Auteursarchief: Peter ter Telgte

Als ‘ZORRO’ in de coronacrisis

Lees het gehele artikel

In maart 2020 begon ik aan mijn eerste opdracht voor Telengy bij de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). Ik werd direct betrokken bij het project Zaak-, Omgevings- en Risicogerichte RCB Oplossing (ZORRO). Daarnaast werd ik als ‘ZORRO’ ook direct geconfronteerd met de gevolgen van de coronacrisis. Dus in plaats van ‘te paard’ naar de Veiligheidsregio, moest ik nu alles vanuit mijn bureaustoel thuis doen. Dankzij de beschikbare digitale middelen heb ik dit project vanuit huis naar een goed einde gebracht.

Het belang van uniforme sjablonen in Squit 20/20

ZORRO is het vervolg op het project Digitaal Werken van de VRHM, waarbij het zaak- en omgevingsgericht werken een belangrijk onderdeel was. Het doel van ZORRO is om de primaire processen bij Risico- en Crisisbeheersing (RCB) op een eenduidige en standaard wijze te ondersteunen. Hierdoor kan de RCB het digitaal afhandelen van aangevraagde producten en diensten efficiënt en effectief uitvoeren. Voor deze uitvoering heeft de VRHM Squit 20/20 aangeschaft.

Als functioneel beheerder heb ik geholpen bij de implementatie van Squit 20/20 bij VRHM. Hierbij heb ik uniforme sjablonen ontworpen in InProcess en ervoor gezorgd dat informatie vanuit het Omgevingsdossier en het zaakdossier automatisch in de sjablonen opgehaald kon worden. Uit ervaring merk ik dat er veel behoefte is aan het uniformeren van sjablonen om zo meer een eenheid uit te stralen richting de klanten. Daarnaast kunnen de sjablonen zo ingericht worden dat deze op een efficiënte manier voor meerdere producten kunnen worden gebruikt.

Digitale iCoach/floorwalker na live-gang

Na de inrichting van Squit 20/20 en de testfase was het moment aangebroken om live te gaan. Door de coronacrisis was de live-gang extra spannend, omdat normaal gesproken de begeleiding en coaching tijdens de live-gang fysiek gebeurt. Dankzij het digitale tijdperk waarin we momenteel leven, waren er diverse digitale middelen om de begeleiding en coaching op afstand plaats te laten vinden. Via Teams heb ik de eindgebruikers ondersteunt in het gebruik van Squit 20/20. Niet alleen moesten de eindgebruikers wennen aan het gebruik van Squit 20/20, maar ook aan het nieuwe normaal van werken op afstand en vergaderen op afstand via Teams.

Ik vond het erg leuk om de eindgebruikers op afstand te helpen bij het gebruik van Squit 20/20. Het scherm delen via Teams werd erg positief ervaren en zo kon ik de eindgebruiker ook gerichter helpen bij de vragen die ze hadden. Ondanks het wennen aan de nieuwe applicatie zagen de eindgebruikers de meerwaarde van Zaakgericht werken in Squit 20/20. Het digitaal afhandelen van aangevraagde producten en diensten wordt nu efficiënt en effectief uitgevoerd bij de VHRM.

Hulp nodig bij het inrichten van zaaksystemen?

Ondanks dat de omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2022, hoeft dit niet te betekenen dat u nu al niet meer efficiënt en effectief aangevraagde producten en diensten kan verwerken. Ik help u graag bij het inrichten van de processen bij het zaakgericht werken.

Meer weten?

Mocht u nog vragen hebben of heeft u behoefte aan ondersteuning en advies, dan kunt u contact opnemen met Ajmal Khan Sayedi, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 21 61 65 86, of e-mail: a.k.sayedi@telengy.nl.

Aan de slag met toepasbare regels

Lees het gehele artikel

Benut de extra tijd om te oefenen

door Arjan Kloosterboer en Ton de Wit

Het uitstel van inwerkingtreding van de Omgevingswet is met gemengde gevoelens ontvangen. De een is er blij mee terwijl de ander het jammer vindt dat de druk er nu vanaf is. Inmiddels lijkt het uitstel echter geen reden voor gemeenten om achterover te leunen en het project stil te leggen of te vertragen. Het tegendeel lijkt waar. Er worden volop plannen gemaakt om meer kennis op te doen en aan de slag te gaan met applicaties en oefenen. Door het uitstel komt de – in het gedrang gekomen – oefenperiode van een jaar alsnog binnen bereik. Het roept wel de vraag op hoe je die extra tijd goed kunt benutten.

Een belangrijk nieuw fenomeen is toepasbare regels. Er is al heel veel informatie beschikbaar op de websites van Aan de Slag met de Omgevingswet en de VNG. Dankzij Corona ook steeds meer in de vorm van webinars. Leveranciers bieden inmiddels ook applicaties aan zodat daarmee geoefend kan worden in de DSO pre-productieomgeving.

Nieuw en multidisciplinair

Het onderwerp toepasbare regels is niet alleen nieuw, het raakt ook meerdere vakgebieden. Het gaat over informatisering, over juridische regels, het betreft werkingsgebieden op de kaart en het beoogt digitaal werken en betere (digitale) dienstverlening. Daarom is het raadzaam om meerdere disciplines te betrekken bij het ontwikkelen van toepasbare regels. Met name de juridische, VTH, dienstverlening en (GEO) Informatie disciplines.

Mogelijkheden om te oefenen zijn er inmiddels volop, bijvoorbeeld:

  • staalkaarten van de VNG vertalen naar je eigen regelgeving (of vice-versa);
  • (regionale) workshops om toepasbare regels te maken;
  • voorbeelden van toepasbare regels van de DSO demo-omgeving downloaden en aanpassen voor je eigen regelgeving;
  • indieningsvereisten en vergunning checks uitwerken voor je top-10 activiteiten (en dat kan ook gewoon in Word of Excel, hiervoor zijn voorbeelden beschikbaar);
  • toepasbare regels opvoeren en bekijken in de DSO pre-productieomgeving.

