Auteursarchief: Peter ter Telgte

Even voorstellen… Ajmal Khan Sayedi

Lees het gehele artikel

Ajmal khan sayedi adviseur telengy profielfoto
Sinds 1 maart 2020 ben ik begonnen als adviseur bij Telengy. Ik weet nog heel goed dat ik als jongen van 8 jaar vanuit Afghanistan voor het eerst naar Nederland kwam. Ik werd gelijk in het diepe gegooid; alles was nieuw voor mij. Juist de opvang en steun die wij hebben gekregen, heeft mij altijd getriggerd om iets terug te doen voor de maatschappij. Vandaar ook mijn keuze voor de master Bestuurskunde: besturen van veiligheid. Door deze master heb ik de overheid van binnen en van buiten leren kennen. Daarnaast zag ik genoeg kansen waar de publieke sector zich in zou kunnen verbeteren.

Na mijn master ben ik dan ook ondernemer geworden. Ik zag een kans om WOB-verzoeken op een efficiëntere manier te anonimiseren. Momenteel gebeurt dit handmatig, maar door middel van een softwareoplossing maakte ik het mogelijk dat WOB-verzoeken automatisch werden geanonimiseerd. De maatschappij is dan ook altijd de rode draad door mijn leven geweest. Ik ben iemand die altijd overal nieuwe mogelijkheden, kansen en veranderingen ziet om situaties te verbeteren. Niet alleen binnen professionele context, maar ook binnen mijn persoonlijke leven. Juist nu de technologische ontwikkelen elkaar snel opvolgen, is het belangrijk dat de overheid hierop inspeelt. Ik vind het belangrijk om de nieuwe kansen en mogelijkheden die de techniek met zich mee brengt, te implementeren binnen de overheid.

Door de jaren heen heb ik internationale ervaring opgedaan in Ierland, Zuid-Afrika en Afghanistan. Ik heb hierdoor veel interculturele kennis opgebouwd, waardoor ik andere mensen snel weet te begrijpen. Dit is een belangrijk aspect bij het tot uitvoer brengen van veranderingen, omdat je hiermee weerstand wegneemt. In een multiculturele samenleving zoals Nederland, is het de kunst om iedereen mee te nemen in deze veranderingen en elkaar hiermee te verbinden.

Telengy is de organisatie die precies in lijn staat met mijn toekomstvisie voor een innovatieve, veranderende en duurzamere overheid. De mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling, de persoonlijke aanpak en een hecht team waar je veel van elkaar kan leren zijn belangrijke aspecten waarom ik voor Telengy heb gekozen.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ajmal Khan Sayedi, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 21 61 65 86, of e-mail: a.k.sayedi@telengy.nl.

Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: er is nog veel te doen!

Lees het gehele artikel

De Omgevingswet wordt per 2021 ingevoerd. Dit vereist van gemeenten dat hun gegevenshuishouding gericht wordt op de instrumenten van de Omgevingswet. CORSTENS informatiearchitectuur en Telengy Management & Advies kunnen hierbij helpen met een gerichte aanpak.

Dirk Moree, expert KennisCentrumOmgevingswet.nl en Telengy-adviseur en Hein Corstens beschrijven Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: er is nog veel te doen!

Beschermd Wonen naar alle gemeenten: veel te doen

Beschermd wonen - telengy
Lees het gehele artikel

Sinds 2015 zijn gemeenten op grond van de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) verantwoordelijk voor Beschermd Wonen (BW) voor mensen met psychiatrische problemen of licht verstandelijke beperkingen. De uitvoering van BW wordt, namens alle gemeenten, uitgevoerd door 43 centrumgemeenten. De landelijke overheid stuurt steeds meer op inclusie en extramuralisering. Dat betekent dat iedereen zoveel mogelijk mee moet kunnen doen in de maatschappij; ook mensen met een beperking die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen. Gemeenten zijn aan zet om dit te realiseren. De overgang van centrumgemeenten naar alle gemeenten is uitgesteld van 2021 naar 2022.  Jos van Dijk, senior adviseur bij Telengy, begeleidt een tweetal gemeenten bij deze overgang.

Beschermd Wonen en de Wet langdurige zorg

In 2015 verscheen het rapport van de commissie Dannenberg: ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’. De huidige populatie BW is op dit moment 30.000 mensen die wonen in een beschermde woonomgeving en daar ook begeleiding ontvangen. De doelstelling van het Rijk is dat op termijn de helft, 15.000 mensen, begeleid gaan wonen in een ‘gewone’ woning met begeleiding, extramuraal dus. De verwachting is dat met deze transformatie tenminste 10 jaar gemoeid zal zijn.

Gelijktijdig met de overgang van BW naar alle gemeenten wordt de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nodig hebben. Ongeveer een derde van de huidige populatie BW zal naar verwachting instromen in de Wlz. Dat betreft klanten die naar verwachting levenslang aangewezen zullen zijn op een vorm van beschermd wonen. De exacte aantallen kunnen per gemeente verschillen. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) zal deze beoordelingen verzorgen.

Zorgcontinuïteit is vooral voor deze groep klanten belangrijk. Door het Zorgkantoor actief te betrekken bij deze overgang, bijvoorbeeld bij het opstellen van de inkoopstrategie en de inkoop kan een deel van deze kwetsbare doelgroep mogelijk bij dezelfde zorgaanbieder blijven.

