aanstuurt en de voortgang bewaakt, inclusief de afgesproken bijdragen van de betrokkenen.
  • Het zoeken naar de mogelijk gezamenlijk oplossingen voor problemen die bepaalde keuzes voor individuele instellingen met zich meebrengen.

Tot slot: ‘Zonder wrijving geen glans’ is mijn motto als extern veranderadviseur. Als bestuurder met weinig invloed op de inrichting van het veranderproces heb ik ervaren dat het niet gemakkelijk opereren is. Van de andere kant realiseer ik me dat geruisloos veranderen niet bestaat. Er zullen dus in de toekomst ‘wrijvingspunten’ blijven. De kunst is om ze te benoemen en gezamenlijk te leren van de manier waarop ze getackeld kunnen worden.

Meer weten?

Ernst Janssen is directeur-bestuurder van Wellzo in Leeuwarden. De auteur heeft dit artikel vooral geschreven vanuit zijn ervaringen bij de stichting Wellzo. Hij bedankt verschillende collega’s, die eerdere versies van dit artikel hebben tegengelezen, in het bijzonder An Luttikholt. U kunt Ernst Janssen bereiken via tel. nr. 06 15 47 92 99.

Uitdaging met zorgvuldige invoering PGB

Lees het gehele artikel

Telengy-adviseur Evelien van Deursen werkt momenteel binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch aan de invoering van het trekkingsrecht PGB. Evelien coördineert de werkgroep die zich hiermee bezighoudt.

Ingrijpende verandering

De decentralisaties in het sociaal domein hebben grote gevolgen voor houders van een persoonsgebonden budget, oftewel ‘PGB’; een subsidie van het Rijk waarmee een zorgbehoevende zijn of haar eigen zorg kan inkopen. Deze mensen hebben sinds 1 januari 2015 met het trekkingsrecht te maken; klanten met een PGB voor Wmo en Jeugdhulp ontvangen hun tegemoetkoming niet meer op hun eigen rekening. Om fraude te voorkomen heeft het Rijk de Sociale Verzekeringsbank (SVB) aangewezen om het PGB te beheren en te betalen aan de zorgverleners. In ’s-Hertogenbosch gaat het om ongeveer 1.200 inwoners. De invoering van deze verandering voor budgethouders gaat niet zonder slag of stoot. De nieuwe werkwijze zorgt in sommige gevallen voor problemen, waaronder onduidelijkheid over betalingen waardoor er bijvoorbeeld nog niet wordt gedeclareerd bij de SVB. Om de omvang van de problematieken rondom het PGB te beperken en te zorgen dat de zorgcontinuïteit niet in het gedrang komt is in ’s-Hertogenbosch, naast de geformeerde werkgroep, een klein en slagvaardig noodteam opgericht dat op een effectieve manier kan schakelen met de SVB en de klant.

Evelien: “Als coördinator van de werkgroep PGB is het mijn taak om alle ontwikkelingen in het sociaal domein in de gaten te houden: een mooie en brede uitdaging. Het betreft namelijk de taakgebieden voor het beleid Wmo, beleid Jeugd, beleid Beschermd Wonen en de uitvoering van de Wmo, Jeugd, financiën en informatievoorziening. De opdracht van de werkgroep is geslaagd wanneer de herstelacties van de SVB zijn verdeeld en de processen voor het PGB juist zijn ingebed. Het is daarnaast ook belangrijk dat er voldoende duidelijkheid is over deze nieuwe manier van werken en dat de verantwoordelijkheden zijn belegd binnen de organisatie. Ten slotte zal de werkgroep worden overgedragen aan de lijnafdeling.”

Onderzoek

De gemeente ’s-Hertogenbosch wil ervoor zorgen dat PGB-houders zo min mogelijk hinder ondervinden van de aanloopproblemen bij de SVB en dat continuïteit van de zorg gewaarborgd is. Om de aanloopproblemen rondom de SVB in ‘s-Hertogenbosch in kaart te brengen heeft de gemeente zelf een onderzoek gehouden onder de PGB-houders. Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe uitbetaling van het PGB door de SVB vooralsnog voor de meeste PGB-houders in ‘s-Hertogenbosch geen invloed heeft op de zorg en ondersteuning die zij krijgen. De meeste PGB-houders hebben hun zorgovereenkomst opgestuurd naar de SVB en twee derde heeft ook al één of meerdere declaraties ingediend. Uit het onderzoekt blijkt ook dat een deel nog niets heeft gedeclareerd. De nieuwe werkwijze, waaronder de hoogte van het PGB-saldo en informatie over het vrij te besteden deel, blijkt niet duidelijk genoeg gecommuniceerd in de ogen van de ondervraagden. Daarnaast is een groot deel ontevreden over de dienstverlening van de SVB. Belangrijkste aanbevelingen uit het onderzoek aan de SVB zijn dan ook tijdige en correcte betalingen en duidelijke manier van communiceren. ‘s-Hertogenbosch gaat direct over tot actie door onder andere meer samenwerking te zoeken met de SVB.