Toepasbare regels in de praktijk

Het is relevant om onderscheid te maken tussen enerzijds reeds bestaande lokale regelgeving (achteraf) voorzien van toepasbare regels en anderzijds het integraal ontwikkelen van een volledig nieuw Omgevingsplan, inclusief bijbehorende toepasbare regels. In het laatste geval is het van belang om al tijdens het ontwerpen van nieuwe regelgeving te toetsen of deze zich goed laat vertalen naar toepasbare regels en waar nodig de regelgeving hiervoor geschikt(er) maken. Voor de bestaande lokale regelgeving kan mogelijk een meer pragmatische en beperkte set toepasbare regels volstaan.

Om de extra tijd daadwerkelijk te benutten voor het oefenen en ontwikkelen van toepasbare regels is het belangrijk om dit gestructureerd en resultaatgericht aan te pakken.

Bijvoorbeeld in de volgende 3 stappen:

Stap 1 Richting bepalen

Organiseer een workshop voor de programma/projectgroep om hen te informeren over de werking en het belang van toepasbare regels. Achterhaal wat de ambities en wensen zijn, of delen mogelijk uitbesteed gaan worden en wie er met toepasbare regels aan de slag moeten. Vragen hierbij zijn bijvoorbeeld:

  • Wil je enkel voldoen aan de minimale eisen of wil je juist extra stappen zetten om de dienstverlening te verbeteren?
  • Wil je de bestaande regelgeving ongewijzigd laten of wil je deze waar nodig ook aanpassen en verbeteren?
  • Ga je toepasbare regels zelf ontwikkelen, publiceren en beheren of besteed je onderdelen uit?
  • Werk je in de regio samen met andere gemeenten en de omgevingsdienst of pak je het zelfstandig op?

Op basis van de verkregen input worden de ambities en doelen op hoofdlijnen bepaald, welke toepasbare regels daarvoor nodig zijn en wie daar mee aan de slag gaan.

Stap 2 Voorbereiden

Vervolgens worden alle inhoudelijk betrokken medewerkers (disciplines) in een workshop wegwijs gemaakt in toepasbare regels en de daarvoor noodzakelijke zogenoemde annotaties. In de workshops moet veel ruimte zijn om op basis van casussen en eigen regelgeving te oefenen en het bouwen van toepasbare regels. Hierbij lopen deelnemers vaak tegen praktische vraagstukken aan die je alleen tegenkomt als je gaat oefenen. Hieronder een praktijkvoorbeeld dat ontdekt is door te oefenen.

Praktijkvoorbeeld

Als regels over ‘uitrit op de openbare weg’ als ‘werkingsgebied’ de openbare weg hebben, dan krijgt een initiatiefnemer die regels niet te zien als die op zijn eigen perceel klikt.

Om vervolgens met het bouwen van toepasbare regels aan de slag te kunnen worden de eerder geformuleerde hoofdlijnen omgezet in een realistische aanpak en planning.

Stap 3 Aan de slag

Op basis van opgedane ervaring en de uitgewerkte aanpak worden vervolgens passende en adequate toepasbare regels opgesteld en getest. Maak hierbij vooral veel gebruik van de vele voorbeelden die al ontwikkeld en beschikbaar zijn, o.a. op het DSO (zie ook hierboven).

Ook is het raadzaam om de aanpak aan te laten sluiten bij binnen de gemeente bestaande (kort-cyclische) ontwikkelmethoden zoals Scrum en Lean.

Conclusie

Het belang en het ontwikkelen van toepasbare regels moet niet onderschat worden. Er moet nog veel geleerd en gedaan worden. Benut de verkregen extra tijd dus om op tijd de benodigde vragenbomen beschikbaar te hebben in het DSO. Hiermee borg je dat de dienstverlening tijdig op orde is en voorkom je onduidelijkheden voor initiatiefnemers. Het voorkomt ook onnodige vragen aan gemeenten en daarmee onnodig werk.

Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: processen (deel 3)

Omgevings- en vastgoedcycli
Lees het gehele artikel

De Omgevingswet wordt waarschijnlijk in de loop van 2021 ingevoerd.De inwerkingtreding per 1 januari 2021 is uitgesteld. Ondanks het uitstel vereist het van gemeenten dat de gegevenshuishouding gericht wordt op de instrumenten van de Omgevingswet. CORSTENS informatiearchitectuur en Telengy Management & Advies kunnen hierbij helpen met een gerichte aanpak.

Dirk Moree, expert KennisCentrumOmgevingswet.nl en Telengy-adviseur en Hein Corstens beschrijven Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: de processen (deel 3)

Integrale dienstverlening in Oirschot (WIJzer)

Lees het gehele artikel

Ik ben nu ruim een jaar als beleidsadviseur sociaal domein actief in Oirschot. Het ‘Model Oirschot’ (WIJzer) waar ik aan heb meegewerkt is al vaker in de publiciteit geweest en verschillende gemeenten hebben de afgelopen tijd interesse getoond in dit concept. De hoogste tijd dus om eens terug te blikken met wethouder Esther Langens om te kijken wat Oirschot onderscheidt van andere gemeenten.

Over WIJzer

Alle zorgvragen komen sinds 2018 centraal op één punt binnen. Daar wordt eerst gekeken of er achter de initiële vraag mogelijk nóg een behoefte zit. Of het nu eenzaamheid, financiële problemen, opvoedondersteuning of hulp bij het op orde krijgen van de administratie betreft: voor alle vragen kunnen burgers terecht bij WIJzer. Het voormalige welzijnswerk en het loket zorg zijn samen met de budgetten in toegangsorganisatie WIJzer samengebracht, onder de verantwoordelijkheid van één manager. Wijzer geeft indicaties af, maar levert ook zelf zorg en ondersteuning door middel van eigen trajecten. Dat doen meer toegangsorganisaties, maar dit concept is in Oirschot ver doorgevoerd. Hierbij wordt maximaal ingezet op preventie en eigen trajecten waardoor minder geïndiceerde tweedelijnszorg nodig is.

Belangrijk aldus Esther is dat je niet kijkt naar wat iemand vraagt, maar wat daadwerkelijk nodig is. De middelen zijn immers niet onbeperkt beschikbaar. Laat iemand zo lang mogelijk zelf de regie voeren, en neem geen verantwoordelijkheden te makkelijk over. Haar devies: Zoek naar een goede balans.