Inkoop

Gemeenten zullen ervoor moeten zorgen dat er op 1 januari 2022 nieuwe contracten liggen. In de regionale plannen van aanpak die bij het Ministerie zijn aangeleverd, zijn daar vaak al afspraken over gemaakt. Die plannen blijken echter nogal globaal te zijn. Vaak zien we dat de bestaande relatie met de huidige centrumgemeente in stand blijft. Inmiddels is duidelijk geworden dat de relatie met de centrumgemeenten vanaf 2022 nog 10 jaar in stand dient te blijven omdat de overgang naar alle gemeenten geleidelijk dient plaats te vinden binnen een tijdsbestek van 10 jaar. Maatschappelijke Opvang (MO) blijft, in tegenstelling tot eerdere plannen, in ieder geval nog 4 jaar bij de centrumgemeenten. Deze gemeenten hebben immers al veel expertise opgebouwd en veel voorzieningen bevinden zich in die gemeenten. In deze vier jaar wordt duidelijk of MO een taak van alle gemeenten gaat worden.

Voor een inkooptraject of aanbesteding is al gauw een jaar of meer nodig. Dat betekent dat er vanaf 2020 al nagedacht moet worden over de inkoopstrategie. Onderdeel daarvan is de duur van de contracten. Een succesvolle transformatie is eigenlijk alleen mogelijk als aanbieders betrokken worden bij de inkoop. De duur van de contracten, continuïteit van zorg en een niet te abrupte afbouw van intramurale zorg zijn onderdelen die aandacht moeten krijgen. Dat samenspel tussen gemeenten, Zorgkantoor en aanbieders is belangrijk om te voorkomen dat mensen tussen de wal en het schip vallen, of dat aanbieders in liquiditeitsproblemen komen en de continuïteit van zorg in de knel komt.

Voor gemeenten die begeleiding gaan inkopen geldt dat ze zich moeten realiseren dat de inkoop van begeleiding zal moeten aansluiten bij de inkoop van beschermd wonen producten. Het lijkt slim om een inkoopstrategie beschermd wonen/begeleiding op te stellen om te zorgen voor een toereikend en sluitend zorgaanbod.

Financiën

Naast de genoemde geleidelijke overgang van klanten gedurende een periode van 10 jaar zal een geleidelijke financiële overgang gaan gelden die ook 10 jaar in beslag gaat nemen. Daarnaast zal de vergoedingssystematiek in die 10 jaar gaan veranderen: van historische uitgaven stapsgewijs in 10 jaar toegroeien naar een objectief verdeelmodel. Er zal naar verwachting ook één budget komen voor zowel beschermd wonen als begeleiding. Deze beide kostensoorten werken als communicerende vaten: afschalen van beschermd wonen zorg leidt tot opschalen van begeleidingskosten.

Toegang

De toegang tot BW wordt in veel gevallen verzorgd door de centrumgemeente. De vraag is hoe gemeenten dit vanaf 2022 gaan organiseren. Bij de lokale toegangen zal kennis over BW opgebouwd moeten worden, zeker als de keuze wordt gemaakt om de complexe zorg regionaal te organiseren en de lichtere zorg lokaal in te zetten. Want waar leg je de knip tussen complexe zorg en lichtere zorg en hoe reken je de kosten toe?

Daarbij zal ook de vraag naar geschikte huisvesting aan de orde komen. Door regionaal samen te werken, kan de zorg zo efficiënt mogelijk worden ingezet en kan dure, intramurale zorg eerder worden afgeschaald als bijvoorbeeld geschikte woonruimte bij een omliggende gemeente beschikbaar is. Eén van de huidige knelpunten bij BW is het gebrek aan geschikte woonruimte waardoor er onvoldoende doorstroming is en dure zorg onnodig lang doorloopt. Nu al dient de verbinding gezocht te worden met het ruimtelijk domein om te anticiperen om de toekomstige huisvestingsbehoefte.

Preventie en nazorg

Dé uitdaging is om te voorkomen dat mensen op straat komen te staan. Voorkomen van huisuitzettingen, een integrale aanpak bij problemen en goed functionerende wijkteams zijn cruciaal om ervoor te zorgen dat mensen in een beschermde woonvorm terecht komen.  Samenwerken met de veiligheidsketen zorgt ervoor dat ook vanuit dat aspect wordt gekeken naar de beste oplossing voor de burger. Ook nieuwe vormen van opvang, zoals pauzeplekken om even op adem te komen, kunnen daaraan bijdragen. Daarbij is nazorg van belang. Hiermee wordt voorkomen dat mensen die zijn uitgestroomd uit BW terugvallen op zorg. Tot slot is er een goede verbinding nodig met de ‘sluitende aanpak verwarde personen’ en de nog nieuwe Wet op de verplichte GGZ die per 1 januari 2020 inwerking treedt .

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jos van Dijk, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 27 03 57 76 of via e-mail: j.v.dijk@telengy.nl.

Woonfraude in de praktijk: interview over onderhuur en hennepteelt

Gegevenskoppeling Telengy Woonfraude
Lees het gehele artikel

Telengy en de woningcorporatie Stadlander werken inmiddels een jaar samen. Uit deze samenwerking is een gegevenskoppeling met de gemeente voortgekomen, een belangrijk middel om woonfraude te kunnen bestrijden. U heeft er ook over gelezen in dit artikel van adviseur Eric Leroi van vorig jaar.

Na een jaar is het voor beide partijen een passend moment om terug te blikken en te zien wat de gegevenskoppeling heeft opgeleverd. Hiervoor spreken we met twee collega’s die zich in hun dagelijks werk bezighouden met woonfraude en hoe de samenwerking hun werk beïnvloedt; Esther en Kees. Zij geven een unieke inkijk achter gesloten deuren bij de woonfraude-afdeling van de woningcorporatie.