In een brief aan staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) doet de gemeente ‘s-Hertogenbosch een klemmend verzoek voor een betere PGB-afhandeling: link. (Bron: Omroep Brabant)

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Evelien van Deursen, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 50 28 03 07 of via e-mail: e.v.deursen@telengy.nl.

Terugblik op deelname aan Overheid 360

Lees het gehele artikel

Op woensdag 22 april jl. hebben Telengy-adviseurs Ton de Wit, Ruud Groot en Frank Verberne een sessie verzorgd op de Jaarbeurs Overheid 360º. De bezoekers van deze sessies willen wij hartelijk danken voor hun interesse en hun interactieve houding, wat heeft bijgedragen aan de inhoudelijke kwaliteit van de sessies.

Jaarbeurs Overheid 360° helpt bestuurders, managers, beleidsmedewerkers en informatieprofessionals antwoorden te vinden en ideeën op te doen voor de (informatie)vraagstukken in hun dagelijks werk. Het is dan ook een ontmoetingsplek voor iedereen die zich dagelijks bezighoudt met het optimaliseren van de veranderende overheid en de dienstverlening met de burger. Jaarbeurs Overheid 360° biedt een scala aan activiteiten aan rondom de domeinen:

  • Zorg & Onderwijs
  • Burger & Bedrijf
  • Leefomgeving & Veiligheid
  • Innovatie & Bedrijfsvoering

Hieronder een impressie aan de hand van enkele foto´s.

Ton Overheid 360º

Boven: Debat onder leiding van Ton de Wit: “Innovatie informatievoorziening bij de overheid”
Onder: 
Sessie Ruud Groot en Frank Verberne over de transformaties in het Sociaal Domein: “Hoe is het mogelijk?”

Ruud Overheid 360º   Frank Overheid 360º

Meer weten over Overheid 360º?

Heeft u (één van) onze sessie(s) bezocht tijdens Overheid 360º 2015 en wilt u de presentatie rustig teruglezen? Of heeft u de beurs helaas niet kunnen bezoeken, maar was u wel geïnteresseerd in de inhoud van onze sessies? U kunt de presentaties opvragen via een e-mailbericht naar: info@telengy.nl. De volgende editie van Jaarbeurs Overheid 360º zal plaatsvinden op woensdag 20 april en donderdag 21 april 2016. Zet u deze datums alvast in uw agenda!

Invoering omgevingswet: goede voorbereiding is het halve werk

Lees het gehele artikel

In 2018 treedt de nieuwe omgevingswet in werking. Het is een grote verandering voor gemeenten, vergelijkbaar met de decentralisaties in het sociaal domein. De omgevingswet biedt gemeenten meer ruimte om invloed uit te oefenen op de mogelijkheden voor wonen, werken en recreëren in de gemeente.

Uiteraard stelt het ook (nieuwe) eisen. Bestuurlijk en juridisch betekent het dat veel regelingen en wetten aangepast moeten worden tot één samenhangend geheel. Gemeentelijke organisatie en processen moeten heringericht worden en de denk- en werkwijze moet aangepast worden. Voor ICT en informatievoorziening betekent het dat tot nu toe versnipperde informatie bijeen moet worden gebracht, bijvoorbeeld in de Laan van de Leefomgeving. 2018 klinkt ver weg maar het betekent dat de voorbereidingen in 2017 afgerond moeten zijn. Het is goed dat alle betrokken partijen nu al bezig zijn met deze voorbereidingen.

Lessen uit het verleden

Er is inmiddels veel ervaring opgedaan met ingrijpende veranderingstrajecten. Met name bij de invoering van de Wabo en omgevingsdiensten en de decentralisaties in het sociaal domein. Het is goed om hiervan te leren en dit te vertalen naar de invoering van de omgevingswet. Niet enkel op het individuele niveau van de betrokken instanties (zoals gemeenten) maar zeker ook op het landelijke niveau van de overheid als geheel. Dat is immers hoe burgers en bedrijven de overheid zien en ervaren. Enkele lessen voor de inrichting van de informatievoorziening vanuit ervaringen met de Wabo, omgevingsdiensten en decentralisaties:

  • Digitalisering van informatie en processen is een randvoorwaarde vanuit het oogpunt van zowel dienstverlening, bedrijfsvoering en ketensamenwerking.
  • Er moet veel samengewerkt worden maar uitwisseling van basis-, dossier- en procesgegevens blijkt in de praktijk erg lastig.
  • Ondanks standaarden valt het tot stand brengen van geautomatiseerde koppelingen in de praktijk vaak tegen, o.a. door interpretatie verschillen. Landelijke voorzieningen zoals een gegevensknooppunt zorgen voor een ontkoppelpunt en defacto standaard. Iedere partij hoeft immers alleen maar aan te sluiten op de centrale voorziening in plaats van te koppelen met meerdere systemen en partijen.
  • Benodigde nieuwe functionaliteit aanbieden als “service” (SAAS/Cloud) i.p.v. lokale applicatie vereenvoudigt en versnelt de implementatie, met name daar waar ketenpartners moeten samenwerken.
  • Lokale verschillen in beleid en werkwijze zoals bij de decentralisaties blijken prima te combineren met standaardtoepassingen en het delen van relevante gegevens.
  • Individuele partijen zijn vooral bezig met de eigen organisatie(s); de verantwoordelijkheid voor het faciliteren van ketensamenwerking is niet belegd en regie hierop ontbreekt.
  • Gemeenten worden door leveranciers verleid om nieuwe applicaties aan te schaffen. Dat leidt tot versnippering, noodzaak tot koppelen en problemen bij samenwerken en delen van informatie. Landelijke voorzieningen en functionaliteiten kunnen dit effect verminderen.
  • Er blijkt wel behoefte aan meer samenwerking en gemeenschappelijke functionaliteit maar het komt in de praktijk moeizaam van de grond. De regie hierop ontbreekt.