Dorpsondersteuners

Wat Oirschot onderscheidt van andere gemeenten is het werken met zogeheten ‘Dorpsondersteuners”. Esther is hier trots op en vertelt dat alle dorpen binnen de gemeente een dorpsondersteuner hebben. Dit zijn de ogen en oren van de buurt. Zij weten wat er speelt in de wijk en zijn voor burgers een laagdrempelig aanspreekpunt. Zeker nu in de coronacrisis hebben de dorpsondersteuners hun nut bewezen door signalen snel en adequaat op te pakken. Sommige inwoners melden zich immers niet zo snel bij een loket, zeker als dit niet om de hoek is. De dorpsondersteuners krijgen deels betaald voor hun werk en werken intensief samen met vrijwilligers. Uit onderzoek blijkt dat Oirschot in verhouding veel vrijwilligers kent. Daar is de afgelopen tijd dan ook actief op ingezet om te werken aan netwerkversteviging van de zorgvrager. Zo kan zorg sneller worden afgeschaald.

Organisatie

Oirschot werkt zowel met de Kempengemeenten samen alsook met de WSD-groep voor de uitvoering van de WSW en een deel van de Participatiewet. Samenwerken met twee regio’s vergt veel afstemming en coördinatie. Ook de privacywetgeving en de verschillende systemen waarmee gewerkt wordt maken het lastig om een actueel en volledig beeld van burgers te vormen. Esther zou graag zien dat hier een einde aan komt, zodat sturing en regievoering efficiënter kan. Op dit moment is een onderzoek gaande hoe de samenwerkingsstructuur kan worden verbeterd met als doel meer regie te kunnen voeren binnen het sociaal domein. Om de dienstverlening integraal te kunnen verlenen voert WIJzer de regie over de klant.

Sturing

Esther geeft aan meer inzicht te willen hebben in de verschillende geldstromen en de wijze waarop de uitvoering is georganiseerd. Het onderzoek van de visitatiecommissie VNG wat onlangs is afgerond zal meer inzicht verschaffen over de dienstverlening en organisatiestructuur. Gevraagd naar de ambities voor de komende tijd is Esther duidelijk: “nog meer eigen trajecten waardoor indiceren voor tweedelijnszorg minder nodig is, bijvoorbeeld voor de lichte trajecten begeleiding Wmo. De maatschappelijke werkers hebben al laten zien dat zij deze trajecten succesvol kunnen uitvoeren. Veelal met de hulp van vrijwilligers waardoor de kwaliteit van leven en zelfredzaamheid van de inwoner toeneemt, alsmede de kosten per traject aanmerkelijk lager zijn”.

Meer informatie

Wilt u meer weten over het ‘Model Oirschot’? Neem dan contact op met Telengy adviseur Jos van Dijk, 06 27 03 57 76 of j.v.dijk@oirschot.nl.

Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: applicaties (deel 2)

Samenhang vereist van data, applicaties en processen in de beleidscyclus Omgevingswet
Lees het gehele artikel

Door Hein Corstens en Dirk Moree

Een drieluik over data, processen en applicaties met in dit artikel de focus op het gebruik van applicaties bij de Omgevingswet. Dit artikel is een vervolg op het eerder gepubliceerde artikel Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: er is nog veel te doen!

De invoering van de Omgevingswet gaat gepaard met een enorme digitaliseringsslag door de invoering van het Digitaal Stelsel Omgevingswet ofwel het DSO. Naast de zorg voor een adequate aansluiting dient de gemeente er vooral voor te zorgen dat data en applicaties zijn afgestemd op de behoeften van de Omgevingswet.

Samenhang vereist van data, applicaties en processen in de beleidscyclus Omgevingswet!

Figuur 1 Samenhang vereist van data, applicaties en processen in de beleidscyclus Omgevingswet!

Het geheel van data, applicaties en processen dient te gaan werken als een GEMEENTELIJK STELSEL. In het vorige artikel gaven we al aan dat er nog vele uitdagingen zijn om tot zo’n stelsel te komen. We zijn toen met name ingegaan op de data-aspecten. In dit artikel behandelen we de applicatie-aspecten. We beperken ons tot de aspecten voor de korte termijn. Deze is zoals zal blijken vooral gericht op het voorzien in en koppelen van nieuwe of vernieuwde applicaties. Dit zal zodanig moeten gebeuren dat er op langere termijn een echt stelsel tot stand komt, aansluitend bij ontwikkelingen als Common Ground.

Applicaties

We leven in onzekere tijden door de corona-crisis. Inmiddels is al zeker dat er uitstel komt van de inwerkingtreding Omgevingswet. Een nieuwe datum zal naar verwachting voor de zomer bekend worden. Maar zelfs bij dit uitstel is er nog steeds sprake van een korte termijn waarop nog veel werk verzet moet worden. Bij de minimale acties Omgevingswet staan de twee primaire applicaties die moeten aansluiten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet: VTH (Vergunning, Toezicht, en Handhaving) en het Omgevingsplan. Verder is aansluiting op de Samenwerkingsruimte in het DSO van belang voor de samenwerking tussen gemeenten en ketenpartners zoals Omgevingsdiensten en Veiligheidsregio’s/GGD-en.

VTH

Veel gemeenten hebben, al dan niet in een samenwerkingsverband, een nieuwe VTH-applicatie aanbesteed. Daarbij zijn de functionele eisen voor de Omgevingswet meegenomen. Daarover heeft VNG Realisatie veel informatie gepubliceerd. Bij de invoering wordt een aantal vraagstukken geraakt die veel afstemming binnen de gemeente en met de ketenpartners vergen. We pikken er hier een paar uit.

  1. De gegevens uit de oude applicatie(s) dienen geconverteerd te worden naar de nieuwe applicatie(s). De praktijk leert dat conversies altijd complexe projecten zijn. Met name de combinatie van de objectgegevens, de gesloten en lopende zaken, de bijbehorende dossiers, meestal verspreid opgeslagen in verschillende opslagomgevingen (zoals intranet, virtuele schijven en archief) maakt het voor VTH extra complex. Maak daarom over de scope van de conversie concrete afspraken met de leverancier!
  2. VTH staat niet op zich maar zal gekoppeld moeten zijn met veel andere applicaties en gegevens. Denk aan de Basisregistraties intern en met landelijke voorzieningen, het vaak aanwezige generieke zaaksysteem en bijvoorbeeld de gemeentelijke website. Deze koppelingen zijn meestal bij de bestaande applicaties al het geval, maar dienen dus ook in de nieuwe omgeving geregeld te worden. Vaak worden koppelingen daar echter op andere wijze gelegd, o.a. omdat er een gemengde technologie van SaaS en On-Premise kan ontstaan.