Lees het volledige artikel via de PDF: Woonfraude gegevenskoppeling interview – Stadlander en Telengy.

 

De kracht van intervisie: wat helpt gemeenten om scherp te blijven?

De kracht van intervisie - Monique Verbeeten
Lees het gehele artikel

Intervisie is een prettige manier van deskundigheidsbevordering tussen collega’s, werkend in hetzelfde vakgebied. Het helpt je scherp te blijven in jouw professionaliteit. Wat helpt jou om scherp te blijven in 2020? In onderstaand artikel beschouwt Telengy-adviseur Monique Verbeeten de kracht van intervisie en deelt haar ervaringen binnen gemeenten over dit onderwerp.

Wat is intervisie?

Intervisie is een vorm van deskundigheidsbevordering. Bij intervisie doen medewerkers een beroep op hun collega’s om op een gestructureerde wijze mee te denken over vraagstukken. Deze vraagstukken kunnen persoon- of functiegebonden zijn, of hebben betrekking op knelpunten in de eigen (werk)situatie. Ik heb het binnen de gemeenten waarin ik werk ervaren als een ontzettend handige tool.

Er wordt meestal gewerkt in groepen van vijf tot acht vaste deelnemers. Elke deelnemer kan een concrete casus inbrengen. Deze casus dient bij voorkeur te gaan over iets waar hij/zij op dat moment tegen aanloopt in zijn werk, maar kan ook gaan over terugkerende thema’s.

Werkwijze

Er zijn verschillende intervisiemethodes om de bijeenkomsten te structureren. Voorbeelden hiervan zijn de 5- of 10-stappenmethode, incidentmethode, roddelmethode, STAR-D methode en de hoeden van De Bono. De meeste intervisiemethodes kennen de volgende fases: inventarisatie, probleemverkenningsfase, adviesronde en evaluatie.

Vaak wordt de sessie begeleid door een externe intervisiebegeleider; hij/zij begeleidt vooral het proces door structuur te bieden en te reflecteren. Zo zorg je ervoor dat de sessie voldoende diepgang krijgt, iedereen aan de beurt komt en dat de sessie veilig verloopt. Dat zijn immers de voorwaarden voor de deelnemers om goed te kunnen leren en/of te reflecteren.

Leren van elkaar i.p.v. leren aan elkaar

Bij intervisie gaat het niet om de inbrenger van de casus te vertellen wat hij/zij wel of niet moet doen; het gaat om elkaar te helpen bij het verkennen van de situatie en de positie waarin men zit, en de moeite die men daarbij ervaart. We noemen dit ook wel probleemverheldering.

Iedere deelnemer doorloopt om beurt een eigen leerproces. Maar ook de groep ondergaat een leerproces, door krachtige vragen te stellen en elkaar respectvol van feedback te voorzien. Onderling respect en veiligheid is daarbij een absolute voorwaarde binnen de groep.

Wat kan ik ermee?

Door intervisie leer je te reflecteren op zaken waar je in het normale werkzame leven niet altijd bij stilstaat. Het kan bijdragen aan het voorkomen van blinde vlekken. Juist in een veranderende omgeving kan intervisie zinvol zijn, omdat je tegen nieuwe zaken aanloopt, waarbij ander gedrag soms beter werkt:

  • Je wordt je bewust van je eigen handelen en van jouw positie en de invloed daarvan op collega’s en omgeving (verdieping, professionaliteit).
  • Je krijgt nieuwe inzichten en alternatieven van je collega’s (inspiratie).
  • Je leert van de casussen die collega’s inbrengen (verbreding).
  • Het helpt je scherp te blijven op je eigen handelen (blijvend leren).

Ervaringen binnen gemeenten

Vaak wordt intervisie tijdens of na een leertraject ingezet; dit zorgt ervoor dat de opgedane kennis ‘warm blijft’ tijdens de fase dat men het geleerde in praktijk gaat brengen. Bij een aantal gemeenten is intervisie dan ook succesvol ingezet in combinatie met een leertraject of scholing over de kanteling binnen de Wmo; door met de Wmo-consulenten van die gemeenten als groep intervisie te doen, kon de gevraagde gedragsverandering langzaam plaatsvinden en beter beklijven. Ik ben ervan overtuigd dat intervisie ook goed kan bijdragen aan de gewenste (gedrags)veranderingen binnen de Omgevingswet.

Ervaringen als intervisiebegeleider

Ook binnen Telengy willen we dat onze adviseurs zich blijven professionaliseren en van elkaar blijven leren. Dit doen we onder andere door kennisdeling, maar ook door intervisie. De combinatie van onze medior- en senior-adviseurs binnen een intervisiegroep maakt dat er veel verschillende inzichten worden gedeeld, en dat geeft steeds weer nieuwe inspiratie.

Mijn ervaring als intervisiebegeleider leert dat het moeilijkste voor de deelnemers vaak het stellen van goede open vragen is, zonder interpretatie of oordeel. En het vraagt in het begin soms wat lef om een casus in te brengen. Randvoorwaarde van een goede intervisie is dan ook dat er een veilige omgeving gecreëerd wordt, waarin mensen kunnen en durven te leren. Daar sta ik voor! Sommige deelnemers komen de eerste paar keer met gepaste tegenzin binnen, maar gaan bijna altijd weer geïnspireerd naar buiten. En dát is juist wat intervisie zo leuk en leerzaam maakt; het houdt je lekker scherp en het verhoogt het teamgevoel. Tevens komt het de kwaliteit en professionaliteit ten goede, in je zelf én in je werk. Gewoon mee beginnen dus!