Wie doet wat?

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I en M) neemt het voortouw in de voorbereidingen. In de “Deelverkenning Digitale Informatievoorziening”[1] is ondere andere voorzien in:

  • invoering van de Laan van de Leefomgeving om gegevens in de keten te delen;
  • aanpassing van het Omgevingsloket (OLO);
  • aanpassen van de voorziening Ruimtelijkeplannen.nl;
  • aanpassen van de voorziening Activiteitenbesluit Internet Module.

De notitie “Gegevensvoorziening Omgevingswet voor Activiteiten in de Leefomgeving (GOAL)”[2] schetst een architectuur voor met name het delen van gegevens. Het voorziet bijvoorbeeld niet in gedeelde functionaliteit en voorzieningen voor gemeenten. Het ministerie gaat ook niet over de invoering bij betrokken ketenpartijen zoals gemeenten. Zij wil faciliteren maar gemeenten moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Ook Digicommissaris Bas Eenhoorn heeft onlangs nog benadrukt dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de kosten maar zeker ook voor de baten van digitalisering. Zij mogen niet rekenen op ‘subsidiëring’. Het ministerie heeft dus niet de opdracht noch de middelen om te investeren in landelijke voorzieningen voor gemeenten.

De VNG schetst in “Ruimte voor verandering; propositie invoering omgevingswet voor gemeenten”[3] de ondersteuning die zij wil bieden. Zij richt zich daarbij op zowel bestuur als management en organisatie. De ondersteuning zal overwegend generiek zijn met gebruikmaking van het reeds bekende (NUP en 3D’s) instrumentarium. Gemeenten moeten de implementatie zelf oppakken en kunnen aanvullende ondersteuningsbehoeften kenbaar maken.
Gemeenten en de VNG richten zich vooral op de invoering binnen de eigen organisatie. Informatievoorziening is in dit stadium nog niet geconcretiseerd. Men is voornemens ‘invloed te nemen op de ontwikkeling van landelijke voorzieningen, voor een deel ook door aanpassingen door te voeren in gemeentelijke applicaties en voorzieningen’. Concreet worden in dit kader enkel de Laan van de Leefomgeving en GOAL genoemd. Initiatieven voor specifieke gemeentelijke behoeften en voorzieningen zijn er nog niet.

Aandacht voor informatievoorziening

Slimme en handige landelijke voorzieningen kunnen samenwerking in de keten faciliteren en de realisatie van de keten ondersteunen. Daarnaast kunnen ze koppelingsproblemen verminderen en kosten besparen bij individuele gemeenten en ketenpartners. Een belangrijke les uit het verleden is echter wel dat informatievoorziening veel (doorloop)tijd kost en vroegtijdig aandacht moet krijgen. Zoals KING en VNG het initiatief hebben genomen om het gegevensknooppunt in te zetten voor de decentralisaties, zo moeten nu ook tijdig initiatieven worden genomen om te komen tot landelijke voorzieningen voor de omgevingswet. De VNG voorziet in afstemming met gemeenten in de vorm van co-creatie en afstemming met andere bestuurslagen binnen het zogenoemde “Huis van de invoering”. Het verdient aanbeveling om daarnaast specifiek voor informatievoorziening en landelijke voorzieningen samen met ketenpartners tot initiatieven te komen die met name gemeenten ontzorgen. Telengy wil dit samen met het ministerie van I en M en KING initiëren en faciliteren in de vorm van een interactieve bijeenkomst. Deelnemers vanuit met name gemeenten, omgevingsdiensten en provincies worden hiervoor uitgenodigd.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ton de Wit, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 22 97 29 46 of via e-mail: t.d.wit@telengy.nl.

Dit is een artikel in de reeks “Innovatieve informatievoorziening bij de overheid”.

Deel 1: Innovatieve informatievoorziening bij de overheid: koersvast!
Deel 2: Centrale of decentrale informatievoorziening: codewoord is ‘ontzorgen’
Deel 3: Een andere kijk op dienstverlening: waar is de klant gebleven?

Samen de koers bepalen

Telengy wil graag met u stil staan bij de koers voor de gemeentelijke informatievoorziening voor de komende jaren. We doen dit in 2015 onder andere met verdiepende publicaties en een themabijeenkomst over de toekomst van de gemeentelijke informatievoorziening. Neemt u vooral contact met ons op via e-mail: info@telengy.nl.