Overzicht koppelingen biedt inzicht in benodigde wijzigingen

Figuur 2 Overzicht koppelingen biedt inzicht in benodigde wijzigingen

  1. Er kunnen separate applicaties bestaan voor bijvoorbeeld Horeca en APV, waarmee ook in relatie tot het (toekomstige) Omgevingsplan afgestemd moet worden. Wellicht verschuiven er zaken van specifieke vergunningsdomeinen naar de generieke VTH-applicatie. Dat betekent dat er ook afstemming moet zijn met de collega’s die met specifieke projecten voor e-dienstverlening voor deze terreinen bezig zijn. Voor je het weet is er een heel project voor de inrichting van elektronische aanvragen voor evenementen op de gemeentelijke website gaande, terwijl dit in een heel ander daglicht kan komen te staan door de Omgevingswet.
  2. Er moet een aansluiting op het DSO gemaakt worden met Digikoppeling. Meestal is die reeds aanwezig bij gemeenten, maar desondanks dienen er nog procedurele stappen uitgevoerd te worden voor deze aansluiting in overleg met de softwareleverancier(s). Overigens verbaast het sommige gemeenten dat ze daarin geconfronteerd worden met de Collectieve Opdracht- en Routeer Voorziening (CORV) die vooral bekend is van Justitie m.b.t. Jeugdzorg. Van CORV wordt echter alleen deze infrastructuur voor de ebMS berichten voor de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB) gebruikt. De inhoud van de berichten is uiteraard heel anders dan voor Justitie.
  3. Er zullen in de overgangstermijn van het afhandelen van lopende zaken via OLO en AIM en nieuwe zaken via het DSO goede praktische afspraken gemaakt moeten worden zowel intern als met ketenpartners zodat er geen misverstanden ontstaan. In de kortere behandeltijden die de Omgevingswet vraagt willen we geen onnodig tijdverlies lijden!

Omgevingsplan

De problematiek rond een eventuele vervanging van de applicaties voor het Omgevingsbeleid lijkt hier veel eenvoudiger, maar dat is het niet. Soortgelijke vraagstukken als hierboven bij VTH benoemd spelen ook bij deze applicaties. Daarnaast speelt bij veel gemeenten een hernieuwde afweging van welke delen van de processen rond Ruimtelijk Beleid nu uitbesteed zijn, en of dat bij het Omgevingsplan ook zo blijft. We gaan daar bij het volgende artikel over processen nader op in.

Applicaties, interacties en functionele testplannen

In de architectuur voor de Omgevingswet voor gemeenten zijn naast de applicatiecomponenten voor VTH en Omgevingsbeleid nog veel meer componenten en hun interacties met het DSO benoemd. Veel gemeenten en Omgevingsdiensten hebben behoefte aan functionele testplannen. De beschreven functionele requirements en applicatie-interacties voor de Omgevingswet kunnen hiervoor een goede basis zijn.

Conclusie

De uitdagingen voor de informatievoorziening gaan verder dan de directe aansluiting van applicaties op het DSO. Inzicht in de samenhang van alle betrokken applicaties onderling én met de data en processen is van belang om desinvesteringen in aanschaf van applicaties maar ook van de projectinspanningen binnen de organisatie te voorkomen. In de impactanalyse zoals de auteurs van dit artikel die reeds een aantal malen uitgevoerd hebben, is geïnventariseerd welke applicaties thans in het Ruimtelijk Domein gebruikt worden. Deze applicaties kunnen inclusief de koppelingen en de informatiestromen worden vastgelegd in de GEMMA Softwarecatalogus en een Archimate-model (zie figuur 2). Daarnaast biedt de thema-architectuur Omgevingswet van VNG Realisatie modellen voor de toekomstige situatie. Dat biedt overzicht over en dus inzicht in de verandering van de huidige naar de toekomstige informatievoorziening.

Er is dus behoefte aan inzicht in de relaties tussen applicaties, gegevens en processen. Voor de uitwerking van processen volstaan we hier met de verwijzing naar een recente uitwerking door VNG Realisatie. De volgende keer zullen we er in het afsluitende artikel nader op ingaan.

Aanbesteden en software: waarom stilzwijgend verlengen geen goed idee is

Aanbesteden ICT software Telengy
Lees het gehele artikel

Stilzwijgende verlenging

Veel gemeenten hebben al jaren geleden gekozen voor bepaalde software, bijvoorbeeld voor Belastingen, Financiën of Sociaal Domein. Destijds is daarvoor een vaste looptijd van enkele jaren afgesproken, en daarna is het contract jaarlijks stilzwijgend verlengd.

Zo kan het voorkomen dat gemeenten al 10-15 jaar gebruik maken van hetzelfde pakket. En alle betrokkenen vinden dat eigenlijk prima: de medewerkers zijn gewend om met de software te werken, het afdelingshoofd is daardoor tevreden en de leverancier kan elk jaar aan het begin een factuur voor het onderhoud sturen. Die factuur krijgt trouwens wel elk jaar een hoger bedrag vanwege het volgen van een prijsindex. En elke extra aangeschafte module of optie zorgt voor een verdere verhoging van de kosten. Vaak ligt het budgethouderschap bij de centrale ICT-organisatie. Deze heeft wel moeite met de toename van de jaarlijkse kosten, maar een vervangingsproject doet een flinke aanslag op de capaciteit én brengt een hoop extra gedoe met zich mee. Terwijl de agenda al zo vol zit.

Accountant steekt vinger op

Bij steeds meer gemeenten signaleert de accountant echter dat deze werkwijze niet strookt met de aanbestedingswet. Bijvoorbeeld omdat het totaalbedrag over de jaren heen hoger is geworden dan de drempel voor Europese aanbesteding. Wanneer een softwarepakket al meer dan 10 jaar gebruikt wordt, is deze drempel vaak al overschreden. Ook kan het zijn dat deze verlenging strijdig is (geworden) met het eigen gemeentelijke inkoopbeleid.