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Monique Verbeeten, adviseur van Telengy, via tel. nr. 06 17 39 04 99 of via e-mail: m.verbeeten@telengy.nl.

Digitale toegankelijkheid…deadline 2020 nadert

deadline digitale toegankelijkheid nadert
Lees het gehele artikel

Op 23 september 2020

  • moeten ALLE websites van gemeenten voldoen aan de toegankelijkheidscriteria;
  • moeten op ALLE websites van gemeenten toegankelijkheidsverklaringen zijn gepubliceerd.

Hoe zat het ook alweer?

  • 1 juli 2018: Tijdelijk besluit digitale overheid.
  • Medio 2020: Wet digitale overheid.
  • Overheidsinstanties moeten hun websites en mobiele applicaties (gefaseerd) digitaal toegankelijk maken.

Wanneer ben je digitaal toegankelijk?

Voor wie doen we dit?

voor wie is digitale toegankelijkheid?

Meer weten?

Telengy-adviseur Kim Lenders werkt aan de Digitale Toegankelijkheid bij meerdere organisaties. Zij heeft daar afgelopen periode al meerdere artikelen over geschreven met handige tips:

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Kim Lenders, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 12 74 69 45 of via e-mail: k.lenders@telengy.nl.

Wet verplichte GGZ (Wvggz) en Wet zorg en dwang (Wzd)

Lees het gehele artikel

Nog even en dan is het zover. Op 1 januari 2020 wordt de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) ingetrokken en treden de Wet verplichte GGZ (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) in werking. Daar waar in de Bopz de nadruk lag op veiligheid en het herstellen van de openbare orde richten de Wvggz en de Wzd zich vooral op verplichte zorg en behandeling.

Doelstelling Wvggz en Wzd

De Wvggz en de Wzd bevatten verregaande vrijheidsbeperkende mogelijkheden om gedwongen zorg in te zetten. Dat kan alleen als alle mogelijkheden om vrijwillige zorg in te zetten niet hebben geleid of zullen leiden tot het gewenste effect. Gedwongen zorg is alleen toegestaan indien en zolang dit strikt noodzakelijk is en vrijwillige zorg (nog) geen optie is. In de wetten is dan ook het ultimum remedium beginsel opgenomen. Dat betekent dat gedwongen zorg alleen mag worden ingezet als alle andere mogelijkheden tot het inzetten van reguliere zorg niet leiden tot het gewenste effect. Het wederkerigheidsbeginsel dat in de wetten is opgenomen moet ervoor zorgen dat gemeenten zich maximaal inspannen om gedwongen zorg niet langer in te zetten dan strikt noodzakelijk is.

Het inzetten van gedwongen zorg kan ver gaan. Zo is bijvoorbeeld gedwongen opname mogelijk of het onder dwang toedienen van medicijnen. Om deze vergaande maatregelen in te kunnen zetten, dient sprake te zijn van ‘ernstig nadeel’ en is een zorgmachtiging van de rechter nodig. Er is sprake van ernstig nadeel als er sprake is of een dreiging bestaat dat sprake kan zijn van:

  • ernstige psychische schade, verwaarlozing of maatschappelijk teloorgang;
  • bedreiging van de veiligheid van de cliënt;
  • de algemene veiligheid van personen in het geding is.

Melding

Iedereen kan een melding doen als er mogelijk sprake is van verplicht in te zetten zorg als gevolg van een psychische stoornis. De wijze waarop een melding kan worden ingediend is vormvrij. Het is aan gemeenten om dit te organiseren. Dat kan lokaal, maar ook regionaal. Veel gemeenten hebben al een meldpunt verwarde personen. Het is voor de hand liggend het meldpunt Wvggz daar ook onder te brengen. Het onderscheid tussen deze groepen klanten is immers lastig op voorhand te maken. Verwacht wordt dat de meeste meldingen via het noodnummer 112 zullen komen of via zorgaanbieders of huisartsen. In de loop van 2020 zal een landelijk meldpunt worden ingericht waar naar verwachting de GGD op zal aansluiten.

Triage en verkennend onderzoek

Het eerste onderzoek (triage) én het verkennend onderzoek dienen binnen 14 dagen na binnenkomst van de melding afgerond te zijn. Triage zal in veel gevallen plaatsvinden door de lokale toegang die nu ook meldingen verwarde personen beoordeelt. Voor het verkennend onderzoek ligt dat anders. Tijdens dit onderzoek wordt vastgesteld of er sprake is van een psychische stoornis en of vrijwillige zorg niet mogelijk is. Dit oordeel kan alleen geveld worden door een organisatie met gedegen GGZ-kennis. De lokale toegangen zullen daar in veel gevallen niet toe in staat zijn. Gemeenten dienen dan ook een partij te kiezen die het verkennend onderzoek gedegen en snel kan afronden.

Zorgmachtiging

Als er sprake is van een ernstig nadeel als gevolg van een psychische stoornis en vrijwillige zorg blijkt niet mogelijk dan wordt bij de officier van justitie (OvJ) een aanvraag voor een zorgmachtiging ingediend. Dat kan via de gemeente, maar ook door bijvoorbeeld de politie of de huisarts. De OvJ wijst een geneesheer directeur aan die adviseert over de stoornis. Binnen vier weken neemt de OvJ een besluit. Als de OvJ van mening is dat gedwongen zorg nodig is, stelt hij een verzoekschrift op. De rechter doet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie weken uitspraak. Indien gedwongen zorg nodig is geeft de rechter een zorgmachtiging af. Dit is de wettelijke basis op grond waarvan verplichte zorg mag worden ingezet.

Informatievoorziening

De uit te wisselen informatie dient beveiligd uitgewisseld te worden. Uiteraard via beveiligde e-mail, maar ook door gestandaardiseerde berichten. De mailverbinding dient te voldoen aan de NTA 7516 norm. Het landelijke berichtenverkeer zal worden uitgebreid. Vrijwel alle gemeenten werken nu al met een toepassing van Kohnraad voor het uitvoeren van de Wet BOPZ. Op dit moment is nieuwste versie van de Kohnraad applicatie nog niet beschikbaar. Ook is nog niet duidelijk of deze applicatie wordt aangesloten op de Basisregistratie Personen (Brp).

Wat moet er in ieder geval geregeld zijn op 1 januari 2020?

  1. Duidelijk moet zijn waar een Wvggz melding ingediend moet worden. Medewerkers van de toegang en het KCC zullen dit moeten weten. Basiskennis van de GGZ is nodig om een goede eerste inschatting te kunnen maken. Vanuit de VNG zijn voorbeelden beschikbaar gesteld om burgers te informeren. 24 x7 bereikbaarheid is geen vereiste. Voor spoedmeldingen gelden afwijkende regels vergelijkbare met de inbewaringstelling (ibs) uit de Bopz.
  2. Alle meldingen dienen geregistreerd te worden. Dat zal in Kohnraad moeten geschieden, maar mogelijk ook in andere (regie) systemen. Voor het kwartaaloverleg tussen Openbaar Ministerie (OM), GGZ-zorgverleners en gemeenten zal inzicht verschaft moeten worden over de aantallen meldingen, triages en verkennende onderzoeken. Het kwartaaloverleg zal op GGD/Veiligheidsregio schaal plaats vinden.  Afstemming tussen de burgemeester en wethouder zorg is nodig om een goed totaaloverzicht te hebben van meldingen.
  3. De nieuwe werkwijze zal aan dienen te sluiten bij de sluitende aanpak verwarde personen.
  4. Tijdens het periodiek ketenoverleg of casusoverleg zal aandacht moeten komen voor situaties die direct of op termijn onder de Wvggz kunnen vallen. Hierbij zullen bijvoorbeeld betrokken kunnen worden: politie, toegangsteams, bemoeizorg, huisartsen en woningcorporaties.

Het doel van de Wvggz en de Wzd is dat meer vanuit de zorgvraag wordt geacteerd waardoor minder vanuit het domein openbare orde en veiligheid opgetreden hoeft te worden. Naar verwachtingen zal 80% van de huidige Bopz meldingen onder de Wvggz gaan vallen.

Meer weten?

Mocht u naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben, dan kunt u deze stellen aan Jos van Dijk, senior adviseur sociaal domein op 06 27 03 57 76 of j.v.dijk@telengy.nl

 

 

 

Diverse wetten digitalisering 2020

Lees het gehele artikel

In 2020 worden diverse wetten rond digitalisering van kracht of vraagt het implementatiekracht van gemeenten om tijdig te kunnen voldoen voor inwerkingtreding van de wet:

Wet Digitale Overheid

Naar verwachting volgt publicatie in het Staatsblad medio 2020. De Wet Wet Digitale Overheid Overheid regelt authenticatie en gebruik op een veilige wijze van digitale dienstverlening van overheden:

  • Verbeteren digitale overheid door standaarden vast te stellen.
  • Regels voor informatieveiligheid.
  • Toegang tot online dienstverlening.
  • Verplicht gebruik authenticatiemiddelen substantieel/hoog (eID).
  • Digitale toegankelijkheid (EU-richtlijn).
  • Verwerking BSN in authenticatieproces.
  • Mogelijkheid tot gebruik private middelen voor authenticatie.

Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer

De bekendmaking van deze wet is voorzien in januari 2020, ingangsdatum per januari 2021. Het betreft een wijziging van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het geeft de burger het recht om elektronisch (formele) berichten te verzenden aan een bestuursorgaan op een wijze die het bestuursorgaan bepaalt. Het bestuursorgaan dient minimaal 1 elektronisch kanaal aan te wijzen. Het recht op een papieren aanvraag blijft overigens bestaan.

Bekendmakingswet

De Bekendmakingswet of Wet elektronische publicaties (Wep) regelt de  verplichting voor gemeenten om alle wettelijk voorgeschreven bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen van (voorgenomen) besluiten die niet tot één of meer belanghebbenden zijn gericht, in een officieel elektronisch publicatieblad te doen. Het wordt verplicht om de officiële publicaties via de applicatie Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP) op officielebekendmakingen.nl te publiceren. Verordeningen worden door gemeenten al op deze wijze bekendgemaakt. Volgens de Wep moeten ook kennisgevingen worden gepubliceerd via DROP.