De accountant meldt in zijn verslag dat de gemeente niet rechtmatig handelt en stelt dat het aanbesteden van de software nodig is.

Leverancier biedt ontsnapping aan

Zoals gezegd zitten de betrokkenen bij de gemeente vaak niet te wachten op een aanbestedingsproject. En ook de leverancier van de software is hier niet blij mee. Die loopt immers de kans dat hij een klant kwijtraakt.

Sommige leveranciers houden klanten nu een “ontsnappingsmogelijkheid” voor. Ze wijzen namelijk op artikel 2.32 van de Aanbestedingswet. Dit artikel voorziet in een “Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging”. Onder bepaalde voorwaarden kan deze uitzondering worden toegepast, onder andere wanneer:

  • De aanbesteding als doel heeft het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of een unieke artistieke prestatie.
  • Mededinging om technische redenen ontbreekt.

In zo’n geval voert de aanbestedende gemeente achtereenvolgens de stappen uit:

  1. Onderhandelen met de betrokken ondernemers.
  2. Maken proces-verbaal van de opdrachtverlening.
  3. Meedelen gunningsbeslissing.
  4. Sluiten overeenkomst.
  5. Bekendmaken van de gegunde opdracht.

Aanbesteden ICT software Telengy

Kan dat zomaar?

Eén van onze klanten heeft het voorstel van zo’n leverancier voorgelegd aan een onafhankelijke aanbestedingsjurist. Ook na overleg met de jurist van de leverancier is de conclusie dat dit artikel niet van toepassing is.

Toch zien we dat gemeenten regelmatig een beroep doen op dit artikel. Dit voorkomt het tijdrovende aanbesteden en mogelijk een dure omschakeling naar een ander softwarepakket. Het feit dat een omschakeling extra kosten met zich meebrengt, is echter geen gegronde reden om artikel 2.32 toe te passen. Het moet écht gaan om technische redenen en er moet geen alternatief bestaan.

Dus…

Hoewel het vaak een bittere pil is voor de gebruikers, is een aanbesteding de enige juiste weg om weer een flink aantal jaren vooruit te kunnen. Overigens zorgt dit er wel voor dat gekozen wordt voor een relatief lange maximale looptijd van het nieuwe contract. Zodat je er voorlopig weer even tegenaan kunt.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Willem Isendoorn, adviseur van Telengy, via tel. nr. 06 51 54 11 69 of via e-mail: w.isendoorn@telengy.nl.

Nieuw informatiebeleidsplan? Zo pakte Gemeente Veldhoven het aan

Informatiebeleidsplan veldhoven Telengy
Lees het gehele artikel

De vele maatschappelijke, I- en ICT-ontwikkelingen maakten dat gemeente Veldhoven in 2019 besloot een nieuw informatiebeleidsplan op te stellen, zodat deze weer goed zou aansluiten op de wereld anno nu. Een nieuwe I-visie of informatiebeleidsplan geeft richting aan automatisering, informatiebeheer en -management zodat de bedrijfsvoering maximaal wordt ondersteund.

Het uitgangspunt voor dit informatiebeleidsplan was vooral dat dit pragmatisch en bondig zou worden geformuleerd. In de pragmatisch ingestelde gemeentelijke organisatie van Veldhoven heeft men immers geen behoefte aan dikke plannen. De lijn is ook dat voor het opstellen van het informatiebeleid geen organisatiebrede informatievergaring nodig is. Het gaat immers slechts om een actualisering van gebruikte werkwijzen en van de uitvoering van ICT-projecten.

In de I&A-projectgroep is tevens voldoende kennis aanwezig van de Veldhovense eisen en wensen ten aanzien van dienstverlening, bedrijfsvoering en informatiemanagement. De aanwezige missie/visie van de organisatie geeft voldoende richting aan die eisen.
Met deze kleinschalige aanpak belast de werkgroep niet de hele organisatie voor het samenstellen van het informatiebeleidsplan. Voor het opstellen van het plan mogen ook recente beleidsplannen van andere gemeenten als basis worden gebruikt. Men wil het wiel zeker niet opnieuw uitvinden!

Informatiebeleidsplan veldhoven Telengy

Slim volgen in plaats van koploper

Het idee voor een bondig informatiebeleidsplan kwam voort uit de wijze waarop de gemeente Veldhoven gewoonlijk verbeteringen doorvoert. Inwoners zijn tevreden over de dienstverlening die Veldhoven hen biedt. Veel werkprocessen in de bedrijfsvoering en dienstverlening zijn al efficiënt ingericht. De verschillende vakafdelingen zijn continue zelf bezig om verbeteringen in hun dienstverlening door te voeren. Veelal kleinschalig en voortkomend uit eigen initiatief. Veldhoven voelt dus minder de urgentie om daarnaast grote en van bovenaf opgelegde verbeterslagen door te voeren. Daarom hoeft het nieuwe informatiebeleidsplan niet echt omvangrijke verbeteringen in gang te zetten. Qua ICT-veranderingen is Veldhoven dan ook vooral een slimme volger in plaats van koploper.

Twee kanten

Aan deze invulling van ‘continue verbeteren’ door de vele afdelingen zelf kleven ook enkele nadelen, met name voor de I&A-organisatie en het informatiemanagement. Wat en wanneer ICT-aanpassingen worden doorgevoerd en dus investeringen nodig zijn, is zo vooraf lastiger te bepalen. I&A moet op deze wijze meer versnipperd steun leveren. Uniformiteit in ICT-oplossingen is lastiger te bereiken, met gevolgen daarvan voor het beheer. Initiatieven vanuit I&A om tijdig en juist in te spelen op de vele technologische ontwikkelingen passen niet altijd goed op de verbeterplannen van de verschillende vakafdelingen. Zodat die initiatieven minder vaak genomen kunnen worden, terwijl ze wel nodig zijn om de informatievoorziening in Veldhoven op een kwalitatief hoog niveau te houden.