  • Alle nieuw vastgestelde beleidsregels dienen vanaf 1 januari 2021 volledig bekend te worden gemaakt en geconsolideerd. Per 1 januari 2022 moeten alle op dat moment geldende beleidsregels geconsolideerd zijn aangeboden.
  • Kennisgevingen over vergunningen dienen per 1 januari 2021 verplicht elektronisch bekend te worden gemaakt.
  • Documenten die ter kennisgeving fysiek ter inzage in een overheidsgebouw worden gelegd, moeten voortaan ook digitaal ter inzage worden gelegd. Deze documenten moeten geanonimiseerd zijn, zoals nu in de fysieke situatie het geval is. Deze verplichting gaat in per 1 januari 2022.
  • Burgers die een geactiveerd account inclusief e-mailadres hebben voor MijnOverheid krijgen automatisch een e-mail waarin zij op de hoogte worden gesteld van nieuwe publicaties in hun directe woonomgeving. De burgers kunnen deze attenderingsservice zelf aanpassen en beëindigen. Dat betekent dat burgers in eerste instantie ongevraagd een attendering ontvangen. Hierdoor worden burgers proactief en laagdrempelig bereikt.

Meer informatie, tips en handreikingen is beschikbaar via KOOP.

Wet Open Overheid (Woo)

De Wet Open Overheid heeft als doel actieve openbaarmaking en transparantie. Weliswaar is de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer opgeschort, het advies is toch alvast de voorbereiding en implementatie te starten. Het vraagt overheden behoorlijke inzet om de implementatie succesvol af te ronden. De Woo regelt o.a.:

  • Resultaatverplichting om 11 categorieën documentatie actief openbaar maken.
  • Inspanningsverplichting resterende documentatie actief openbaar te maken.
  • Verbeteren informatiehuishouding door het duurzaam toegankelijk te maken.

Meer informatie, tips, handreikingen, proeftuinen en pilots vind je bij VNG Realisatie.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Peter ter Telgte, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 46 72 42 05 of via e-mail: p.t.telgte@telengy.nl.

 

 

Informatiemanager Woudenberg: tijdelijk dé spil

Applicatielandschap in kaart brengen bij de gemeente Woudenberg
Lees het gehele artikel

De afgelopen maanden werkte Ger Manders als waarnemend informatiemanager bij de gemeente Woudenberg (13.000 inwoners). Hier werken ongeveer 90 medewerkers. De harde ICT is ondergebracht bij de gemeente Veenendaal.

De informatiemanager was vertrokken en de wens van de organisatie was om deze functie opnieuw structureel in te vullen. Helaas was de werving en selectie niet ineens succesvol. De gemeente ging daarom voor tijdelijke invulling van de rol van informatiemanager. De opdracht was om ervoor te zorgen dat actuele ontwikkelingen en projecten doorgang konden vinden en om enkele zaken ter verbetering op te pakken. Binnen de gemeente Woudenberg is de informatiemanager echt dé spil in alles wat met informatievoorziening/ICT te maken heeft. Geen bezetting op deze positie is daarom voor Woudenberg ondenkbaar.

Tijdens de periode bij de gemeente Woudenberg heeft Ger drie projecten uitgevoerd:

Omgevingswet

Omgevingswet-ready

Er is in beeld gebracht wat er op het vlak van informatievoorziening nodig is om invulling te kunnen geven aan de Omgevingswet per 1-1-2021. Door gesprekken te voeren met belanghebbenden, inventarisaties uit te voeren, deel te nemen aan de projectgroep Omgevingswet en gebruik te maken van het materiaal van VNG Realisatie. Aan de orde komen bijvoorbeeld de aanschaf van nieuwe software(modules) om aan te kunnen sluiten op het DSO, het zaakgericht werken én het verbeteren van de kwaliteit van de relevante basisregistraties door het verder ontwikkelen van het gegevensmanagement.

Applicatielandschap in kaart als Informatiemanager bij gemeente Woudenberg

Applicatielandschap

Een ander belangrijk element is het in beeld brengen van het volledige applicatielandschap en welke financiële verplichtingen dit met zich meebrengt richting de 65 softwareleveranciers waarmee de gemeente Woudenberg zaken doet. U kunt zich voorstellen dat een integraal overzicht van de ICT-financiën (zowel investeringen als exploitatie) voor de najaarsnota 2019 en de begroting 2020-2023 dan ongelofelijk handig is. Hiermee heeft de budgethouder een extra instrument in handen om financieel ‘in control’ te zijn.

Zaakgericht werken

Daarnaast is Ger betrokken geweest bij het project zaakgericht werken, waarbij Woudenberg overgaat van Verseon (van Circle), via Suite4Zaken (van Centric) naar JOIN Zaak & document (van Decos, de nieuwe strategische partner van Centric voor zaakgericht werken).

Structurele invulling

Een ander aspect was het inregelen van de managementinformatie ten behoeve van de Monitor Sociaal Domein en de afstemming van projecten en samenwerking met ICT Veenendaal. Hiermee was de voortgang van deze 3 projecten de afgelopen maanden gewaarborgd en goed overdraagbaar voor de toekomstige informatiemanager. Per 1 november heeft de gemeente Woudenberg gelukkig weer een informatiemanager in dienst, waarmee dé spil informatievoorziening weer structureel is ingevuld.

Meer weten?

Zoekt u ook tijdelijke bezetting op de rol van informatieadviseur/-manager of teamleider informatievoorziening? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ger Manders, via tel. nr. 06 29 52 73 40 of via e-mail: g.manders@telengy.nl.

2020, bent u op tijd klaar voor de Omgevingswet?

Lees het gehele artikel

De Omgevingswet begin nu wel heel dichtbij te komen en concreet te worden. Veel gemeenten werken inmiddels aan een Omgevingsvisie en experimenteren met nieuwe vormen van participatie. Belangrijke onderdelen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zijn of worden opgeleverd, leveranciers zijn volop bezig met het aanpassen van software en soms zelfs volledig vernieuwen van applicaties. Na de tijd van nadenken over gemeentelijke ambities komt het nu aan op concrete acties om per 1-1-2021 ‘klaar’ te zijn. De grote vraag voor veel gemeenten is echter nog steeds: waarmee?