Uitvoering

Tijdens de sessies met de I&A-projectgroep voor het opstellen van het informatiebeleidsplan komt naar voren dat er binnen de gemeente Veldhoven meer belangrijke ICT-ontwikkelingen spelen dan gedacht. Ontwikkelingen die voor de gehele organisatie van belang zijn en die de organisatie eigenlijk snel op moet pakken. Niet alleen om de dienstverlening verder te kunnen verbeteren, maar ook omdat er ontwikkelingen zijn die door het Rijk worden opgelegd. Het besef groeit dat die ontwikkelingen centraal door I&A moeten worden opgepakt. Verbeteropgaven die dan centraal gestuurd en op gelijke wijze voor alle afdelingen worden uitgevoerd. Hierdoor kan de hele organisatie met uniforme ICT-oplossingen werken en is efficiënt beheer mogelijk. Op die wijze is een essentiële digitaliseringsslag mogelijk, die de organisatie verbeteringen in de dienstverlening gaat leveren.

Dit alles leidt ertoe dat de projectgroep in het beleidsplan een aantal duidelijke statements en beleidsuitgangspunten neerlegt. Anders dan vooraf voorgenomen, worden in het informatiebeleidsplan substantiële verbetervoorstellen gedaan en ook voorgesteld om I&A een sterkere initiërende rol te geven in die verbeterslagen. In het plan is daarnaast een aanpak voorgesteld die past bij gemeente Veldhoven: stap voor stap en gedoseerd tussenresultaten opleveren.

Mede door steun van de manager die het I&A-team leidde, reageren directie en management positief en staan zij achter de initiatieven uit het beleidsplan. Op basis hiervan zijn in de begroting van 2020 gelden gereserveerd voor het uitvoeren van die initiatieven en is daarvoor een programma-organisatie opgezet. Zo heeft het open staan voor een andere opzet tot een mooi resultaat geleid.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ad van Dijck, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 53 75 90 01 of via e-mail: a.v.dijck@telengy.nl.

Even voorstellen… Ajmal Khan Sayedi

Lees het gehele artikel

Ajmal khan sayedi adviseur telengy profielfoto
Sinds 1 maart 2020 ben ik begonnen als adviseur bij Telengy. Ik weet nog heel goed dat ik als jongen van 8 jaar vanuit Afghanistan voor het eerst naar Nederland kwam. Ik werd gelijk in het diepe gegooid; alles was nieuw voor mij. Juist de opvang en steun die wij hebben gekregen, heeft mij altijd getriggerd om iets terug te doen voor de maatschappij. Vandaar ook mijn keuze voor de master Bestuurskunde: besturen van veiligheid. Door deze master heb ik de overheid van binnen en van buiten leren kennen. Daarnaast zag ik genoeg kansen waar de publieke sector zich in zou kunnen verbeteren.

Na mijn master ben ik dan ook ondernemer geworden. Ik zag een kans om WOB-verzoeken op een efficiëntere manier te anonimiseren. Momenteel gebeurt dit handmatig, maar door middel van een softwareoplossing maakte ik het mogelijk dat WOB-verzoeken automatisch werden geanonimiseerd. De maatschappij is dan ook altijd de rode draad door mijn leven geweest. Ik ben iemand die altijd overal nieuwe mogelijkheden, kansen en veranderingen ziet om situaties te verbeteren. Niet alleen binnen professionele context, maar ook binnen mijn persoonlijke leven. Juist nu de technologische ontwikkelen elkaar snel opvolgen, is het belangrijk dat de overheid hierop inspeelt. Ik vind het belangrijk om de nieuwe kansen en mogelijkheden die de techniek met zich mee brengt, te implementeren binnen de overheid.

Door de jaren heen heb ik internationale ervaring opgedaan in Ierland, Zuid-Afrika en Afghanistan. Ik heb hierdoor veel interculturele kennis opgebouwd, waardoor ik andere mensen snel weet te begrijpen. Dit is een belangrijk aspect bij het tot uitvoer brengen van veranderingen, omdat je hiermee weerstand wegneemt. In een multiculturele samenleving zoals Nederland, is het de kunst om iedereen mee te nemen in deze veranderingen en elkaar hiermee te verbinden.

Telengy is de organisatie die precies in lijn staat met mijn toekomstvisie voor een innovatieve, veranderende en duurzamere overheid. De mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling, de persoonlijke aanpak en een hecht team waar je veel van elkaar kan leren zijn belangrijke aspecten waarom ik voor Telengy heb gekozen.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ajmal Khan Sayedi, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 21 61 65 86, of e-mail: a.k.sayedi@telengy.nl.

Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: er is nog veel te doen!

Lees het gehele artikel

De Omgevingswet wordt per 2021 ingevoerd. Dit vereist van gemeenten dat hun gegevenshuishouding gericht wordt op de instrumenten van de Omgevingswet. CORSTENS informatiearchitectuur en Telengy Management & Advies kunnen hierbij helpen met een gerichte aanpak.

Dirk Moree, expert KennisCentrumOmgevingswet.nl en Telengy-adviseur en Hein Corstens beschrijven Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: er is nog veel te doen!

Beschermd Wonen naar alle gemeenten: veel te doen

Beschermd wonen - telengy
Lees het gehele artikel

Sinds 2015 zijn gemeenten op grond van de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) verantwoordelijk voor Beschermd Wonen (BW) voor mensen met psychiatrische problemen of licht verstandelijke beperkingen. De uitvoering van BW wordt, namens alle gemeenten, uitgevoerd door 43 centrumgemeenten. De landelijke overheid stuurt steeds meer op inclusie en extramuralisering. Dat betekent dat iedereen zoveel mogelijk mee moet kunnen doen in de maatschappij; ook mensen met een beperking die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen. Gemeenten zijn aan zet om dit te realiseren. De overgang van centrumgemeenten naar alle gemeenten is uitgesteld van 2021 naar 2022.  Jos van Dijk, senior adviseur bij Telengy, begeleidt een tweetal gemeenten bij deze overgang.

Beschermd Wonen en de Wet langdurige zorg

In 2015 verscheen het rapport van de commissie Dannenberg: ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’. De huidige populatie BW is op dit moment 30.000 mensen die wonen in een beschermde woonomgeving en daar ook begeleiding ontvangen. De doelstelling van het Rijk is dat op termijn de helft, 15.000 mensen, begeleid gaan wonen in een ‘gewone’ woning met begeleiding, extramuraal dus. De verwachting is dat met deze transformatie tenminste 10 jaar gemoeid zal zijn.