Ton de Wit, expert KennisCentrumOmgevingswet.nl en Telengy-adviseur vraagt zich af of de gemeenten in 2020 op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet.

Wet inburgering 2021

handen-in-puzzel
Lees het gehele artikel

De nieuwe Wet inburgering zou aanvankelijk per 1 juli 2020 in werking treden. Dit bleek te ambitieus te zijn. Verwacht wordt dat de Wet inburgering per 1 januari 2021 van kracht zal worden. De langere invoeringstermijn zal gebruikt worden om een aantal pilots uit te voeren. Ervaringen uit de pilots zullen gebruikt worden om de wet zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de veranderopgave inburgering.

Waarom een nieuwe inburgeringswet?

De huidige inburgeringswet dateert van 2013. In deze wet ligt de regie voor de inburgering bij de inburgeraar zelf. Uit evaluaties is gebleken dat succesvol inburgeren lastig is. Daarom krijgen gemeenten vanaf 2021 de regie op de inburgering weer terug. Voor een aantal mensen geldt dat zij nog onder huidige Wet inburgering 2013 vallen. Om deze groep mensen ook goed te kunnen ondersteunen hebben gemeenten extra geld aan het Rijk gevraagd en ook gekregen. Zowel in 2019 als 2020 wordt 20 miljoen euro extra vrij gemaakt hiervoor.

Uitgangspunten van de wet

Het inburgeringsbeleid gaat drastisch op de schop. Het doel van de nieuwe wet is dat nieuwkomers direct aan het werk gaan en gelijktijdig de Nederlandse taal leren. Nu is het zo dat werken vaak niet mogelijk is omdat cursussen gevolgd worden. Ook blijken er tal van louche aanbieders van taalcursussen een graantje mee te willen pikken op de markt.

Door taalonderwijs af te stemmen op de werktijden, in zogenaamde duale trajecten, zullen inburgering en integreren sneller gaan. Het leenstelsel wordt afgeschaft en gemeenten worden verantwoordelijk voor het organiseren van taalonderwijs. Het niveau van het taalonderwijs zal worden verhoogd omdat dit de kansen op een baan vergroot. Voor iedere nieuwkomer zal een individueel plan worden opgesteld gebaseerd op het leerniveau en leerroute. Uit een assessment zal blijken welk taalniveau realistisch is. Nieuwkomers dienen een aanbod te krijgen wat past bij hun mogelijkheden.

Ook financieel zal er het nodige veranderen. Gemeenten worden ervoor verantwoordelijk dat gedurende de eerste maanden na de komst van de nieuwkomer naar de gemeente de vaste lasten zoals huur en ziektekostenverzekering vanuit de uitkering rechtstreeks wordt betaald. De duur van deze ondersteuning zal individueel bepaald worden en vastgelegd in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie. Werk (PIP). Alles met als doel de nieuwkomer zo snel mogelijk te laten integreren.

Plan Inburgering en Participatie (PIP)

De gemeenten Nuenen, Son en Breugel, Best en Oirschot gaan de pilot PIP uitvoeren onder verantwoordelijkheid van het Ministerie SZW voor de categorie kleine gemeenten. In totaal zal de komende 15 maanden gewerkt worden aan het opstellen van in totaal zo’n 100 Plannen Inburgering en Participatie (PIP). In de PIP’s zullen 13 leefgebieden onderzocht worden en zal in samenspraak met de nieuwkomers een integraal PIP worden opgesteld.

In de PIP zullen de volgende leefgebieden in beeld worden gebracht en worden afgesproken en vastgelegd welke acties daarvoor nodig zijn:

  • Leerbaarheid
  • Opleiding
  • Werkervaring en/of vrijwilligerswerk
  • Praktische competenties en vaardigheden
  • Werknemersvaardigheden
  • Taalniveau
  • Motivatie/interesses
  • Mate van zelfredzaamheid
  • Digitale vaardigheden
  • Gezinssituatie
  • Fysieke gezondheid
  • Mentale gezondheid
  • Sociaal netwerk

Uit de eerste ervaringen die inmiddels zijn opgedaan blijkt dat het opstellen van een PIP en het regie voeren op het nakomen van de afspraken uit het plan behoorlijk wat tijd kost. Verschillende partijen zijn immers betrokken bij het uitvoeren van het plan: maatschappelijke organisaties, vrijwilligers, de uitvoerder van de Participatiewet, de uitvoerder van werkgeversdienstverlening en vluchtelingenwerk.  Het PIP is feitelijk het ‘spoorboekje’ voor de komende tijd zodat zowel de nieuwkomer als degene die verantwoordelijk voor de uitvoering weet wat er moet gebeuren en wie daarin een rol heeft.

Wie gaat de regie voeren op de PIP’s?

Succesvol integreren van nieuwkomers kan alleen als regie gevoerd wordt op de uitvoering van het PIP plan. Bij regie voeren hoort doorzettingsmacht, maar ook verbindend vermogen van de regievoerder. Alle betrokken partijen zullen immers de doelen uit het PIP plan moeten onderschrijven. Acties zullen goed op elkaar afgestemd moeten worden en periodiek zal de voortgang gemonitord dienen te worden. De regievoerder dient dit te realiseren waarbij niet alle informatie gedeeld mag worden. De AVG verlangt immers dat duidelijke afspraken gemaakt worden en verwerkingsovereenkomsten worden opgesteld.