Gelijktijdig met de overgang van BW naar alle gemeenten wordt de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nodig hebben. Ongeveer een derde van de huidige populatie BW zal naar verwachting instromen in de Wlz. Dat betreft klanten die naar verwachting levenslang aangewezen zullen zijn op een vorm van beschermd wonen. De exacte aantallen kunnen per gemeente verschillen. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) zal deze beoordelingen verzorgen.

Zorgcontinuïteit is vooral voor deze groep klanten belangrijk. Door het Zorgkantoor actief te betrekken bij deze overgang, bijvoorbeeld bij het opstellen van de inkoopstrategie en de inkoop kan een deel van deze kwetsbare doelgroep mogelijk bij dezelfde zorgaanbieder blijven.

Inkoop

Gemeenten zullen ervoor moeten zorgen dat er op 1 januari 2022 nieuwe contracten liggen. In de regionale plannen van aanpak die bij het Ministerie zijn aangeleverd, zijn daar vaak al afspraken over gemaakt. Die plannen blijken echter nogal globaal te zijn. Vaak zien we dat de bestaande relatie met de huidige centrumgemeente in stand blijft. Inmiddels is duidelijk geworden dat de relatie met de centrumgemeenten vanaf 2022 nog 10 jaar in stand dient te blijven omdat de overgang naar alle gemeenten geleidelijk dient plaats te vinden binnen een tijdsbestek van 10 jaar. Maatschappelijke Opvang (MO) blijft, in tegenstelling tot eerdere plannen, in ieder geval nog 4 jaar bij de centrumgemeenten. Deze gemeenten hebben immers al veel expertise opgebouwd en veel voorzieningen bevinden zich in die gemeenten. In deze vier jaar wordt duidelijk of MO een taak van alle gemeenten gaat worden.

Voor een inkooptraject of aanbesteding is al gauw een jaar of meer nodig. Dat betekent dat er vanaf 2020 al nagedacht moet worden over de inkoopstrategie. Onderdeel daarvan is de duur van de contracten. Een succesvolle transformatie is eigenlijk alleen mogelijk als aanbieders betrokken worden bij de inkoop. De duur van de contracten, continuïteit van zorg en een niet te abrupte afbouw van intramurale zorg zijn onderdelen die aandacht moeten krijgen. Dat samenspel tussen gemeenten, Zorgkantoor en aanbieders is belangrijk om te voorkomen dat mensen tussen de wal en het schip vallen, of dat aanbieders in liquiditeitsproblemen komen en de continuïteit van zorg in de knel komt.

Voor gemeenten die begeleiding gaan inkopen geldt dat ze zich moeten realiseren dat de inkoop van begeleiding zal moeten aansluiten bij de inkoop van beschermd wonen producten. Het lijkt slim om een inkoopstrategie beschermd wonen/begeleiding op te stellen om te zorgen voor een toereikend en sluitend zorgaanbod.

Financiën

Naast de genoemde geleidelijke overgang van klanten gedurende een periode van 10 jaar zal een geleidelijke financiële overgang gaan gelden die ook 10 jaar in beslag gaat nemen. Daarnaast zal de vergoedingssystematiek in die 10 jaar gaan veranderen: van historische uitgaven stapsgewijs in 10 jaar toegroeien naar een objectief verdeelmodel. Er zal naar verwachting ook één budget komen voor zowel beschermd wonen als begeleiding. Deze beide kostensoorten werken als communicerende vaten: afschalen van beschermd wonen zorg leidt tot opschalen van begeleidingskosten.

Toegang

De toegang tot BW wordt in veel gevallen verzorgd door de centrumgemeente. De vraag is hoe gemeenten dit vanaf 2022 gaan organiseren. Bij de lokale toegangen zal kennis over BW opgebouwd moeten worden, zeker als de keuze wordt gemaakt om de complexe zorg regionaal te organiseren en de lichtere zorg lokaal in te zetten. Want waar leg je de knip tussen complexe zorg en lichtere zorg en hoe reken je de kosten toe?

Daarbij zal ook de vraag naar geschikte huisvesting aan de orde komen. Door regionaal samen te werken, kan de zorg zo efficiënt mogelijk worden ingezet en kan dure, intramurale zorg eerder worden afgeschaald als bijvoorbeeld geschikte woonruimte bij een omliggende gemeente beschikbaar is. Eén van de huidige knelpunten bij BW is het gebrek aan geschikte woonruimte waardoor er onvoldoende doorstroming is en dure zorg onnodig lang doorloopt. Nu al dient de verbinding gezocht te worden met het ruimtelijk domein om te anticiperen om de toekomstige huisvestingsbehoefte.

Preventie en nazorg

Dé uitdaging is om te voorkomen dat mensen op straat komen te staan. Voorkomen van huisuitzettingen, een integrale aanpak bij problemen en goed functionerende wijkteams zijn cruciaal om ervoor te zorgen dat mensen in een beschermde woonvorm terecht komen.  Samenwerken met de veiligheidsketen zorgt ervoor dat ook vanuit dat aspect wordt gekeken naar de beste oplossing voor de burger. Ook nieuwe vormen van opvang, zoals pauzeplekken om even op adem te komen, kunnen daaraan bijdragen. Daarbij is nazorg van belang. Hiermee wordt voorkomen dat mensen die zijn uitgestroomd uit BW terugvallen op zorg. Tot slot is er een goede verbinding nodig met de ‘sluitende aanpak verwarde personen’ en de nog nieuwe Wet op de verplichte GGZ die per 1 januari 2020 inwerking treedt .

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jos van Dijk, adviseur bij Telengy, via tel. nr. 06 27 03 57 76 of via e-mail: j.v.dijk@telengy.nl.

Woonfraude in de praktijk: interview over onderhuur en hennepteelt

Gegevenskoppeling Telengy Woonfraude
Lees het gehele artikel

Telengy en de woningcorporatie Stadlander werken inmiddels een jaar samen. Uit deze samenwerking is een gegevenskoppeling met de gemeente voortgekomen, een belangrijk middel om woonfraude te kunnen bestrijden. U heeft er ook over gelezen in dit artikel van adviseur Eric Leroi van vorig jaar.