Ervaringen tot nu toe

De eerste ervaringen met het opstellen van PIP’s laten het volgende beeld zien:

  1. Een regievoerder dient over een aantal belangrijke competenties te beschikken zoals luisteren, verbinden en overtuigen. Daarnaast moet een regievoerder durven te escaleren als de uitvoering van het plan stagneert.
  2. De regievoerder dient mandaat te hebben om knopen door te hakken. Eventuele knelpunten in beleid of subsidieafspraken dienen tijdig gemeld te worden waarna de gemeente adequaat dient te reageren en zo nodig actie onderneemt.
  3. Een full-time regievoerder kan zo’n 40 tot 45 casussen intensief begeleiden. Een grotere ‘caseload’ leidt onherroepelijk tot stagnatie in het uitvoeren van PIP’s.
  4. Voor ketenpartijen is het wennen dat er een plan met planning is en de regievoerder ketenpartijen soms overruled.
  5. Organiseren van dienstverlening die er niet is, maar wel nodig is kost tijd maar werkt wel. Voormalige SW-organisaties of werkbedrijven kunnen hierin een prima rol vervullen.

Meer weten?

Jos van Dijk is projectleider van de pilot PIP voor de gemeente Oirschot. Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact met hem op via j.v.dijk@telengy.nl of 06 27 03 57 76.

 

 

 

Kennisplatform november: ‘Energietransitie: een praktisch participatie experiment’

Lees het gehele artikel

Op 28-29 november 2019 vindt er (bij gemeente Leudal) weer een bijeenkomst plaats van het Kennisplatform Organisatieontwikkeling. Het thema luidt: ‘Energietransitie: een praktisch participatie experiment’.

Het verdrag van Kyoto 1997, het klimaatakkoord van Parijs 2015. Ver van mijn bed? Regeringsplannen Nederland. Welke rol/verplichting heeft de gemeente per 2030? Hoe doe je dit? Wát is eigenlijk precies het vraagstuk en hoe baken je dat af? Dan de vraag: hoe krijg je iedereen (nou ja, iedereen …) mee? Het is een maatschappelijk experiment van een ongekende omvang en impact. Een experiment, vooral samen met de samenleving. Een politiek en maatschappelijk zeer gevoelig thema.

Het zijn dit soort kwesties/dilemma’s die we in de drie dagdelen op een praktische en interactieve met elkaar onderzoeken en gaan ervaren. Daarmee worden we hopelijk van nieuwe inzichten voorzien of we krijgen juist de bevestiging dat we ‘op de goede weg’ zijn.

Geen algemene, afstandelijke, beschouwende eenrichtingspresentaties, nee, live! Zelf mee doen, in een klein gezelschap. Intense sessies, met veel interactie. En praktisch van aard. Het echte verhaal! Geen opsmuk. Niet persé shining stories, maar de ups én downs, de hobbels én de successen.

Op donderdag delen de gemeenten Leudal en Bronckhorst hun ervaringen hoe ze met dit vraagstuk omgaan en op vrijdagmorgen krijgen we een presentatie van coöperatie Zuidenwind en bezoeken we een windmolen.

Deze 3 dagdelen zijn niet alleen interessant voor degenen die een directe rol hebben in het vraagstuk van de energietransitie. Dit kennisplatform gaat vooral over participatie, binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Relevant voor velen, zowel in het ruimtelijk, economisch, maatschappelijk als sociaal domein.

Dit is dé gelegenheid om samen met een collega een ‘boost’ te geven aan de aanpak van de energietransitie in je gemeente of aan een ander maatschappelijk vraagstuk.

Het programma start op donderdag 28 november om 12.30 uur met een lunch en eindigt op de vrijdag met een lunch. Voor het diner en de overnachting zorgt Stanton Hotel Chateau de Raay in Baarlo.

Meer weten?

Als u geïnteresseerd bent in de bijeenkomst van 28-29 november of u heeft nog een vraag of opmerking, neemt u dan contact op met Ger Manders. Ook als u in algemene zin nog wat meer achtergrondinformatie wil, staat Ger u graag te woord. U kunt Ger bereiken via 06 29 52 73 40 of via g.manders@telengy.nl.


Het Kennisplatform Organisatieontwikkeling is een reeks van bijeenkomsten waarbij gemeentemanagers, samen met collega’s van andere gemeenten, geïnformeerd worden over en aan de slag gaan met onderwerpen die er volgens henzelf toe doen. De onderwerpen die in het kennisplatform worden behandeld zijn allemaal actueel, maar bovendien door de deelnemers zelf gekozen. Het aantal deelnemers per bijeenkomst bedraagt maximaal 15. Hierdoor is de interactie met de sprekers/inleiders en met de deelnemers onderling gegarandeerd. Het doel is het uitwisselen van ideeën en ervaringen.

De organisatie en coördinatie is in handen van gemeenteadviseur Ger Manders. Elke bijeenkomst bestaat uit drie dagdelen op donderdagmiddag – en -avond en vrijdagochtend. De bijeenkomst begint en eindigt met een gezamenlijke lunch. De gemaakte kosten worden over de deelnemers verdeeld. Aan de afgelopen bijeenkomsten namen steeds 10-15 gemeentemanagers deel, waardoor de kosten tussen de € 300,- en € 450,- per bijeenkomst bedroegen. De kosten worden gemaakt voor de beloning voor de sprekers, de organisatie, de hotelovernachting, lunches/diner en de (hotel)bar.