Na een jaar is het voor beide partijen een passend moment om terug te blikken en te zien wat de gegevenskoppeling heeft opgeleverd. Hiervoor spreken we met twee collega’s die zich in hun dagelijks werk bezighouden met woonfraude en hoe de samenwerking hun werk beïnvloedt; Esther en Kees. Zij geven een unieke inkijk achter gesloten deuren bij de woonfraude-afdeling van de woningcorporatie.

Lees het volledige artikel via de PDF: Woonfraude gegevenskoppeling interview – Stadlander en Telengy.

 

De kracht van intervisie: wat helpt gemeenten om scherp te blijven?

De kracht van intervisie - Monique Verbeeten
Lees het gehele artikel

Intervisie is een prettige manier van deskundigheidsbevordering tussen collega’s, werkend in hetzelfde vakgebied. Het helpt je scherp te blijven in jouw professionaliteit. Wat helpt jou om scherp te blijven in 2020? In onderstaand artikel beschouwt Telengy-adviseur Monique Verbeeten de kracht van intervisie en deelt haar ervaringen binnen gemeenten over dit onderwerp.

Wat is intervisie?

Intervisie is een vorm van deskundigheidsbevordering. Bij intervisie doen medewerkers een beroep op hun collega’s om op een gestructureerde wijze mee te denken over vraagstukken. Deze vraagstukken kunnen persoon- of functiegebonden zijn, of hebben betrekking op knelpunten in de eigen (werk)situatie. Ik heb het binnen de gemeenten waarin ik werk ervaren als een ontzettend handige tool.

Er wordt meestal gewerkt in groepen van vijf tot acht vaste deelnemers. Elke deelnemer kan een concrete casus inbrengen. Deze casus dient bij voorkeur te gaan over iets waar hij/zij op dat moment tegen aanloopt in zijn werk, maar kan ook gaan over terugkerende thema’s.

Werkwijze

Er zijn verschillende intervisiemethodes om de bijeenkomsten te structureren. Voorbeelden hiervan zijn de 5- of 10-stappenmethode, incidentmethode, roddelmethode, STAR-D methode en de hoeden van De Bono. De meeste intervisiemethodes kennen de volgende fases: inventarisatie, probleemverkenningsfase, adviesronde en evaluatie.

Vaak wordt de sessie begeleid door een externe intervisiebegeleider; hij/zij begeleidt vooral het proces door structuur te bieden en te reflecteren. Zo zorg je ervoor dat de sessie voldoende diepgang krijgt, iedereen aan de beurt komt en dat de sessie veilig verloopt. Dat zijn immers de voorwaarden voor de deelnemers om goed te kunnen leren en/of te reflecteren.

Leren van elkaar i.p.v. leren aan elkaar

Bij intervisie gaat het niet om de inbrenger van de casus te vertellen wat hij/zij wel of niet moet doen; het gaat om elkaar te helpen bij het verkennen van de situatie en de positie waarin men zit, en de moeite die men daarbij ervaart. We noemen dit ook wel probleemverheldering.

Iedere deelnemer doorloopt om beurt een eigen leerproces. Maar ook de groep ondergaat een leerproces, door krachtige vragen te stellen en elkaar respectvol van feedback te voorzien. Onderling respect en veiligheid is daarbij een absolute voorwaarde binnen de groep.

Wat kan ik ermee?

Door intervisie leer je te reflecteren op zaken waar je in het normale werkzame leven niet altijd bij stilstaat. Het kan bijdragen aan het voorkomen van blinde vlekken. Juist in een veranderende omgeving kan intervisie zinvol zijn, omdat je tegen nieuwe zaken aanloopt, waarbij ander gedrag soms beter werkt:

  • Je wordt je bewust van je eigen handelen en van jouw positie en de invloed daarvan op collega’s en omgeving (verdieping, professionaliteit).
  • Je krijgt nieuwe inzichten en alternatieven van je collega’s (inspiratie).
  • Je leert van de casussen die collega’s inbrengen (verbreding).
  • Het helpt je scherp te blijven op je eigen handelen (blijvend leren).

Ervaringen binnen gemeenten

Vaak wordt intervisie tijdens of na een leertraject ingezet; dit zorgt ervoor dat de opgedane kennis ‘warm blijft’ tijdens de fase dat men het geleerde in praktijk gaat brengen. Bij een aantal gemeenten is intervisie dan ook succesvol ingezet in combinatie met een leertraject of scholing over de kanteling binnen de Wmo; door met de Wmo-consulenten van die gemeenten als groep intervisie te doen, kon de gevraagde gedragsverandering langzaam plaatsvinden en beter beklijven. Ik ben ervan overtuigd dat intervisie ook goed kan bijdragen aan de gewenste (gedrags)veranderingen binnen de Omgevingswet.

Ervaringen als intervisiebegeleider

Ook binnen Telengy willen we dat onze adviseurs zich blijven professionaliseren en van elkaar blijven leren. Dit doen we onder andere door kennisdeling, maar ook door intervisie. De combinatie van onze medior- en senior-adviseurs binnen een intervisiegroep maakt dat er veel verschillende inzichten worden gedeeld, en dat geeft steeds weer nieuwe inspiratie.

Mijn ervaring als intervisiebegeleider leert dat het moeilijkste voor de deelnemers vaak het stellen van goede open vragen is, zonder interpretatie of oordeel. En het vraagt in het begin soms wat lef om een casus in te brengen. Randvoorwaarde van een goede intervisie is dan ook dat er een veilige omgeving gecreëerd wordt, waarin mensen kunnen en durven te leren. Daar sta ik voor! Sommige deelnemers komen de eerste paar keer met gepaste tegenzin binnen, maar gaan bijna altijd weer geïnspireerd naar buiten. En dát is juist wat intervisie zo leuk en leerzaam maakt; het houdt je lekker scherp en het verhoogt het teamgevoel. Tevens komt het de kwaliteit en professionaliteit ten goede, in je zelf én in je werk. Gewoon mee beginnen dus!

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Monique Verbeeten, adviseur van Telengy, via tel. nr. 06 17 39 04 99 of via e-mail: m.verbeeten@telengy.nl.